Plenair Klip-Martin bij behandeling Debat regeringsverklaring



Verslag van de vergadering van 7 april 2026 (2025/2026 nr. 24)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 10.21 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Klip-Martin i (VVD):

Voorzitter. Wij sluiten ons als leden van de VVD-fractie graag aan bij met name de welkomstwoorden van de heer Rosenmöller aan het nieuwe kabinet. Wij hebben hoge verwachtingen van deze nieuwe ploeg ministers en staatssecretarissen: ambitieuze bestuurders, een mengeling van politieke ervaring en/of inhoudelijke kennis, bereid tot het sluiten van compromissen, vol energie voor een mooi Nederland en met een klein ego, zo hebben wij begrepen. En bovendien zijn het — daar zijn we heel blij mee — langetermijndenkers.

Voorzitter. Ik zal mijn betoog beginnen — en dat zal waarschijnlijk voor heel veel van mijn collega's ook gelden — met de huidige tumultueuze situatie in de wereld. Ik zal daar ook mee eindigen. Het middendeel van mijn tekst bestaat uit een aantal constateringen, gekoppeld aan een aantal vragen aan het kabinet via de minister-president.

Voorzitter. We zeggen het allemaal: de wereld staat in brand. De actuele internationale situatie is explosiever dan zij lange tijd geweest is. Daarbij komt alles wat wij doen en bespreken in een ander daglicht te staan. Vanzelfsprekend dient de Tweede Kamer zich in eerste instantie bezig te houden met de meest acute problemen, zoals brandstofprijzen, gasvoorraden en de afsluiting van essentiële scheepvaartroutes. De VVD in de Eerste Kamer wil ook graag aandacht vragen voor het teloorgaan van de traditionele vormen van conflictbeheersing, zoals diplomatie, democratie en rechtsorde. Hoe kijkt het kabinet aan tegen deze zich verschuivende wereldorde, die verschuift van op regels gebaseerd naar op macht gebaseerd? Hoe kijkt de minister-president naar de rol en het handelingsrepertoire van Nederland en Europa bij deze genoemde ontwikkelingen?

Alvorens op de inhoud van de regeringsverklaring in te gaan, begin ik graag met de bestuurlijke constellatie waar dit kabinet voor gekozen heeft, een minderheidskabinet. Het is een kabinet dat aan de slag moet met het vinden van meerderheden, met het formuleren van gemeenschappelijke doelen, hoewel die vanuit verschillende verantwoordelijkheden en verschillende politieke opvattingen bekeken worden. Hoewel het voor de Eerste Kamer niet nieuw is dat de regering in dit huis geen meerderheid heeft, is het goed dat het kabinet meer dan ooit investeert in relaties. Met de gekozen opzet gaat het kabinet in de ogen van sommigen een riskant experiment aan. In de ogen van mijn fractie vormen de coalitiepartijen een stabiel en betrokken kabinet, dat doet wat nodig is om Nederland verder te brengen. De VVD-fractie is ervan overtuigd dat het kabinet met een goede samenwerking tussen kabinet en beide Kamers veel kan bereiken. Een op vertrouwen gebaseerde politiek, met een open houding en bereidheid tot het sluiten van compromissen, kan ons echt ver brengen. Zowel coalitie- als niet-coalitiepartijen zijn immers gezamenlijk verantwoordelijk voor het toekomstgericht omgaan met de grote maatschappelijke opgaven. Die gedeelde verantwoordelijkheid moeten we serieus nemen, zeg ik vanaf deze plek.

Voorzitter. Kort over de democratie. Voor de VVD-fractie staat vrijheid gelijk aan democratie. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden dat vrijheid en democratie dagelijks onderhoud verdienen en het waard zijn om je hele leven voor te vechten. Eén blik op de ontwikkelingen in Iran, Rusland en zelfs de VS kan alleen maar leiden tot democratische strijdlust.

Bij de voorbereiding van mijn tekst voor dit debat kwam ik een artikel in NRC van 1 februari jongstleden tegen over democratische besluitvorming in het dierenrijk. Het ging dus niet over parlementen en verkiezingen, maar over een manier waarop een groep tot handelen komt zonder dat één individu de uitkomst kan dicteren. Het gaat om stabiele, herhaalbare en zeer effectieve manieren om onder onzekerheid toch tot een besluit te komen. Zo gaan bij een honingbijenvolk verschillende groepjes verkenners op onderzoek uit naar een nieuwe nestplek. Ze brengen vervolgens verslag uit aan het hele bijenvolk en pas wanneer voldoende bijen dezelfde locatie ondersteunen, valt de beslissing en komt het hele volk in beweging.

Wij bepleiten niet dat de leden van dit kabinet in willekeurige richtingen op verkenningsmissies gaan. Dit voorbeeld illustreert echter wel dat democratische besluitvorming op meerdere manieren kan worden vormgegeven. Onze hoofdvraag aan het kabinet — ik formuleer het anders, maar ik zeg min of meer hetzelfde als de heer Rosenmöller — luidt dan ook: welke manieren van samenwerking binnen het parlement staan u voor ogen? Gaat u onderhandelingspakketjes maken met verschillende wel of niet gerelateerde onderwerpen? Worden zoet en zuur daarbij gecombineerd? Of focust u per individueel wetsvoorstel op dat ene thema? Of koerst het kabinet op een totaalafspraak? Welke andere vormen van samenwerking zouden in uw ogen geschikt zijn?

Deze vragen brengen mij bij de wens van de VVD dat dit kabinet met langetermijndenkers de maatschappelijke uitdagingen daadwerkelijk te lijf gaat.

Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank u, voorzitter.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Nog één ding, voorzitter. Wilt u mijn klokje stilzetten?

De voorzitter:

O ja, nu stopt het.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Wat fijn dat de VVD lessen leert van de dieren. De wonderen zijn de wereld nog niet uit! Ik heb een vraag aan de VVD. In het coalitieakkoord staat een passage over een dierwaardige veehouderij. Daar wordt ruimte gecreëerd om een dierwaardige veehouderij niet per definitie in 2040 af te ronden. Er is uitstel mogelijk, mocht dat nodig zijn. Hoe kijkt de VVD naar die passage uit het coalitieakkoord, met de lessen van de bijenvolk, waar net aan werd gerefereerd, in het achterhoofd?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik geloof niet dat ik weet hoe een bijenvolk daarop zou reageren, heel eerlijk gezegd. Ik denk dat dit nou echt een onderwerp is waarbij wij als Eerste Kamer niet aan zet zijn. Ik denk echt dat we moeten wachten tot het kabinet met voorstellen komt. Daar zullen we dan serieus naar kijken. Dit lijkt me nu niet de plek, bij dit debat over de regeringsverklaring, om over heel specifieke, individuele, gedetailleerde onderwerpen een mening te hebben.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ik probeer het nog een keer. Het staat in het coalitieakkoord. Dit debat gaat over het coalitieakkoord, dus we kunnen daarover van gedachten wisselen, volgens mij. Ik ken mevrouw Klip-Martin als een dieren- en natuurliefhebber. We zijn in Den Haag, in dit huis en aan de overkant, al jaren bezig met de dierwaardige veehouderij. Welke ambitie heeft de VVD als lid van deze coalitie op het gebied van dierwaardige veehouderij? Gaan we die transitie in 2040 afronden of niet, wat mevrouw Klip-Martin betreft?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Wij hebben samen vaker debatten gevoerd over dit onderwerp. Wij naderen elkaar meestal niet helemaal, maar wel heel dicht. Ik ben dus heel blij dat dit in het coalitieakkoord is opgenomen, maar in het huidige tijdsgewricht vind ik het nu niet mijn taak om aan te geven hoe ik denk over een mogelijke vertraging van het uiteindelijk afronden van het hele traject dierwaardige veehouderij. We steunen de doelen. Daar zijn we het over eens. Dat weten we ook al van elkaar. We steunen die doelen zeker, maar nogmaals: of we dat wel of niet voor 2040 doen, daar ga ik nu geen uitspraak over doen.

De voorzitter:

Het lijkt me helder, mevrouw Visseren.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ja, voorzitter. Ik kijk ernaar uit om dit debat verder te voeren met mevrouw Klip-Martin. Ik maak me zorgen over de loopholes in het coalitieakkoord over de dierwaardige veehouderij. Wat ons betreft is 2040 echt de uiterste datum waarop de veehouderij dierwaardig wordt.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Rosenmöller.

De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):

Mijn vraag aan mevrouw Klip zou deze zijn. Wij schetsten allebei de mogelijkheden voor een strategie voor pakketjes of kleine akkoorden versus mogelijk grotere akkoorden. Waar ligt uw voorkeur?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Mijn voorkeur ligt bij de effectiviteit van die pakketjes. Dat kan de ene keer een heel klein pakketje zijn en de andere keer een heel groot pakket. Ik denk niet dat het verstandig is — dan zeg ik het een beetje huiselijk — als het kabinet selectief gaat shoppen en dan een keer met die en dan een keer met die onderhandelt. Wanneer je onderhandelt, dan gaat het om het krijgen van meerderheden, maar met name om het creëren van draagvlak, om het erkennen — ik denk even aan het vorige debatje dat we hadden — van een probleem, van de onderliggende oorzaken van dat probleem en hoe je met geven en nemen tot een oplossing kunt komen. Ik kan mij voorstellen dat dat af en toe over meerdere onderwerpen tegelijk zal gaan.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Wanneer zo'n groot onderwerp zich aandient, bijvoorbeeld de miljoenennota of de begrotingen, die uiteindelijk neerslaan in een belastingplan, zou het dan niet zo zijn dat je dan niet kunt shoppen bij de een en bij de ander, omdat je dan echt spaak komt te lopen?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Wij denken dat selectief shoppen sowieso geen lang leven beschoren is, maar het hangt van het onderwerp af, of van de clustering van onderwerpen, hoe groot of klein dat pakket dan is. U heeft mij horen zeggen dat ik al niet meer het woord "oppositiepartijen" gebruik. Ik heb het over "coalitiepartijen" en "niet-coalitiepartijen", want gezamenlijk zijn wij echt verantwoordelijk. Ik zei dat al. Ook de niet-coalitiepartijen hebben een verantwoordelijkheid om samen te komen tot oplossingen voor dit land. Zeker in dit tijdsgewricht — u heeft daar ook uitvoerig aandacht aan besteed — heeft dat de hoogste prioriteit.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Is de conclusie dan niet dat je, zeker als het gaat om begrotingen waarbij de start wordt gemaakt bij de miljoenennota, dit eigenlijk als een groot pakket moet zien?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Laat ik daarvoor echt de reactie van het kabinet afwachten. Ik denk dat onze partijen delen dat het effectief moet zijn en dat je dan niet moet hiphoppen van het ene onderwerp naar het andere.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

We wachten op het antwoord van het kabinet, maar u gaf het eigenlijk zelf al.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik was gebleven bij de zin dat deze vragen over alle verschillende mogelijkheden tot samenwerken en tot elkaar komen, mij brengen bij de wens van de VVD-fractie dat dit kabinet met langetermijndenkers deze maatschappelijke uitdagingen daadwerkelijk te lijf gaat. We zien dit terug in het regeerakkoord, onder andere in het voornemen om de rekening niet door te schuiven naar volgende generaties en het investeringsklimaat te verbeteren, zodat werkgelegenheid en verdienvermogen op korte en langere termijn toenemen. Maar het gaat ook over zorg, wonen, stikstof, AI en ga zo maar door. Hoe denkt het kabinet voor al die onderwerpen een gedegen, langjarige strategische aanpak te ontwikkelen? We kunnen ons goed voorstellen dat voorstellen daadwerkelijk langjarig zijn en over coalitieperiodes heen gaan.

Dan kort iets over financiën. De financiële situatie wordt door de geopolitieke situatie, de daarmee samenhangende noodzakelijke financiële inspanningen en de vele nationale uitdagingen niet rooskleuriger. In tijden van crisis, zoals nu, blijkt het grote belang van een solide financiële basis. Die basis heeft dit land. Een groot punt van zorg betreft de autonome groei van de zorgkosten en de scherpe stijging van de kosten in de sociale zekerheid. Ik kom daar dadelijk overigens op terug. Om ons mooie zorgsysteem en ons socialezekerheidsstelsel ook in de toekomst te behouden, zullen hervormingen moeten worden doorgevoerd. Ik hoop dat het bijbehorende gevoel van urgentie ook daadwerkelijk postvat bij de niet-coalitiepartijen.

Dan de inhoud, voorzitter. Wij doen als VVD-fractie ons best om in dit debat niet op de stoel ...

De voorzitter:

Mevrouw Klip, ik zie een interruptie van de heer Dessing.

De heer Dessing i (FVD):

Ik dank de VVD voor het aanstippen van het onderwerp financiën, omdat dat toch een punt van zorg is. De vraag die ik aan de VVD heb, is de volgende. Ik ken de VVD als een zeer prudente financiële partij die altijd goed op de centjes let, maar we zien in dit regeerakkoord een heleboel ambities die een enorme stapeling van kosten met zich meebrengen. Is dat wat de VVD betreft houdbaar? Moeten we niet, als we willen voorkomen dat we Griekse begrotingstekorten krijgen in Nederland, keuzes maken? En aan welke keuzes denkt de VVD dan?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik heb de minister van Financiën bij de Voorjaarsnota horen zeggen dat de financiële onderbouwing van het regeerakkoord al enigszins achterhaald is. Met wat er nu gebeurt in het Midden-Oosten, is die Voorjaarsnota eigenlijk ook alweer achterhaald. Ik ken deze minister van Financiën inderdaad als een heel prudente rekenaar, voor wie onder andere de 3%-norm voor het begrotingstekort een belangrijke grens is. Daar moeten we met elkaar goed over nadenken voordat we die zouden willen overschrijden, omdat dat ook te maken heeft met de mogelijkheid van Nederland om geld te lenen en tegen welke tarieven dat kan. Dus ja, er zullen keuzes gemaakt moeten worden. Op dit moment heb ik geen heel specifieke keuzes voor ogen, behalve — dat is het punt dat ik net ook noemde — dat ons zorgstelsel en ons socialezekerheidsstelsel te duur worden. We hebben een fantastisch zorgstelsel en ook een fantastisch socialezekerheidsstelsel. Ik kom daar dadelijk op terug. Als we die stelsels ook voor volgende generaties willen behouden, zullen we moeten bijstellen en ombuigen. Misschien zijn er nog meer keuzes nodig, maar dit zijn in ieder geval twee grote trajecten waar we, met het oog op volgende generaties, echt iets aan moeten doen.

De heer Dessing (FVD):

Dat antwoord van de VVD begrijp ik, dus dank daarvoor. Toch denk ik dat het niet voldoende is. Er zullen ook keuzes gemaakt moeten worden in het belang van Nederland. Is het, gezien de opgaven die we hebben, ook internationaal, wat de VVD betreft bespreekbaar om daar opnieuw naar te kijken? Mevrouw Klip gaf zelf net ook aan dat we, als we zo doorgaan, zeker gezien de oorlog in Iran, die 3%-norm ruim overschrijden.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik ga niet vooruitlopen op die 3%, maar als je door je oogharen kijkt — je hoeft niet eens door je oogharen te kijken — dan weet je dat er meerdere keuzes noodzakelijk zullen zijn.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Voorzitter. Ik was bij de inhoud. De VVD-fractie doet haar best om in dit debat niet op de stoel van de Tweede Kamer te gaan zitten. Het politieke en het inhoudelijke primaat liggen immers aan de overkant. Toch ontkomen wij natuurlijk niet aan inhoudelijke aandachtspunten, die immers de uitvoerbaarheid en doeltreffendheid van wetsvoorstellen bepalen.

Ik begin met onze binnenlandse en internationale veiligheid, waarbij onze onverminderde steun aan Oekraïne voor de VVD-fractie staat als een huis. Hoe gaat de Europese samenwerking in de defensie-industrie met voorrang daadwerkelijk vorm krijgen? Onlangs hoorden we dat Engeland, Finland en Nederland gezamenlijk wapens gaan kopen. Dat is een mooi begin, maar wat doet het kabinet om ervoor te zorgen dat standaardisatie van defensiematerieel de algemene norm wordt zodat producten uit verschillende landen probleemloos op elkaar aansluiten? De VVD-fractie is ook benieuwd binnen welke termijn het kabinet verwacht het wetsvoorstel in te dienen waarin de NAVO-norm van 3,5% wordt vastgelegd. Daarbij komt dat energiebeleid inmiddels een integraal onderdeel is van veiligheidsbeleid en een krachtig en duurzaam energiebeleid bovendien onlosmakelijk verbonden is met een sterke Nederlandse en Europese economie. Graag een reflectie van de minister-president op deze onlosmakelijke verbondenheid.

Voorzitter, dan migratie. Heel kort, omdat ik het zo gek vond om er niks over te zeggen. De VVD-fractie deelt het streven van dit kabinet om grip te krijgen op migratie. Dat is harder nodig dan ooit, zeker nu ook de geopolitieke strijd in het Midden-Oosten op meerdere fronten zeker extra vluchtelingenstromen op gang zal brengen. Het is heel goed dat we daar volgende week in dit huis, ongetwijfeld uitvoerig, over zullen spreken.

Dan onze ondernemers. Onze huidige en toekomstige ondernemers, klein en groot, hebben behoefte aan ruimte om te investeren. We hebben met vele anderen zorg over het wetsvoorstel Werkelijk rendement box 3. Ook hier betreft het naast grote vooral ook heel vaak kleine spaarders en beleggers, serieuze ondernemers die hebben gewerkt en gespaard en hun pensioen hebben opgebouwd via de verhuur van onroerend goed of via aandelen. Diezelfde groep wordt hierdoor ontmoedigd om te investeren en dat gaat helemaal in tegen de oproepen van de heer Draghi en Wennink om juist fors te investeren in de Europese economie. Alleen zo kunnen we immers een sterk, welvarend en onafhankelijk Europa zijn en blijven met goede sociale voorzieningen. In dit licht is het goed dat de Wbso, die bedrijven fiscaal stimuleert om te blijven innoveren, wordt verbreed en dat hierdoor meer innovatie wordt aangejaagd. Aan welke maatregelen denkt het kabinet om succesvolle start-ups en scale-ups daadwerkelijk voor Nederland en Europa te behouden, vragen wij aan de minister-president. Want helaas vertrekken er eigenlijk te veel.

Daarnaast ondersteunt de VVD-fractie het streven van 1,5% structurele economische groei, zoals opgenomen in het regeerakkoord en ook door de heer Wennink genoemd als noodzakelijk om onze voorzieningen op peil te houden. Wij realiseren ons heel goed dat in tijden van oplopende geopolitieke spanningen een antwoord daarop geen gemakkelijke opgave is, maar zou de minister-president daar toch iets over kunnen zeggen? Hoe kijkt het kabinet overigens aan tegen de veelgehoorde oproep om te komen tot een kapitaalmarktunie, zodat investeren over de grens in Europese bedrijven gemakkelijker wordt?

Dan onze energievoorziening. Die staat ernstig onder druk. Zo is onze gasvoorraad voor deze tijd van het jaar historisch laag, minder dan 5% tegen normaal 35%. Voor gas heeft ons land geen strategische reservevoorraad om de mondiale gasprijs te dempen of een noodvoorraad voor het aanvullen van actuele fysieke tekorten. Bovendien is Nederland voor twee derde van haar gasvraag afhankelijk van import. Het vullen van de gasopslagen voor volgende winter zal bij de huidige geopolitieke situatie moeilijk en duur zijn. Zeer recent meldde de Gasunie overigens dat voorzichtig begonnen is met de eerste vulling voor de winter van '26-'27. Kan de minister-president toelichten hoe het kabinet aankijkt tegen de actuele en te verwachten situatie met betrekking de koopkracht, dus de betaalbaarheid, de leveringszekerheid en onze nationale en Europese energieweerbaarheid?

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Ik reageer even op …

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik had uw interruptie verwacht.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Dan ben ik benieuwd naar uw antwoord. Nee, ik zal de vraag stellen. Is de VVD het met JA21 eens dat, gezien de situatie die u zelf schetst, het ontzettend dom is om uiteindelijk alle gasputten in Groningen met beton vol te storten?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Wij zijn nog niet zover. Het is wel heel interessant om te kijken hoe het kabinet aankijkt tegen betaalbaarheid, leveringszekerheid en onze energieweerbaarheid. Ik ga ervan uit dat een kabinet dat zich verantwoordelijk voelt, alle opties die aan de orde komen onder de loep neemt. Daar hoort dit onderwerp zeker bij.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Ik begrijp uit dit antwoord eigenlijk dat de VVD daarin geen standpunt wil innemen en het overlaat aan het kabinet.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik wacht in ieder geval graag de suggesties van het kabinet af, want dat is de volgorde die wij hanteren in dit land.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Nog even over energie. Ik wilde het ook nog hebben over de kolencentrales. Die leveren op dit moment een belangrijke bijdrage in het opvangen van de energiecrisis. We lezen in het coalitieakkoord dat er gewerkt wordt aan een zogenaamde capaciteitsmarkt. In verband met de leveringszekerheid van elektriciteit, zouden kolencentrales dan stand-by gehouden moeten worden. Op basis van de huidige regelgeving gaan kolencentrales in ons land in 2030 dicht. Dat zal betekenen dat onderhoud en personeelsbestand langzaam zullen worden afgebouwd. Is het kabinet van plan, tegen de achtergrond van de actuele situatie, hiervoor met nieuwe regelgeving te komen? Zo ja, wanneer? Het is namelijk echt heel snel 2030.

Dan de Nota Ruimte als integrale visie op de ruimtelijke ordening van Nederland, met als planhorizon 2050 en een doorkijk naar 2100. Die Nota Ruimte is hard nodig in een land waarin we met 18 miljoen mensen leven op 41.000 vierkante kilometer, waarvan de helft landbouwgrond is.

Wilt u dat ik stop?

De heer Van Hattem i (PVV):

Dat is op zich wel een punt waar ik meteen op aan kan haken. U heeft het over die 18 miljoen mensen die in Nederland leven op een zeer beperkt oppervlak. Ondertussen heb ik de VVD maar heel kort gehoord over asielmigratie. We gaan het daar natuurlijk volgende week over hebben, maar in dit regeerakkoord wordt wel duidelijk gezegd: "We gaan die keuzes nu wel maken om zo orde terug te brengen en te zorgen voor een verminderde instroom van asielmigranten." We zien voortdurend een terugkrabbelende beweging van coalitiepartij D66. Hoe staat de VVD er nu in? Welke keuzes gaan er nu concreet gemaakt worden en wat verwacht de VVD-fractie van dit kabinet?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Dit kabinet heeft zich geschaard achter de voorliggende wetsvoorstellen van minister Faber. U zult het mij niet euvel duiden dat wij niet vooruitlopen op het debat dat we volgende week hebben. De VVD maakt zeker geen terugtrekkende bewegingen wat betreft het grip krijgen op migratie, maar het debat moet eerst z'n loop hebben volgende week.

De heer Van Hattem (PVV):

Dat hoop ik natuurlijk ook, dat het z'n beslag gaat krijgen en er niet vanuit de coalitie, inclusief D66 en het CDA, terugtrekkende bewegingen worden gemaakt. Maar wat wordt er nu verder gedaan? In het coalitieakkoord wordt duidelijk gezegd: we gaan die keuzes nu wel maken. Welke keuzes komen er, los van de wetten die al op stapel staan, voort uit het kabinet? Wat mogen we op dit vlak wat de VVD betreft verwachten? Wil de VVD bijvoorbeeld, om maar iets te noemen, een asielstop? We zien nu namelijk een minister die richting gemeentes allerlei maatregelen over het land uitstrooit. Hij wil asielopvang afdwingen en gaat gemeentes verzoeken doen. Maar welke keuzes gaat het kabinet nu maken om die asielinstroom verder in te dammen, behalve de zaken die al door een vorig kabinet in de steigers zijn gezet?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Welke keuzes het kabinet gaat maken, gaan we zien. Het lijkt me echt niet effectief en doeltreffend om nu vooruit te lopen op het debat dat we volgende week hebben. We zullen elkaar daar ongetwijfeld meerdere keren in treffen. Misschien zijn we het op een aantal punten ook wel eens.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Dan kan ik eigenlijk wel een beetje concluderen dat er behalve de plannen die er al lagen helemaal geen nieuwe ideeën, keuzes of verwachtingen liggen bij dit kabinet om maar iets te doen aan de asielinstroom. Het laat de zaak gewoon op z'n beloop. Is het niet hard nodig om meer te doen dan wat nu voorligt, dus er echt voor zorgen dat er een asielstop komt? Er wordt letterlijk gezegd "we gaan de asielstroom terugdringen". Wat wordt er concreet gedaan om dat te doen? Is dit alles wat we kunnen verwachten?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

De minister zit achter de regeringstafel en heeft uw opmerkingen gehoord. De VVD gaat zich nu niet scharen achter een asielstop. Wij delen met de PVV de grote ernst van de situatie en het feit dat er op meerdere fronten iets gebeuren moet.

Ik was bij de Nota Ruimte. Onze kritiek op de voorliggende Nota Ruimte is dat er nog geen echte keuzes worden gemaakt.

De voorzitter:

Nog een interruptie van de heer Koffeman.

De heer Koffeman i (PvdD):

Ik heb mevrouw Klip net in een bijzin horen zeggen dat 50% van het grondoppervlak van Nederland wordt benut voor landbouw. Ik ben een beetje bang dat een deel van haar betoog gaat over die andere 50%. Die 50% landbouw levert nauwelijks een bijdrage aan het bruto nationaal product, maar levert een enorme bijdrage aan de vervuiling van dit land. Een groot deel van het voedsel dat daar geproduceerd wordt, wordt geëxporteerd zonder dat het een grote bijdrage aan het bbp levert. Is mevrouw Klip-Martin met ons van mening dat daar iets aan zal moeten gebeuren? Als we ruimte willen zoeken voor andere toepassingen, moet de landbouw echt anders ingericht worden.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Een groot deel van de thema's die u aansnijdt, komt aan de orde in het stikstofdebat. Ik kom daar straks heel kort op terug. Ik weet niet helemaal zeker of ik de cijfers goed in mijn hoofd heb, maar volgens mij zijn de laatste jaren 50.000 boerenbedrijven gestopt. Er vindt dus een natuurlijke afname van het aantal agrarische bedrijven plaats. Ik weet uit een vorig leven als dijkgraaf dat er in de Gelderse Vallei tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe bijna geen opvolging is bij alle agrarische bedrijven die daar zijn. Daar vindt dus een autonome afbouw plaats. Wij verwachten dat er, opgehangen aan het stikstofbeleid, allerlei maatregelen worden genomen om te kijken hoe we onze gronden effectiever kunnen inrichten. Ik lees in het regeerakkoord dat versterking van onze natuurgebieden, wat vroeger Natura 2000 heette, daar zeker bij hoort.

De heer Koffeman (PvdD):

Toch even in het kader van de bijenles die we net hebben gekregen. Als de helft van de korf benut wordt voor een niet-rendabele activiteit, zal je daar echt structureel anders mee om moeten gaan. Op het moment dat je zegt "we gaan in het stikstofdebat kijken of we met allerlei tovermiddelen, zoals tovervloeren, luchtwassers en voorsporen, kunnen proberen de stikstof terug te dringen", ben je niet bezig met een structurele aanpak van die onrendabele ruimtebenutting. Dan ben je bezig met uitstel van executie. Ik denk dat de VVD daarin een belangrijke rol zou moeten nemen als zij meer ruimte wil nemen voor economische activiteiten, maar ook voor toepassingen als woningbouw.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Het is denk ik een te ingewikkeld onderwerp om kort te behandelen. Als ik het heel erg platsla, zijn u en ik het eens over het feit dat er minder koeien in Nederland moeten zijn. Als u vooralsnog genoegen neemt met dat antwoord, gaan we de discussie later verder voeren.

De heer Koffeman (PvdD):

Ik vind het heel fijn dat de VVD zegt dat er minder koeien moeten zijn. Dat gaat nog niet zo ver als D66, dat zegt: er moeten 50% minder koeien zijn. Maar het is in ieder geval het begin van een discussie die de goede richting op gaat.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Het is mooi dat dit debat daar aanleiding voor gegeven heeft.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Onze kritiek op de voorliggende Nota Ruimte is dat er nog geen echte keuzes worden gemaakt. Bij de bijbehorende noodzakelijke bouwproductie is het van belang om niet alleen op kwantiteit maar ook op kwaliteit te sturen. Daarbij speelt ook de locatiekeuze op basis van de bovengrondse en de ondergrondse infrastructuur een rol, zeg ik met klem. Bovendien verdient, naast nieuwbouw, de aanpassing van de bestaande huizenvoorraad en kantoorgebouwen nog meer aandacht, van doorstroming tot splitsen en optoppen. Met welke militaire precisie wordt gezorgd voor een daadkrachtige aanpak? We horen graag een reflectie van de minister-president op deze punten, want ook op dit terrein kunnen we ons geen treuzelen veroorloven.

Voorzitter. Dan de zorg. Ik sprak daar al over. De zorg in Nederland is goed, heel goed. Ons land heeft sinds 2006 een stelsel dat gebaseerd is op solidariteit en gereguleerde marktwerking. Iedere inwoner mag zich verzekerd weten van de noodzakelijke zorg, zonder onderscheid des persoons. Toch staan de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg onder druk. Bij ongewijzigd beleid zullen de kosten in 2040 zijn gestegen tot zo'n 200 miljard euro, tegenover 120 miljard euro nu. Om burgers te verzekeren van zorg als die echt nodig is, hebben de Nederlandse Zorgautoriteit en het Zorginstituut Nederland in 2021 het advies Passende zorg gepubliceerd. Dit advies heeft als belangrijkste uitgangspunt dat we alleen zorg zouden moeten leveren als die aantoonbaar bijdraagt aan het functioneren van mensen in het dagelijks leven en aan hun kwaliteit van leven. De consequentie hiervan is groot: mensen blijven verzekerd van zorg als zij die nodig hebben, maar het levert ook enorme financiële besparingen op. Het gaat om miljarden. Het gaat hierbij wel om politieke keuzes en het handhaven van een consequente lijn. Het is een enorme transitie waaraan meerdere kabinetten zich zouden moeten committeren. Hoe moedig is dit kabinet om hierin de eerste stappen te zetten?

De stikstofproblematiek. We hadden het er al over. Dit onderwerp heeft gelukkig ook de aandacht van het kabinet. Ook hier is voortvarendheid een must. Gelukkig hoeft het kabinet niet vanaf nul te beginnen. Er is al veel besproken, bedacht en uitgezocht. Nieuwe onderzoeken en strategieën buitelen over elkaar heen. Met een taskforce stikstof is een volgende stap gezet. Hoe moeten we die taskforce precies zien binnen het bestuurlijke krachtenveld op dit dossier? Wat gaat via deze taskforce nu precies worden bewerkstelligd wat tot nu toe nog niet is gelukt? Eigenlijk zouden wij tegen de minister van LVVN willen zeggen "voort met de geit", ware het niet dat er ook bij de geitenhouderij nog een probleem is op te lossen.

Voorzitter, tot slot. In het licht van de huidige geopolitieke situatie zouden weerbaarheid en onafhankelijkheid de bakens moeten zijn voor Nederland en Europa. Een gezonde financiële positie, een zich blijvend ontwikkelende economie en energiezelfstandigheid zijn daarbij essentieel. Europa kan zich onderscheiden als democratisch bestuurd werelddeel met een verregaande verduurzaming van de energievoorziening. Om een energieonderzoeker van instituut Clingendael te citeren: "Nederland moet door de zure appel heen bijten om echt strategisch autonoom te worden."

Voorzitter. Ik sluit af met een hartenkreet aan dit kabinet. Politiek is niet voor bange mensen. Durf te kiezen, zeggen wij tegen het kabinet, ook als die keuze ongemakkelijk is of pas op de langere termijn effect sorteert. Geen besluit nemen is namelijk ook een besluit, maar vaak met minder grip op de gevolgen. Ook tijd is niet gratis.

Dank u wel.

De voorzitter:

U heeft een interruptie van de heer Rosenmöller.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik heb nog een vraag aan mevrouw Klip-Martin. Die vraag gaat over een onderwerp waar ik eigenlijk vanaf wil, namelijk onze relatie. Ik heb met veel belangstelling geluisterd en heb waardering voor het feit dat u niet spreekt over oppositiepartijen, maar over het nemen van gezamenlijke verantwoordelijkheid op de langere termijn. Kunt u mij uitleggen hoe zich dat verhoudt tot het uitsluiten van een van de grotere politieke bewegingen in dit land van regeringsdeelname?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Weet u, in verkiezingstijd zoekt iedereen de randen op om extra scherp te zijn, om elkaar te overtuigen en zich van elkaar te onderscheiden. Ik begrijp dat het voor mij misschien makkelijker is om dat te zeggen dan voor u. Dat hebben we gehad. De brand waarin de wereld zich langzamerhand bevindt, vereist van ons allemaal — nogmaals, ik begrijp dat dat voor mij makkelijker is om te zeggen dan voor u — dat we een of twee treden hoger gaan staan en vanuit die gezamenlijke verantwoordelijkheid kijken hoe we Nederland en Europa in deze turbulente wereld vooruit kunnen brengen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Als u zegt "dat hebben we gehad", verwijzend naar de verkiezingsperiode, dan lijkt me dat voor u moeilijker om te zeggen dan voor mij. Wij hebben u niet uitgesloten, maar u heeft ons uitgesloten. Als we dat gehad hebben, beginnen we gewoon opnieuw. Dan gaan we met elkaar samenwerken en zien we wel waar we uitkomen. Is dan de conclusie, als u ook spreekt over de wens om tot afspraken te komen over een kabinetsperiode heen, dat we dit niet nog een keer meemaken van de kant van de VVD?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Dat is een vraag die ik nu niet kan beantwoorden. Dat begrijpt u ook, dat ik die nu niet kan beantwoorden. Maar ik heb het kabinet regelmatig horen zeggen dat het graag ook met de niet-coalitiepartijen vanuit die gedeelde verantwoordelijkheid samen wil werken. Tijd heelt soms ook wonden.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Dat herkennen we allemaal. Maar dan kom ik toch nog even, tot slot, op de logica in uw redenering. U zegt, verwijzend naar de verkiezingsperiode, de scherpe randjes, et cetera: dat hebben we gehad. Als u een pleidooi houdt voor afspraken op de langere termijn, als u een beroep doet op oppositiepartijen om zich niet als zodanig op te stellen en verantwoordelijkheid te nemen, dan is toch eigenlijk de enige logische consequentie uit die redenering dat je dat uitsluiten opheft en dat je kijkt waar je met elkaar uitkomt, om het in uw woorden te zeggen?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Nogmaals, ik heb het kabinet ook horen zeggen dat het samen met niet-coalitiepartijen tot die oplossingen wil komen. Volgens mij geven wij in deze Kamer samen in ieder geval al heel lang het goede voorbeeld.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Lagas van de fractie van de BBB.