Plenair Van der Goot bij voortzetting behandeling Debat regeringsverklaring



Verslag van de vergadering van 7 april 2026 (2025/2026 nr. 24)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 15.42 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van der Goot i (OPNL):

Mevrouw de voorzitter, dank u wel. Allereerst een woord van welkom aan het nieuwe kabinet. Onze fractie is blij dat er een missionair kabinet is. We hopen dat dat vier jaar zo blijft en dat de Kamer ook tevreden is met het beleid.

Voorzitter. De heer Rosenmöller nodigde de minister-president uit om buiten een rondje te hardlopen. Ik zou die uitnodiging graag iets aanpassen. Laten we er geen rondje Binnenhof van maken, maar laten we echt naar de randen van het land gaan, de regio in. Als ik mee mag, stel ik voor dat we het bij wandelen houden. Dat is op mijn leeftijd wel zo verstandig en je ziet dan ook beter wat er speelt.

Voorzitter. OPNL, dat staat voor Onafhankelijk Politiek Nederland, is een platform van provinciale en lokale partijen. OPNL is vertegenwoordigd in de Staten van zeven provincies, te weten in de drie provincies in het noorden van het land, in alle drie de provincies in het zuiden en in Flevoland. Ze hebben mij gekozen als hun vertegenwoordiger in de Eerste Kamer. Sinds 2000 zit OPNL, vroeger OSF, onafgebroken in de senaat, steeds met één zetel. Richting het kabinet zeg ik het volgende. Mijn fractie is blij met het nieuwe kabinet. Zoals altijd is onze lijn in deze Kamer dat we ons constructief opstellen waar dat kan en scherp zijn waar dat nodig is. Dat geldt ook richting dit kabinet.

Voorzitter. In een debat over de regeringsverklaring gaat het natuurlijk vaak over internationale en geopolitieke omstandigheden. Daar is vandaag, terecht, al veel over gezegd. In dat opzicht sluiten we ons graag aan bij de bijdragen van het CDA en GroenLinks-PvdA. Vandaag wil ik, mede namens de CDA-fractie, zelf drie onderwerpen aan de orde stellen, met als gemeenschappelijk thema het belang van de regio. Het Rijk heeft decennialang vooral geïnvesteerd in regio's die al sterk waren. Het rapport "Elke regio telt!" laat zien dat dat niet alleen een verkeerde beleidskeuze was, maar ook het vertrouwen in de overheid schaadt. De regering omarmde dit rapport. In zijn reactie stelt het kabinet dat het noodzakelijk is om die investeringslogica te doorbreken. "Ook de regio's buiten de Randstad zijn noodzakelijk voor de grote opgaven waar Nederland voor staat. Die potentie wordt nog te vaak onvoldoende benut", aldus het kabinet.

Voorzitter. Mijn eerste thema is de regioparagraaf in de Voorjaarsnota. Hier past natuurlijk ook een woord van dank aan de minister van Financiën en waarschijnlijk ook aan de minister van Binnenlandse Zaken. Het opnemen van de regioparagraaf in de stukken rond de Voorjaarsnota 2026 is een belangrijke stap. Het laat zien dat regio's nadrukkelijker worden meegenomen in de beleidsafwegingen van het Rijk. Onze beide fracties waarderen dat. Tegelijkertijd willen onze fracties het kabinet houden aan zijn eigen analyse. In de kabinetsreactie op Elke regio telt! staat dat het economisch beleid van de afgelopen decennia, mede onder invloed van het new public management, heeft geleid tot het beleid, gericht op het sterker maken wat sterk is en tot een terugtrekkende beweging van het Rijk uit de gebieden buiten de economische kernen. Dat heeft nadelige gevolgen en zet daar de legitimiteit van het Rijk onder druk. Dat moet anders, aldus het kabinet. Juist daarom is een herijkte investeringsagenda nodig, die het belang van de brede welvaart in alle regio's onderkent.

De brief van het kabinet aan de Tweede Kamer van 30 januari 2026 over het Nationaal Programma Vitale Regio's laat zien dat er serieus wordt gewerkt aan regionale plannen in elf regio's in Nederland en dat de investeringsagenda aanzienlijk is: ongeveer 1 miljard euro per jaar. Onze fracties vinden deze inzet van het Rijk een goed begin. Deze fracties willen daarom graag geïnformeerd worden hoe wordt geborgd dat de nieuwe investeringslogica leidt tot een evenwichtige verdeling van investeringen over heel Nederland.

Daarnaast stelt het kabinet dat er nog meer nodig is om recht te doen aan Elke regio telt!. Het noemde in dit verband drie aanbevelingen. Omwille van de spreektijd zal ik ze niet opsommen, maar verwijs ik naar de betreffende kabinetsreactie uit 2023. Wel vraag ik de minister-president toe te zeggen dat de voortgang van de uitvoering van deze aanbevelingen voortaan jaarlijks wordt gedeeld met beide Kamers, te beginnen met dit jaar. Afhankelijk van het antwoord van de minister-president overweeg ik een motie op dit punt.

Mijn tweede thema betreft de economische potentie van de grensregio's. Grenswerkers lopen nog altijd aan tegen fiscale en administratieve barrières, die niet meer van deze tijd zijn. Dat geldt in het bijzonder voor flexwerkers. Verschillen in en tussen belastingstelsels en sociale zekerheid zorgen voor veel rompslomp en onduidelijkheid, zeker nu binnen Nederland zelf thuiswerken steeds normaler is geworden. Onze fracties vinden dat verschil voor de grensregio's onwenselijk. Juist het grensoverschrijdend thuiswerken moet eenvoudiger worden gemaakt, omdat daar grote economische kansen liggen voor de grensregio's. Op dit moment wordt die potentie onvoldoende benut. Nederland laat kansen liggen als gevolg van belemmeringen die oplosbaar zijn, bijvoorbeeld door als regering beter samen te werken met onze buurlanden. Er zijn onlangs stappen gezet, zoals sinds 1 januari van dit jaar met de invoering van een fiscale drempel, de 34-dagenregeling met Duitsland. Tegelijkertijd ontbreekt een vergelijkbare regeling met België, terwijl ook daar juist veel economische dynamiek is, bijvoorbeeld rond Gent-Terneuzen door Seaport en bij Brainpark Eindhoven. Dat wringt, zeker gezien de belangrijke ontwikkelingen in de Euregio Maas-Rijn, het gebied rond steden als Maastricht, Aken en Luik. Denk daarbij aan de Einsteintelescoop. Nederland en zijn buurlanden zetten daar terecht op in. Dan moeten ook die andere randvoorwaarden op orde zijn: een goed functionerende grensarbeidsmarkt, zonder de bovengenoemde barrières.

Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):

Ik luisterde heel aandachtig naar de woorden van de heer Van der Goot en ik herkende de problematiek in de grensregio die hij schetst. Toen hij begon over de Einsteintelescoop dacht ik: misschien kan hij nog iets meer toelichten waarom het juist rondom dat project zo belangrijk is dat er in de grensregio wordt samengewerkt.

De heer Van der Goot (OPNL):

Het is een samenwerkingsverband, waaraan universiteiten en wetenschappelijke instellingen in de drie landen, België, Duitsland en Nederland, deelnemen. De Einsteintelescoop — we hopen natuurlijk dat het doorgaat — wordt gevestigd in de Ardennen. Als je daar werkt en je bent formeel gezien werkzaam in Duitsland of Nederland, dan is het de vraag wat dat betekent voor de fiscaliteit en voor de sociale zekerheid. Voor zo'n succesvol project zou je toch niet willen dat daar zo'n discussie over ontstaat?

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Dank voor de toelichting van de heer Van der Goot. Ik herken het probleem. Heeft hij ook ideeën over een oplossing om dat te kunnen organiseren, en dan ook breder voor de grensregio in plaats van alleen voor één specifiek project?

De heer Van der Goot (OPNL):

Zeker. Allereerst moeten we met Duitsland, maar ook met België, de belastingverdragen zo aanpassen dat de periode van 34 dagen wordt opgehoogd en de drempel naar boven gaat. In de tweede plaats moet er worden gewerkt aan de disconnectie tussen de sociale zekerheid en de fiscaliteit. Het Beneluxparlement heeft in maart van het vorig jaar de aanbeveling aangenomen om daarmee aan de slag te gaan. Dat rapport ligt te wachten op een antwoord van de drie Beneluxlanden. Het materiaal ligt er dus. We hopen dat dat wordt opgepakt door de regeringen.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Tot slot. Ik vind dit een heel goede oplossing. Wat Volt betreft zou het helemaal Europees geregeld kunnen worden, maar ik vind het een interessante oplossingsrichting om te beginnen in Beneluxverband.

De heer Van der Goot (OPNL):

Dank u wel. Voor de sociale zekerheid heeft Europa dat inderdaad gedaan, maar voor de fiscaliteit is de competentie op dit moment nationaal gericht. Daarom moeten we het zoeken in de disconnectie tussen sociale zekerheid en fiscaliteit. Hoe is "werktijd" precies gedefinieerd? Wanneer begint de werkdag? Als je de hele dag gewerkt hebt in Duitsland en je klapt 's avonds thuis je laptop een halfuur open, wordt een halve dag dan meteen gezien als een dag? Zulke dingen moeten aan de kant, want daar kun je werkgevers en werknemers niet mee opzadelen.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Van der Goot (OPNL):

Onze fracties vragen het kabinet om meer tempo. Wanneer kunnen we concrete stappen richting België verwachten? Kan de minister-president toezeggen de Kamer in 2026 niet alleen te informeren over de voortgang, maar ook te laten zien welke concrete resultaten worden bereikt?

Tot slot de Benelux. Onze minister-president, de heer Rob Jetten, zei in maart tijdens de plenaire zitting van het Beneluxparlement: "Wij zijn het kloppend hart van Europa, want een Beneluxwet vindt vaak zijn weg naar de rest van de Europese Unie". Daarnaast zei hij: "Artikel 350 biedt ons de mogelijkheid om te pionieren. Laten we samen die ruimte pakken." Artikel 350 is een artikel uit een Europees verdrag. De fracties van CDA en OPNL onderschrijven de woorden van de minister-president. De Benelux Unie biedt de mogelijkheid om sneller samen te werken, juist ook op dossiers waar het op EU-niveau langer duurt. Nederland is momenteel voorzitter van de Benelux Unie. Dat brengt een verantwoordelijkheid met zich mee.

Voorzitter. Mijn vraag aan de minister-president is: welke problemen stelt Nederland als voorzitter bij de toepassing van artikel 350 als prioriteit? Op welke dossiers wil het kabinet de Benelux Unie inzetten om concrete stappen te zetten, bijvoorbeeld bij het wegnemen van specifieke grensbelemmeringen, zoals de zojuist door mij genoemde regelingen voor grenswerken? Wil het kabinet zich gezamenlijk met de andere Beneluxlanden richten op het omzetten van een of meer EU-richtlijnen, zodat de omzettingen in nationale wetgeving niet leiden tot fricties aan de binnengrenzen van de Benelux Unie? Zonder wrijving geen glans, zegt het spreekwoord, maar deze voorbeelden van wrijving kunnen wat onze fracties betreft wel een onsje minder.

Tot slot. Welke resultaten wil het kabinet in deze voorzittersperiode bereiken, juist op de terreinen waar burgers en bedrijven het verschil maken? Als de minister-president zegt "laten we die ruimte pakken", dan zeggen de fracties van OPNL en CDA "aan de slag". Laten we ervoor zorgen dat we meters maken en dat we bruggen bouwen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Walenkamp van de Fractie-Walenkamp.