Verslag van de vergadering van 7 april 2026 (2025/2026 nr. 24)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 22.37 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):
Dank u wel, voorzitter. Veel dank aan de minister-president en zijn collega's voor hun aanwezigheid hier en voor het aangename debat dat we hadden met de minister-president, al was er wel een punt waarvan ik het toch echt de moeite waard vind om te zeggen dat ik dat niet aangenaam vond, namelijk de houding die het kabinet aanneemt ten opzichte van Israël en de Verenigde Staten. Ik hoop dat de minister-president richting Israël toch meer het woord zal voeren zoals hij dat destijds, nog niet zo lang geleden, in de Tweede Kamer deed en dat hij ook stevigere taal aanslaat richting de Verenigde Staten; daarmee sluit ik me een beetje aan bij wat collega Koffeman al zei. Ik ben wel heel blij met de toezegging van de minister-president om niet extra te gaan investeren in fossiele energie.
Dan het volgende; ik moet het een beetje snel doen. De Kinderrechtentoets. De minister-president gaf aan dat het kabinet daarmee bezig is op VWS in het kader van de jeugdzorg. Dat klopt. Daarover is ook een motie van ons aangenomen hier, waarin de regering werd verzocht dat te gaan doen. Ik wil voor de collega's die het misschien niet meer zo scherp hebben, toch even benoemen dat het VN-Kinderrechtencomité er in 2022 op aangedrongen heeft bij Nederland dat wij een Kinderrechtentoets moesten gaan toepassen op al ons beleid en onze wetgeving. Dat is namelijk nodig omdat wij de belangen van kinderen in Nederland onvoldoende meewegen in de beleidsvorming en de wetgeving die wij maken. Het was in 2022 dat ze daar al op aandrongen, maar tot nu toe is daar door de regering niet zo veel mee gedaan. De Kinderombudsman is daarom zelf met zo'n toets gekomen. Die is bedoeld voor overheden om wetgeving en beleid te toetsen. Ook de Kinderombudsman geeft aan dat dit echt nodig is omdat er nog altijd veel negatieve impact is op kinderen die voortkomt uit wetgeving. Het toeslagenschandaal is daar een voorbeeld van. In eerste instantie denk je misschien dat dat niet direct veel met kinderen te maken heeft, maar indirect was dat wel degelijk zo. Het is denk ik wel duidelijk dat het heel negatieve gevolgen heeft gehad voor kinderen van toeslagenouders. Ik zie de heer Van der Goot voor een interruptie …
De voorzitter:
Gaat u vooral even door.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Ik ga door? Oké. Ik heb een motie voorbereid omdat ik graag zou zien dat de Kinderrechtentoets op alle wetgeving wordt toegepast. Die motie luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Nederland zich heeft verbonden aan het VN-Kinderrechtenverdrag en dat het belang van het kind een eerste overweging moet zijn bij alle maatregelen die kinderen raken;
overwegende dat de Kamer eerder heeft uitgesproken dat een kinderrechtentoets moet worden toegepast bij wetgeving over de jeugdzorg;
overwegende dat wet- en regelgeving ook buiten de jeugdzorg direct of indirect gevolgen kan hebben voor kinderen;
verzoekt de regering de Kinderrechtentoets toe te passen bij alle toekomstige relevante wetgeving die kinderen raakt, en hierover telkens te rapporteren in de memorie van toelichting bij dergelijke wetsvoorstellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Perin-Gopie, Hartog, Van der Goot, Visseren-Hamakers, Janssen, Walenkamp, Rosenmöller, Van Meenen en Koffeman.
Zij krijgt letter H (36848).
De heer Van der Goot i (OPNL):
Ik ben natuurlijk mede-indiener van deze motie, maar ik heb toch nog wel een vraag. Ik probeer me voor te stellen aan welke elementen u denkt voor die Kinderrechtentoets, zodat het ons allemaal een beetje duidelijk is waarom dit moet worden verbreed tot datgene wat het vroeger was.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Dank u wel, meneer Van der Goot. Dank voor deze vraag, want dan kan ik nog even toelichten hoe die toets er precies uitziet. Daar ontstaat misschien nog wel wat verwarring over. Het beeld is dat dit een hele grote administratieve toets is, maar dat is het dus niet. De toets bestaat uit vier stappen. De eerste stap is: onderzoek of het voorstel het belang van het kind raakt. Dat moet je dus onderzoeken door bronnen te raadplegen en kinderen zelf ook te bevragen. In stap twee wordt verzocht om te onderzoeken wat andere belangen zijn, want een wetsvoorstel kan ook andere belangen hebben, die overeenkomstig zijn, ook in het belang van het kind zijn of juist tegenstrijdig zijn. Stap drie is om een belangenafweging te maken. Je moet dus duidelijk maken welk belang er zwaarder weegt. Stap vier is daarover verantwoorden. Dat zou in dit geval dus inhouden dat je in de memorie van toelichting aangeeft hoe de verschillende belangen gewogen worden en wat dat voor effect heeft op de kinderen.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Schalk heeft nog een, hopelijk korte, interruptie.
De heer Schalk i (SGP):
Even een korte vraag, omdat de minister-president wat ontwijkend reageerde op mijn vraag. Als het op alles toegepast moet worden, zegt mevrouw Perin dan dat het ook toegepast moet worden op wetten over draagmoederschap en abortuswetgeving?
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Voor de definitie van een "kind" hou ik eigenlijk de definitie aan die ik ken uit de wetenschap. Dat heeft te maken met hoe kinderen gemaakt worden. Pas wanneer het geboren is, is het een kind. Daarvoor is het een embryo of een foetus. Het wordt een kind als het daadwerkelijk uit de vrouw verdreven is.
De voorzitter:
Dit kan een hele lange discussie worden. Dat willen we niet. Ik hoop dat u een heel verstandige opmerking maakt, meneer Schalk.
De heer Schalk (SGP):
Een hele verstandige opmerking, voorzitter. In deze Kamer hebben we een wet aangenomen waarin staat dat kinderen die zijn overleden in de moederschoot mogen worden ingeschreven in de burgerregistratie. Het kan niet anders dan dat het een burger, een mens, is. Wij hebben toen ook gevraagd of dat bijvoorbeeld ook een geaborteerd kind mocht zijn. Het antwoord van de regering was ja. Het gaat dus om mensen, om kinderen.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Dit bevestigt eigenlijk wat ik zei, namelijk dat we pas als het uit het lichaam van de vrouw is, spreken van een "kind". Maar al zou ik de lijn van collega Schalk handhaven dat het belang van het kind moet worden meegewogen, dan kan het ook zijn dat in de belangenafweging tussen het belang van het kind en het belang van de vrouw die dat kind draagt, het ene belang misschien zwaarder of anders wordt gewogen dan het andere belang. Als ik meega in uw retoriek, zou je daar dus inderdaad ook een Kinderrechtentoets op kunnen toepassen, die verschillende belangen kunnen afwegen en daar vervolgens verantwoording over kunnen afleggen.
De voorzitter:
Ik ga deze discussie toch afronden.
De heer Schalk (SGP):
Ik denk dat we het niet eens worden. Ik begrijp dat mevrouw Perin-Gopie hier een restrictie aanbrengt in haar eigen opvattingen.
De voorzitter:
Dank u wel voor deze discussie. Ik geef graag het woord aan de heer Walenkamp. Nee, de heer Van Rooijen is aan de beurt. Ik lees verkeerd. Ik moet mijn leesbril ook opzetten. De heer Van Rooijen.