Verslag van de vergadering van 13 april 2026 (2025/2026 nr. 25)
Status: gecorrigeerd
Aanvang: 19.44 uur
De heer Schalk i (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Die brief is er niet, maar de heer Schalk is er wel. Ik mag allereerst beginnen door te zeggen dat we eindelijk deze wet kunnen gaan behandelen. Dat zeg ik niet vanuit een hardvochtige houding. Ik heb helemaal niets met uitdrukkingen als "het strengste asielbeleid ooit" of iets dergelijks. Waar het mij om gaat, is dat we eindelijk over de voorliggende wetten kunnen spreken, niet via mijn mailbox of via een reactie op heel veel stapels kaarten en andere post, maar gewoon hier in de Eerste Kamer, met de regering. Ik wil hier een poging doen om de zorgen van veel burgers weg te nemen — althans, ik wil proberen ze een beetje weg te nemen — dat die wetten alleen maar hardvochtig zouden zijn en geen recht doen aan de menselijke waardigheid.
Mevrouw de voorzitter. Het is niet hardvochtig wat er gebeurt met iemand die asiel zoekt in ons land. Die persoon, die mens, krijgt alle mogelijkheden aangereikt. Asielzoekers worden in beginsel niet onheus bejegend. Ze worden niet weggezet. Ze worden niet gekoeioneerd. Ze krijgen een behandeling die door de Nederlandse regering op democratische wijze is vastgesteld, met een zeer zorgvuldige procedure en zo nodig met een uitgebreide rechtsgang met heel veel waarborgen. Dat vind ik belangrijk, want het gaat hier over mensen die asiel hebben aangevraagd om uiteenlopende redenen. Denk aan oorlogsvluchtelingen die de dood proberen te ontlopen, christenen die vervolgd worden om hun geloof, mensen die dictatoriale regimes zijn ontvlucht of die hun leven niet zeker zijn door terroristische organisaties in onveilige landen, en ga zo maar door. Het zijn schokkende en diep verontrustende verhalen. We moeten eerlijk constateren dat het vaak ook gaat om mensen die om economische of andere minder bedreigende redenen asiel zoeken.
Maar goed, zodra een vluchteling, wie dan ook, ons land binnenkomt, begint onze taak om met vreemdelingen om te gaan langs de kernwoorden "rechtvaardig" en "barmhartig". "Rechtvaardig" vraagt om een behandeling naar recht. Oftewel: elke vluchteling heeft het recht om zich te beroepen op onze asielwetten, en wel in alle facetten. Dat recht heeft ook barmhartigheid in zich. Barmhartigheid begint bij binnenkomst in het land. Asielzoekers krijgen te eten en te drinken. Er wordt hun medische zorg geboden. Ze krijgen een bed, ook al is dat in een azc, en ze mogen asiel aanvragen. Onbarmhartig zou het zijn als een vreemdeling geen asiel zou mogen aanvragen of als een asielzoeker wordt weggehouden van het rechtssysteem. Maar dat doen wij hier niet. Rechtvaardig en barmhartig gaan hand in hand.
Maar we moeten ook eerlijk zijn. Een asielprocedure heeft twee mogelijke uitkomsten: je krijgt een verblijfsvergunning of je krijgt die niet. Dat laatste antwoord is een moeilijk antwoord, maar ook een noodzakelijk antwoord. We kunnen en mogen niet, bijvoorbeeld uit angst om als onbarmhartig te worden weggezet, iedereen maar een verblijfticket geven. Juist dat zou uiterst onbarmhartig zijn richting de echte vluchtelingen, die we ook in de toekomst een plek willen bieden.
Als je niet wilt dat een asielprocedure twee uitkomsten heeft, maar iedereen een thuis wil bieden, moet je eigenlijk gewoon stoppen met asielwetten en zeggen: als u hier aanklopt, zullen wij u nooit terugwijzen. Dat is natuurlijk onhoudbaar. Onze rechtsstaat heeft niet gekozen voor een ongeclausuleerd toelaten, maar voor een rechtssysteem met twee mogelijk eindstations: toewijzing of afwijzing. De asielzoeker kan dan zelfs nog in beroep gaan tegen die afwijzing. Maar krijgt hij uiteindelijk een definitieve afwijzing, bijvoorbeeld omdat het herkomstland een land is waar hij veilig naar terug kan gaan, dan geldt er een vertrekplicht. Ook dat gaat overigens weer zorgvuldig, want je krijgt dan de nodige tijd, ondersteuning en middelen om terug te gaan naar het land van herkomst. Dat is ook nodig, want vanaf dat moment is er geen perspectief meer in Nederland.
Onttrek je je bewust aan die vertrekplicht, dan handel je in strijd met de wet. Oftewel: dan ben je, hoe je het ook wendt of keert, niet meer legaal in ons land. Dan handel je illegaal. Binnen een rechtsstaat kunnen en moeten er consequenties komen als iemand de wet naast zich neerlegt. Dat geldt voor iedereen in onze rechtsstaat.
De heer Nicolaï i (PvdD):
Een korte vraag: in welke bepaling leest de heer Schalk dat er dan een vertrekplicht ontstaat?
De heer Schalk (SGP):
Ik weet niet of dat in een bepaling staat, maar dit is natuurlijk wat er aan de hand is: iemand moet dan vertrekken. Iemand moet dan terug naar het land van herkomst. Misschien heb ik het verkeerde woord gebruikt, maar ongetwijfeld horen we in de loop van deze twee dagen hoe dat precies georganiseerd is. Ik heb het even "vertrekplicht" genoemd.
De heer Nicolaï (PvdD):
Of de heer Schalk het verkeerde woord gebruikt heeft, weet ik niet, maar het gaat nogal om iets. Er wordt gezegd: het is van tweeën één, en dan krijg je een vertrekplicht. Dan ben ik toch benieuwd waar staat dat er dan een vertrekplicht is. Daar had de heer Dittrich het ook over. Ik lees nergens een vertrekplicht, maar misschien de heer Schalk wel.
De heer Schalk (SGP):
Ik heb al gezegd dat ik niet precies weet of het op die manier in de wet verwoord staat, maar ik denk dat de heer Nicolaï net als ik weet dat als iemand uitgeprocedeerd is en een afwijzing heeft gekregen, het dan de bedoeling is dat hij vertrekt. Dat bedoel ik.
De voorzitter:
Tot slot de heer Nicolaï.
De heer Schalk (SGP):
Daar heb ik het dus over. Ik heb ook aangegeven: als je dat niet doet, handel je in strijd met de wet. Oftewel: dan ben je niet meer legaal in ons land en handel je dus illegaal. Daar wil ik even naartoe, om duidelijk te maken op welke manier ik kijk naar deze wetgeving.
De heer Nicolaï (PvdD):
Ik vind het mooi om te kijken hoe we naar de wet kijken, maar ik lees gewoon de wet. We leven in een rechtsstaat. Een rechter moet de wet toepassen. Als er gezegd wordt "voor deze meneer of mevrouw geldt een vertrekplicht", dan zal de rechter vragen waar dat staat. Een senator die zegt voor de rechtsstaat op te komen, zegt dan "dat snappen we toch wel, dat vinden we toch met z'n allen?". Nee, wat wij met z'n allen vinden, hoort in de wet te staan. Ik kan de vraag ook anders formuleren: als er geen vertrekplicht in de wet staat, is deze senator van de Staatkundig Gereformeerde Partij het dan met mij eens dat er geen wettelijke vertrekplicht bestaat?
De heer Schalk (SGP):
We krijgen nu een semantische discussie over het woord "vertrekplicht", maar ik zal in de loop van vandaag de heer Nicolaï duidelijk proberen te maken welke woorden echt in de wet staan en op welke woorden ik doel. Maar volgens mij is het klip-en-klaar wat ik hier betoog: als iemand na een hele lange procedure uiteindelijk te horen krijgt dat hij hier niet mag komen, is het dus de bedoeling dat hij teruggaat naar het land van herkomst.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Schalk (SGP):
Dat ga ik doen. Op dit moment heeft de minister heel weinig instrumenten tegen illegaal verblijf in Nederland. Dat is onwenselijk en zelfs oneerlijk, want door illegaal verblijf strafbaar te stellen krijgt de minister een instrument om te kunnen handelen als illegale vluchtelingen zich moedwillig aan zijn gezag onttrekken. Voor de goede orde: dan wordt er geen mens afgewezen, want de menselijke waardigheid wordt daarin niet gekrenkt. Het asielverzoek wordt afgewezen. Natuurlijk betekent dat heel veel voor de mens achter dat asielverzoek, maar als we die conclusies niet durven of willen trekken, is het asielbeleid eigenlijk failliet. Dan staat de grens open. Dan faalt de rechtsstaat. Dan is het gezag van de overheid weg. En dat kan niet de bedoeling zijn.
Mevrouw de voorzitter. Deze wat lange inleiding had ik nodig om uit de doeken te doen langs welke lijnen de fractie van de SGP kijkt naar de voorliggende wetten. Ik ga nu naar de wetten zelf.
Van een eenstatusstelsel waarin alle vluchtelingen en subsidiair beschermden op één manier werden behandeld, gaan we naar een tweestatusstelsel, waardoor onderscheid gemaakt wordt. De mogelijkheid voor nareizen wordt beperkt tot mensen die behoren tot het kerngezin van de vreemdeling die subsidiaire bescherming geniet. Het gaat dan niet om asielzoekers die een verblijfsvergunning kregen, want voor hen verandert er niets. Het gaat om vreemdelingen met een subsidiaire beschermingsstatus. Aan die statushouder zelf worden strengere eisen gesteld, zoals het hebben van inkomsten en onderdak, zodat nareizigers niet automatisch van de Staat afhankelijk zijn. Daarnaast moet de vreemdeling al twee jaar over een verblijfsvergunning beschikken, zodat duidelijk is dat terugkeer op korte termijn niet mogelijk is.
Dit is allemaal in lijn met het internationale recht. Maar ik heb toch een vraag, want de SGP is tenslotte de gezinspartij. Er zijn zorgen dat kwetsbare gezinsleden, zoals meerderjarigen met een ernstige beperking, nu niet tot het kerngezin worden gerekend, terwijl ze mogelijk wel heel afhankelijk zijn van hun ouders. Hoe kijkt de minister daarnaar?
Mevrouw de voorzitter. De Asielnoodmaatregelenwet is bedoeld om meer grip te krijgen op de instroom van asielzoekers, maar ook om de hele asielketen per direct te ontlasten. Daardoor ontstaat er weer ruimte op de woningmarkt en voor de faciliteiten die wij willen bieden, zoals onderwijs en zorg. Er worden acht maatregelen genomen om het asielsysteem per direct en duurzaam te ontlasten en de instroom te verminderen. De meeste commotie is ontstaan door het amendement-Vondeling dat de strafbaarstelling in de wet heeft gebracht. De commotie ontstond naar mijn mening niet zozeer over de strafbaarstelling van iemand die de wet overtreedt, maar over degene die uit medemenselijkheid de wetsovertreder hulp biedt in de vorm van bed, bad of brood. Zodra deze commotie ontstond in de Tweede Kamer, heb ik op social media in ieder geval de volgende boodschap geplaatst, en ik citeer: "Het is glashelder. Wat mij betreft behandelen we de Asielnoodmaatregelenwet niet, zolang er onduidelijkheid is over de reikwijdte van de strafbaarstelling. Het is volstrekt ondenkbaar dat de SGP medemenselijkheid zou willen bestraffen." Welnu, de dienstdoende minister koos voor herstel via een novelle, die onlosmakelijk verbonden is aan de Asielnoodmaatregelenwet.
De heer Dittrich i (D66):
Had de heer Schalk dan niet veel beter een nog langer bericht de wereld in kunnen doen, namelijk dat ook het gronddelict, de strafbaarstelling van ongedocumenteerd verblijf en illegaal verblijf, uit de wet had moeten worden geschreven? Nu hebt u het alleen over hulpverleners en medemenselijkheid. Daardoor lijkt het alsof u zich met de hulpverleners identificeert, maar het gaat ook over mensen die ongedocumenteerd soms jarenlang in Nederland leven. Moeten we daar niet ook die medemenselijkheid en die barmhartigheid voor in acht nemen?
De heer Schalk (SGP):
Die medemenselijkheid en barmhartigheid gelden, zoals ik aan het begin van mijn betoog al duidelijk heb gemaakt, vanaf het moment dat men Nederland in komt en om asiel vraagt. Dan gaan die al meetellen. In juli vorig jaar, toen deze wetten, het tweestatusstelsel en de Asielnoodmaatregelenwet, door de Tweede Kamer werden aangenomen, ontstond er commotie — en daar heb ik het over gehad — echt heel erg gericht op die hulpverlening. Vandaar dat ik de 140 tekens die je volgens mij op social media hebt, heb gebruikt om dat duidelijk te maken. Stel je voor dat er andere woorden gekozen waren voor "strafbaarstelling", dan was ik daar ook nog niet zo zenuwachtig van geworden. Maar aan de andere kant maakt dit het nu ook wel duidelijk en helder, zeker gezien het feit dat we inmiddels heel veel reacties hebben gekregen, ook via de vragenrondes die we hebben gehad, over waar die strafbaarstelling op gericht is. Dat is vooral om mensen aan te kunnen pakken die óf crimineel gedrag vertonen óf gedrag dat op de een of andere manier voor overlast zorgt.
Mevrouw Karimi i (GroenLinks-PvdA):
Ik heb het gevoel dat wij in twee parallelle werelden leven. De heer Schalk praat over een interpretatie van het wetsvoorstel waarvan hij denkt dat die de bedoeling is, terwijl het wetsartikel heel duidelijk is. Ik wil het hier nog een keer voorlezen. Artikel 108a van de Vreemdelingenwet houdt het volgende in: "De meerderjarige vreemdeling die in Nederland verblijft terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat dat verblijf niet rechtmatig is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de tweede categorie." Dat is nu de wetstekst. Niets van "die persoon is een asielzoeker geweest". Niets van dat asielverzoeken zijn afgewezen. Niets van dat er een vertrekbesluit ligt. Niets daarvan! Geen woord daarvan! Iedereen, ook iemand die bijvoorbeeld een visum voor Nederland heeft gehad waarvan de geldigheid is verstreken, maar die niet vertrekt, is strafbaar. Vervolgens wordt in de novelle gezegd: dat is een misdrijf.
De voorzitter:
De vraag?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Illegaal verblijf is een misdrijf.
De voorzitter:
Uw vraag is?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
De vraag is: waar leest onze gewaardeerde collega alles wat hij hier nu vertelt en waarvan hij zegt dat het onderdeel van het wetsvoorstel zou zijn?
De heer Schalk (SGP):
Ik heb niet gezegd — dank voor de vraag natuurlijk — dat het onderdeel van het wetsvoorstel is, maar van de wetsgeschiedenis, omdat we, sinds dit behandeld werd in de Tweede Kamer, enorme discussies hebben gehad. Eerst in de Tweede Kamer, dan is er een novelle gekomen en we hebben schriftelijke rondes gehad en dergelijke. Daarin is klip-en-klaar duidelijk gemaakt op welke manier de regering zal omgaan met de strafbaarstelling. Dan gaat het — ik heb het hier even voor mezelf genoteerd — over mensen die niet meewerken. Die kunnen nu niet aangepakt worden en kunnen nu niet strafrechtelijk worden vervolgd. Het heeft nu eigenlijk voor afgewezen asielzoekers geen consequenties om niet mee te werken. Het opsporingsapparaat kan beter worden ingezet. Het is een negatieve prikkel om wel mee te werken aan vertrek. De hele wetsgeschiedenis tot nu toe ... Daarom vind ik dit debat ook zo belangrijk en hoop ik dat de minister morgen heel duidelijke uitspraken doet, juist over de onderwerpen waar grote zorgen over zijn en waarvoor we vandaag ook weer petities hebben aangenomen. Ik was daar ook bij, omdat ik graag de zorgen hoor. Die maken mij alleen maar scherper om de minister te vragen om heldere uitspraken te doen, zodat we weten hoe deze wetten toegepast en uitgelegd moeten worden.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Volgens heel veel van de juristen die ons benaderd hebben, is een van de gevolgen van het feit dat illegaal verblijf nu, zonder dat er verder iets aan gekoppeld is in de wet, als misdrijf wordt gezien, dat hulpverleners eigenlijk ook vervolgd kunnen worden voor bijvoorbeeld deelname aan een criminele organisatie.
De heer Schalk (SGP):
Daarom hebben we die novelle. Daar wilde ik al bijna over gaan beginnen. Die novelle is er juist gekomen om duidelijk te maken dat hulpverlening niet strafbaar gesteld zal worden, oftewel dat alleen de pleger aangepakt zou kunnen worden. Ik kom daar zo meteen op in mijn spreektekst.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Karimi.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Ja, maar tegelijkertijd blijven er de andere wetsvoorstellen, waarbij het bijvoorbeeld gaat om ongewenst verklaarden. Dus als je mensen die ongewenst verklaard zijn of die een zwaar inreisverbod hebben, geholpen hebt, geldt dat er gewoon strafvervolging kan plaatsvinden. Door het feit dat illegaal verblijf nu een misdrijf genoemd wordt, kan je dat zelfs als deelname aan een criminele organisatie bestempelen. Zo begrijp ik het.
De heer Schalk (SGP):
In de beantwoording door de minister heb ik gelezen dat de strafbaarstelling een strafrechtelijke sanctie is, maar dat de ongewenstverklaring een bestuurlijke sanctie is. Die hangen samen, waardoor die vreemdeling geen rechtmatig verblijf heeft. Dat is dan inderdaad, zoals mevrouw Karimi zegt, een misdrijf. Dat heeft de minister weer nodig. Zeker als er crimineel gedrag bij komt of als mensen door hun gedrag de hele zaak op stelten zetten, heeft hij ten minste instrumenten om daartegen op treden. Ik heb heel goed gehoord en gelezen dat de politie bijvoorbeeld niet overgaat tot gerichte opsporing in het wilde weg. Dat was een van de dingen waarover we het zojuist al hadden in een interruptiedebatje met de heer Dittrich. Ik ga ervan uit dat de politie wat dat betreft ook de richtlijnen volgt zoals die rondom deze wetgeving worden gegeven.
Voorzitter. Ik was bijna aan de novelle toe, maar ik had nog even twee vragen over de Asielnoodmaatregelenwet. Hoe verhoudt deze zich tot het Asiel- en Migratiepact, ook ten aanzien van de implementatie? Als niet alle onderdelen gelijktijdig geïmplementeerd worden, wat betekent dat dan voor de rechtszekerheid? Als we het over de uitvoering hebben, moeten we ook oog hebben voor de kwaliteit van de uitvoeringsorganisaties. Nu zal het in de praktijk heel moeilijk zijn om een goed oordeel te vellen over iemands situatie en of die tot toekenning of afwijzing moet leiden. De SGP maakt zich zorgen over de situatie waarin de IND bijvoorbeeld moet beoordelen of iemand al dan niet tot het christendom bekeerd is. Uit recente cijfers blijkt dat er wereldwijd ruim 380 miljoen vervolgde christenen zijn. Dat moeten we natuurlijk wel serieus nemen. Christenen die terug worden gestuurd, lopen soms enorme risico's en dat geldt ook voor andere minderheden. Hoe kan de toetsing door de IND op dit punt worden verbeterd, vraag ik aan de minister. Hoe kunnen maatschappelijke organisaties, religieuze instellingen of kerken daarbij een rol spelen? Hoe kan de samenleving meer worden betrokken bij het ontlasten van de asiel- en migratieketen?
Mevrouw de voorzitter. Met die novelle raken we aan het thema medemenselijkheid. Dat stond immers ter discussie en dat is te begrijpen als we naar de techniek kijken. Uit het Wetboek van Strafrecht volgt immers dat als een feit strafbaar is gesteld als misdrijf, niet alleen de pleger van dat feit strafbaar is, maar ook diegene die het feit doet plegen, medepleegt, uitlokt of medeplichtig is aan het feit. Zie de artikelen 47 en 48. Dat was precies de complicatie bij het amendement over de strafbaarstelling illegaliteit, waarvan ik onmiddellijk afstand heb genomen zoals ik zojuist al zei. Daarom wil ik vandaag volstrekte helderheid hebben over de novelle die dit probleem oplost, want die bestaat in feite uit één extra toegevoegde volzin, die inhoudt dat deelnemen aan illegaal verblijf anders dan als pleger niet strafbaar is. Dus alle deelnemingsvormen worden uitgesloten. De gekozen oplossing betekent dat de genoemde strafbepaling zich alleen uitstrekt tot de pleger. Toch zijn er tot vandaag aan toe heel veel mensen die aan ons als senatoren berichten hebben gestuurd die bang zijn dat een volgende minister of een ander kabinet tot andere interpretaties zou kunnen komen, waardoor hulpverlening alsnog strafbaar zou worden gesteld. Kan de minister hier voor de wetsgeschiedenis klip-en-klaar verklaren dat de interpretatie van vandaag ook geldend is voor volgende kabinetten en opvolgende ministers?
De heer Janssen i (SP):
Op dat laatste punt hebben we de afgelopen twee jaar wel meegemaakt dat dit in de praktijk niet zo was, dus dat biedt geen zekerheid. Maar mijn vraag gaat over iets anders, namelijk over de hulpverlening. Volgens mij mist de heer Schalk de kern van het bezwaar van al die hulpverleners, namelijk dat zij gekenmerkt worden als medepleger van het misdrijf. Dat is wat zij in artikel 3 worden: medepleger van een misdrijf. Dat dit niet strafbaar is, is het doel. Maar zij worden gekenmerkt als de medepleger van een misdrijf. Dat steekt hen. Ik zal daar straks — over ongeveer een uur, hoop ik — in mijn eigen bijdrage op ingaan. Ook kan hen dat in enorme gewetensnood brengen. Erkent de heer Schalk dat deze hulpverleners door dit artikel, door deze novelle gekenmerkt worden als medepleger van een misdrijf?
De heer Schalk (SGP):
De heer Janssen heeft natuurlijk gelijk dat op het moment dat je op die manier naar de wetgeving kijkt, je daar niet omheen kunt. Daarom is het ook op deze manier verwoord. Waar het mij om gaat — dat was ook in juli al de grote vraag — is de vraag hoe het zit: zijn ze nou strafbaar of niet? Dat is denk ik door de novelle … Nee, ik vínd dat de novelle dat op een goede manier oplost. In ieder geval, dat hád anders gekund — dat weet ik ook wel — maar voor dit moment kun je hier in ieder geval rechtsgronden aan ontlenen voor degenen die hulp verlenen. Die hebben alle ruimte. Ik vind ook dat we moeten proberen te voorkomen dat ze alleen maar bezorgder, angstiger en dergelijke worden, want de novelle is wat dat betreft glashelder.
De heer Janssen (SP):
Maar tekortschietend; daar ga ik straks zelf op in. De heer Schalk gaat voorbij aan mijn vraag, namelijk: erkent hij dat door deze formulering, door hoe het er nu staat in deze novelle, mensen die medemenselijkheid plegen — al die categorieën die zijn opgenoemd — gekenmerkt worden als medepleger van een misdrijf? Weliswaar worden ze daarvoor straffeloos gesteld, maar ze zijn wel medepleger van een misdrijf.
De heer Schalk (SGP):
Ik denk dat het niet anders kan dan dat we dat moeten beamen. Daarom is het ook van belang dat de strafbaarstelling op deze manier terzijde is gezet. Op die manier zorgen we ervoor dat deze mensen zich helemaal niet schuldig hoeven te gaan voelen. We hebben glashelder gemaakt, juist door de novelle en door alle documenten daaromheen, zoals de schriftelijke vragen, wat dit betekent voor degenen die hulp verlenen en medemenselijkheid betonen.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Janssen.
De heer Janssen (SP):
Toch nog even voor de derde keer. Erkent de heer Schalk dat deze mensen geraakt worden door het feit dat zij gekenmerkt worden als medepleger van een misdrijf?
De heer Schalk (SGP):
Ik heb ook begrepen van mensen dat ze dat inderdaad heel erg vervelend vinden en dat ze het gevoel hebben van: wordt daarmee wel recht gedaan? Ik zou tegen hen zeggen: de uitwerking van datgene wat uiteindelijk geldend recht is, zorgt ervoor dat ze zich daar wat mij betreft niet schuldig over hoeven te voelen.
De heer Van Hattem i (PVV):
Ik hoor de heer Schalk van de SGP net erkennen dat er sprake is van medeplegen, maar dat mensen zich daar niet schuldig over hoeven te voelen. Alleen, volgens mij moet er dan in de wet een zelfstandige grond zijn voor medeplegen. Die grond is er juist met de novelle uit gehaald, dus van medeplegen is geen sprake. Kan de heer Schalk deze lezing bevestigen?
De heer Schalk (SGP):
We moeten dit heel erg precies doen. Ik vind het een hele mooie vraag, die goed aansluit bij wat de heer Janssen heeft genoemd. Ik kijk ook langs de heer Van Hattem naar de minister om hier ook nog duidelijk uitklaring over te geven. Hoe is nou uiteindelijk de positie van degenen die medemenselijkheid betonen?
De heer Van Hattem (PVV):
Wat de PVV betreft had het er wel in mogen staan. Wij zitten niet met het element van medemenselijkheid. Dat had gewoon strafbaar mogen zijn. Met die novelle is het juist eruit gehaald. Er wordt nu door de heer Janssen en anderen hier gezegd dat er nog steeds sprake is van medeplegen, maar dat is nu juist niet meer het geval. Als hier wordt geroepen dat daar wel sprake van is, moeten we in ieder geval duidelijk hebben dat daar duidelijk geen sprake van is. Anders hadden we het gewoon in de wet moeten laten staan.
De heer Schalk (SGP):
Ik vind ook dat we moeten zeggen wat er in de novelle staat. Ik heb het hier geciteerd in een volzin, die inhoudt dat deelnemen aan illegaal verblijf, anders dan als pleger, niet strafbaar is. Daar staat het woord "deelnemen" dus nog steeds bij. We horen heel graag de uitleg van de minister. Wat mij betreft is medemenselijkheid juist hét thema bij de behandeling van dit wetsvoorstel.
De heer Nicolaï (PvdD):
Dat is de kwestie van het al dan niet plegen of medeplegen van de strafbare feiten uit artikel 108a. Ik lees dat de juristen, waar de heer Schalk het ook over had, ook nog iets anders in het oog hebben. Die zeggen het volgende en daar hebben ze gelijk in, want de minister heeft dat zelf bij de beantwoording van onze vragen ook gezegd. Die zeggen dat die novelle andere strafbaarstellingen in andere bepalingen niet beïnvloedt. De juristen hebben het erover dat een organisatie die bijvoorbeeld zegt "meld je maar bij ons en wij gaan onderduik voor je regelen zodat je niet meer weg hoeft", zich schuldig kan maken aan het strafbare feit van deelname aan een criminele organisatie, omdat zij er samen voor gaan zorgen dat de vreemdeling langer blijft terwijl diegene weg moet. Dat is nou juist strafbaar gesteld. Ze zeggen dat dat er niet is uit gehaald. Hetzelfde geldt voor het feit dat je jezelf kunt voorstellen dat zo'n organisatie van opruiing, artikel 131 uit het Wetboek van Strafrecht, wordt verdacht. Die zeggen namelijk: "Kom je maar melden bij ons. We gaan je laten onderduiken. Je bent niet meer te vinden voor de politie en voor de IND en je kan langer in Nederland verblijven." In de novelle is niet uitgesloten dat ze zich aan opruiing schuldig maken als ze dat bekendmaken. Dat is juridisch gewoon een feit. Daar wijzen die rechtsgeleerden op. Wat is daar uw visie op?
De heer Schalk (SGP):
Ik heb ook gelezen dat op het moment dat men zich schuldig maakt aan allerlei andere strafbare feiten, die natuurlijk geldend zijn. Dat lijkt mij ook logisch. Met allerlei criminele activiteiten op andere gebieden kun je je niet verschuilen achter deze novelle. Dat is logisch.
De heer Nicolaï (PvdD):
Er zijn kerkbesturen die zeggen: kom maar in onze kerk en dan zorgen wij ervoor dat je van de straat verdwijnt en dat je je verblijf kan voortzetten. Het gaat gewoon om mensen die medemenselijkheid op die manier uitleggen. Ik heb het echt over juristen die zeggen dat die mensen gewoon nog strafbaar zijn. Dat is een schrikbeeld voor die mensen. Er zijn vandaag honderden, duizenden kaarten afgeleverd aan het CDA waarin wordt gevraagd om wat meer op de "C" te letten. Heel veel mensen, ook in de kerken, willen door met dat helpen. Die krijgen het gevoel, even los van de vraag of ze medeplegers zijn, dat zij straks op één lijn worden gesteld met een criminele organisatie of verdacht worden van opruiing. Dat is de vraag. Ik heb het niet over andere strafbare feiten. Ik heb het hierover.
De voorzitter:
De vraag is duidelijk.
De heer Schalk (SGP):
Maar dat is nou precies wat de heer Nicolaï aan het doen is en wat hij bij heel veel van die juristen ziet. Die krijgen "het gevoel dat". Dat kan. Ze kunnen dat gevoel krijgen. Maar wij hebben te maken met deze wet en met de uitleg en de toelichting daarvan. Ik vind allerlei bewoordingen in de trant van "het zou misschien kunnen dat" of "het kan op die manier misschien anders uitgelegd worden" en dergelijke allemaal prachtig, maar volgens mij moeten wij blijven bij datgene wat door de minister al keer op keer is genoemd en waar ik vandaag weer naar vraag: geef helderheid over het feit dat die mensen daar niet bang voor hoeven te zijn.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog. U heeft nog een kleine minuut, meneer Schalk.
De heer Schalk (SGP):
Zeker. Er zijn ook mensen die zeggen dat ongedocumenteerden vanaf heden aan zorgmijding zouden kunnen gaan doen. Op dit moment krijgen ze goede ondersteuning en hulp, zoals die bijvoorbeeld hier in Den Haag wordt gegeven vanuit het Wereldhuis, waar ik onlangs te gast mocht zijn. Mijn vraag aan de minister is of hun positie verandert door de voorliggende wetten. En kan de minister dat toelichten vanuit het perspectief van de hulpverleners, maar ook vanuit dat van de illegale vreemdelingen of ongedocumenteerden? Zeer schrijnend is het als deze mensen ten prooi vallen aan misdadige praktijken van mensenhandelaars of als ze gechanteerd worden. Dan hebben ze bescherming nodig, ondanks het feit dat ze officieel een vertrekplicht hebben. Kan de minister daarover volstrekte duidelijkheid geven? Is de politie bijvoorbeeld ook beschermer van een illegale vluchteling? Mag deze persoon zich dan vrij en veilig melden bij de politie of bij een andere instantie?
Ten slotte, mevrouw de voorzitter. Het lijkt of ik naar de bekende weg vraag, maar dat doe ik bewust, nu er zo veel onrust is gezaaid rondom deze wetten. Als deze wetten aangenomen worden, iets wat mijn fractie van belang acht om grip te krijgen op asiel, houden we daarmee de medemenselijkheid in het oog. Ik zie uit naar de reactie van de minister.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Rooijen van 50PLUS. Na de bijdrage van de heer Van Rooijen gaan we een paar minuten schorsen voor de biobreak.