Verslag van de vergadering van 7 april 2026 (2025/2026 nr. 24)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 15.20 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst willen de leden van de Voltfractie de minister-president en het kabinet feliciteren. Het is goed dat er weer een kabinet is, dat er een akkoord tot stand is gekomen en dat dit in een hoog tempo is gebeurd. Tegelijkertijd is het wel een minderheidskabinet. Dat brengt een aantal uitdagingen met zich mee. Ik wens hun daar veel succes mee.
Voorzitter. Ik wil vandaag nadrukkelijk spreken over Europa. Veel van de wetgeving waarover wij hier stemmen, wordt in belangrijke mate in Brussel gemaakt. De Europese Unie is op veel terreinen medewetgever en bepaalt de kaders waarbinnen nationaal beleid mogelijk is. Als Eerste Kamer moeten wij dus niet alleen kijken naar wat dit kabinet in Den Haag doet, maar ook naar wat het in Brussel doet. Daar zit ook een democratisch vraagstuk. De minister-president zit namens Nederland in de Europese Raad, waar regeringsleiders besluiten nemen over sancties, migratie, begrotingsregels, uitbreiding van de Unie, geopolitiek en noem maar op. Daar wordt vaak tot het laatste moment onderhandeld, terwijl onze parlementaire debatten dan al hebben plaatsgevonden. Daarom is het belangrijk dat het parlement tijdig weet welke koers Nederland daar gaat varen. Daarom is mijn eerste en misschien wel belangrijkste vraag aan de minister-president vandaag: wie wil hij zijn in Europa? Hoe gaat hij zorgen dat Nederland weer bekendstaat als een betrouwbare lidstaat, die Europa wil versterken? Hoe zorgt hij ervoor dat beide Kamers tijdig worden geïnformeerd over de Nederlandse inzet in Europa?
Voorzitter. In het coalitieakkoord lees ik dat het kabinet kiest voor een sterk Nederland in een sterk Europa, dat wil investeren in defensie, economie, innovatie en digitalisering en dat de Europese samenwerking wil versterken. Dat zijn belangrijke ambities, maar een sterk Europa vraagt niet alleen om woorden, maar ook om politieke keuzes. Over die keuzes wil ik de minister-president vandaag bevragen.
Laat ik beginnen met de economie, want als we het hebben over Europa, dan hebben we het uiteindelijk over economie, industrie, energie en technologie. Veel van ons economische beleid wordt in Europees verband bepaald. Daarom moeten we het ook hebben over de groene economie. De energietransitie en de verduurzaming van de industrie zijn namelijk niet alleen klimaatbeleid, maar ook economisch en geopolitiek beleid. De vraag is ook niet meer of de economie groen wordt, maar waar de groene industrie van de toekomst komt te staan. Is dat in Europa, in China of in de Verenigde Staten?
Het coalitieakkoord spreekt over innovatie, industriepolitiek en strategische autonomie, maar de actualiteit heeft ons inmiddels wel ingehaald. Door de oorlog buiten Europa stijgen de energieprijzen en wordt er weer gekeken naar fossiele alternatieven als steenkool. Dat kan niet de oplossing zijn. Het slechtste wat we kunnen doen in een energiecrisis, is teruggaan naar de energie van het verleden. Het beste wat we nu kunnen doen, is investeren in de energie van de toekomst. Deze energiecrisis laat zien hoe afhankelijk Nederland is van energie van buiten Europa. Daarom moeten we juist nu investeren in duurzame energie, waterstof, batterijen, het elektriciteitsnet en groene industrie, zodat we minder afhankelijk worden van de industrie van de toekomst buiten Europa. Daarom heb ik een aantal vragen aan de minister-president. Ziet het kabinet de energietransitie als een kostenpost of als een economische groeistrategie voor Nederland en Europa? Is het kabinet bereid prioriteit te geven aan investeringen in duurzame energie en energie-infrastructuur in plaats van in nieuwe fossiele infrastructuur? Is Nederland bereid in Europa te pleiten voor een grote Europese investeringsagenda voor groene industrie en energie? Kan de minister-president toezeggen dat het kabinet niet zal investeren in fossiele alternatieven? Anders overweeg ik hierover een motie in tweede termijn. Wie aan de groene economie bouwt, bouwt aan de economie van de toekomst.
Voor de energiecrisis die eraan komt, of waar we ons al in bevinden, ligt het voor de hand om bedrijven die nu extra winsten maken door de geopolitieke situatie, een bijdrage te laten leveren aan kwetsbare huishoudens. De Tweede Kamer heeft onlangs een motie aangenomen om dat nationaal te onderzoeken, maar het kabinet heeft toen zelf aangegeven dat prikkels op het gebied van fossiel juist Europees moeten worden aangepakt voor een gelijk speelveld. Daarom vraag ik of het kabinet wil toezeggen dat het zich op Europees niveau zal inzetten voor een Europese solidariteitsbijdrage.
Voorzitter. Europa is niet alleen een economische samenwerking; Europa is in de kern ook een rechtsorde. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het rechtssysteem van de Europese Unie vormen samen een van de sterkste mensenrechtenbeschermingen ter wereld, mits we loyaal blijven aan de Europese waarden en instituties en mits we blijven geloven in wereldvrede en in de kracht van de Verenigde Naties en alle verdragen die we in VN-verband met elkaar zijn aangegaan. In een wereld waarin er oorlog woedt op ons Europese continent, in Oekraïne, en waarin Israël, net over de grens van dat continent, genocide pleegt in Gaza, inhumane vernietigingstactieken toepast in Libanon en samen met de Verenigde Staten een oorlog voert tegen Iran, staan wij voor de vraag wat voor Europa wij willen zijn: een economische samenwerking of een waardenunie? In mijn ogen kan dat allebei, maar dat vraagt in deze tijd om de moed en het lef om te handhaven wat er Europees en in VN-verband in de afgelopen 80 jaar is opgebouwd. Dan kan het niet anders dan dat er geen begrip wordt getoond voor het schenden van mensenrechtenverdragen en voor het schenden van internationaal humanitair oorlogsrecht. Daarom vraag ik de premier om actief te staan voor het internationaal humanitair oorlogsrecht, om te staan voor het versterken van ontwikkelingssamenwerking en om te staan voor de mensenrechten en hun instituties.
Voorzitter. De geopolitieke strijd is in belangrijke mate er ook een van technologie. Deze strijd gaat over onze data, AI, chips, en cloud- en digitale infrastructuur. Het coalitieakkoord bevat hier ook plannen toe, maar digitale autonomie kan Nederland niet alleen realiseren. Dat kan alleen op Europees niveau. Mario Draghi heeft vorig jaar in zijn rapport over het Europese concurrentievermogen een duidelijke waarschuwing afgegeven. Europa loopt technologisch achter op de Verenigde Staten en China en is afhankelijk van buitenlandse technologieën en cloud- en data-infrastructuur. Daarom vraag ik de minister-president welke rol Nederland wil spelen in de Europese strategie voor digitale autonomie, AI, en cloud- en data-infrastructuur. Is het kabinet bereid om actief te investeren in Europese digitale infrastructuur en technologie? Hoe gaat het kabinet dat aanpakken en zorgen voor snelheid?
Voorzitter. Het coalitieakkoord spreekt over bescherming van de rechtsstaat en zijn democratische instituties, maar tegelijkertijd zien wij voorstellen zoals de Asielnoodmaatregelenwet en plannen om het demonstratierecht in te perken. Dat zijn ontwikkelingen die op gespannen voet staan met internationale verdragen en rechtsstatelijke principes. Internationale verdragen en het EVRM zijn geen vrijblijvende afspraken. Zij vormen de juridische basis van onze rechtsstaat. Wetgeving die daarmee in strijd is, is niet alleen politiek onwenselijk, maar ook juridisch onhoudbaar. Ik wil hier dan ook iets principieels zeggen over onze rol in deze Kamer, ook richting de collega's. De Eerste Kamer heeft zeker een politieke rol, maar wij hebben ook een constitutionele verantwoordelijkheid. Wij moeten wetten toetsen aan de Grondwet, aan Europese verdragen en aan internationale verdragen. Dat betekent dat wetten die in strijd zijn met deze verdragen, internationale verdragen, mensenrechten of de rechtsstaat, door deze Kamer tegengehouden dienen te worden. Dat is wat mij betreft geen politieke keuze, maar dat is onze constitutionele verantwoordelijkheid. Daarom vraag ik de minister-president hoe dit kabinet gaat garanderen dat wetgeving altijd in lijn is met het EVRM en andere Europese verdragen, internationale mensenrechtenverplichtingen en onze Grondwet.
In het coalitieakkoord staat dat Europese regels sneller een-op-een moeten worden ingevoerd. Dat steunt Volt, maar dat moeten we dat ook doen bij het minimumjeugdloon. Volgens de Europese minimumloonrichtlijn moeten uitzonderingen goed onderbouwd en evenredig zijn. In de ogen van Volt is dat bij het minimumjeugdloon in Nederland niet het geval. Daarom vraag ik of het kabinet bereid is om het minimumjeugdloon stapsgewijs te verhogen, zodat dat in lijn komt met het Europees recht.
Voorzitter. Tot slot nog één punt. Nederland heeft zich verbonden aan het VN-Kinderrechtenverdrag, waarin staat dat het belang van het kind een eerste overweging moet zijn bij beleid en wetgeving. Deze Kamer heeft eerder al uitgesproken dat een kinderrechtentoets moet worden toegepast binnen de jeugdzorg. Volt vindt dat deze toets breder moet worden toegepast bij wetgeving die kinderen raakt. Daarom wil ik de premier vragen of hij kan toezeggen dat dit kabinet een kinderrechtentoets toepast bij wetgeving die kinderen raakt, en hierover rapporteert in de memorie van toelichting. Mocht ik hier geen toezegging op krijgen, dan overweeg ik een motie hierover in te dienen in de tweede termijn.
Ik kijk uit naar de beantwoording. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Rooijen, van de fractie van 50PLUS.