Plenair Schalk bij behandeling Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026



Verslag van de vergadering van 19 mei 2026 (2025/2026 nr. 29)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 11.35 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Schalk i (SGP):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Je zou kunnen zeggen dat er reikhalzend is uitgezien naar de behandeling van het Europees Asiel- en Migratiepact. Althans, bij de behandeling van de Asielnoodmaatregelenwet werd door een aantal partijen gezegd dat die helemaal niet nodig was, omdat het pact er toch aan kwam. Ik ben benieuwd of al die partijen nu het pact ook gaan steunen, maar dat zal nog moeten blijken.

Mevrouw de voorzitter. Bij het debat en de stemmingen rond de novelle en de Asielnoodmaatregelenwet heb ik uitvoerig uit de doeken gedaan hoe de SGP aankijkt tegen barmhartigheid in het asiel- en migratiedossier. Kortweg: rechtvaardigheid en barmhartigheid gaan hand in hand vanaf het moment dat iemand in Nederland arriveert en asiel aanvraagt. Vanaf dat moment zijn er rechten en plichten. Dat is de rechtvaardigheid. Vanaf datzelfde moment zijn er ook mensen en middelen: de barmhartigheid. Bij het debat over de Asielnoodmaatregelenwet zat de sleutel tot het borgen van barmhartigheid in de novelle. Helaas hebben een aantal partijen die borging van barmhartigheid afgewezen. Voor de SGP was dat de reden om tegen de Asielnoodmaatregelenwet te stemmen, omdat barmhartigheid niet ondergeschikt mag zijn aan de grip op asiel.

Bij rechtvaardigheid hoort overigens ook dat er op een moment een beslissing valt: je mag hier blijven of niet. Als je die beslissing niet durft te nemen, dan is het asielbeleid failliet en is de overheid haar gezag kwijt. En als je het wél aandurft — en de SGP durft dat aan, op goede gronden — dan is de barmhartigheid niet plotseling verdwenen. Nee, ook dan worden uitgeprocedeerde asielzoekers tot het laatste toe geholpen. Onder die voorwaarde vindt de fractie van de SGP het niet meer dan logisch dat het kabinet met maatregelen komt om grip te krijgen op asiel. Ik heb daar nog wel een vraag bij aan de minister. Kan hij aangeven welke onderdelen er zijn gemist doordat de Eerste Kamer de Asielnoodmaatregelenwet heeft verworpen? Op welke wijze hoopt hij dat te repareren en welk tijdpad heeft hij daarbij voor ogen?

Hoe dan ook, door het Asiel- en Migratiepact wordt de asielinstroom beperkt door meer opvang aan de Europese grenzen, strakkere termijnen voor asielaanvragen en een versnelde grensprocedure voor kansarme asielzoekers. Of dat allemaal gaat lukken, is een belangrijke vraag. Vandaag beperk ik me tot een paar vraagstukken die wat mij betreft nog om een oplossing vragen.

Allereerst noem ik het overgangsrecht, met name voor de vergunningen die van vijf naar drie jaar gaan. Normaliter worden bestaande zaken getoetst aan de wetgeving zoals die was op het moment dat de aanvraag werd gedaan, de toetsing ex tunc, tenzij de wet voorschrijft dat bestaande zaken volgens de nieuwe regels worden beoordeeld, de toetsing ex nunc. Daarbij is het uitgangspunt dat het wettelijke regime geldt dat het beste uitpakt voor de aanvrager. Kan de minister uitleggen hoe dat gaat werken? Ik noem bijvoorbeeld iemand die in januari van dit jaar een aanvraag deed voor een vergunning van vijf jaar en die pas uitsluitsel krijgt nadat de wet, hopelijk, is aanvaard en het pact in werking treedt. Op dat moment staat drie jaar in de wet. De aanvrager raakt dus eigenlijk twee jaar kwijt. Dat gaat ongetwijfeld leiden tot juridische procedures en het zal worden aangevochten bij de rechter. Klopt het dat die bestaande aanvragen straks onder de nieuwe regels worden beoordeeld en daardoor tot een negatiever besluit leiden dan wanneer ze onder de oude regels zouden zijn beoordeeld? Wat is het risico dat dit leidt tot procedures, met een grote kans dat de rechter besluit dat bestaande aanvragen vanwege de positievere uitkomst voor de aanvrager onder het oude recht moeten worden beoordeeld?

Mevrouw de voorzitter. Binnen de EU zijn afspraken gemaakt over de verdeling van asielzoekers, waarbij lidstaten verplicht asielzoekers moeten opnemen, tenzij ze hun aandeel afkopen, waardoor de asielzoekers in een andere lidstaat kunnen worden opgevangen, het zogenaamde solidariteitsmechanisme. Er wordt wel gesproken over de Europese spreidingswet, net ook al genoemd. Nu was de SGP geen voorstander van de Spreidingswet in Nederland. De zorgen die we daar destijds over hadden, worden vandaag helaas bewaarheid. Maar goed, een Europese spreidingswet bekijken we ook met de nodige zorg, vooral omdat deze nieuwe verdeelafspraken voor Nederland niet per se positief uitpakken. Anderzijds zijn het Europese afspraken, die niet in nationale wetgeving hoeven worden omgezet. Daarom zijn deze afspraken geen onderdeel van het Asiel- en Migratiepact, hoewel ze er wel nauw mee verbonden zijn. Kan de minister aangeven wat nu eigenlijk de consequenties zijn van deze niet in het Asiel- en Migratiepact opgenomen afspraken? Hoe gaat Nederland daar op de korte en langere termijn invulling aan geven?

Mevrouw de voorzitter. De ontbrekende schakel in het pact en in de Europese afspraken betreft de terugkeerverordening. Die is er nog niet. Op 26 maart heeft het Europees Parlement wel een Terugkeerverordening aangenomen. Op dit moment lopen daarover de onderhandelingen met de Europese Raad en de lidstaten. Er wordt dus wel aan gewerkt, met afspraken over detentiecentra, opsporing, uitzetting et cetera. Maar daarom heb ik de volgende vragen. Wat is de inzet van de minister bij deze afspraken? Blijft hij daarbij ondubbelzinnig inzetten op het verplicht wederzijds erkennen en uitvoeren van de terugkeerbesluiten, in lijn met de motie-Diederik van Dijk/Yeşilgöz? Wat de SGP betreft blijven de Dublinafspraken gaan over die nationale keuzes van andere lidstaten, oftewel de afspraak dat het eerste aankomstland verantwoordelijk blijft voor de opvang van asielzoekers, zodat we asielhoppen tegengaan. Kan de minister toezeggen dat dit zijn inzet is in de onderhandelingen in de EU en dat hij hier stevig op inzet?

Mevrouw de voorzitter. Met alle begrip voor privacy en gevoeligheid rond persoonsgegevens: we maken het onszelf wel heel moeilijk als het gaat over de privacy van asielzoekers, want hun hele hebben en houden wordt bekeken en besproken, maar we mogen blijkbaar niet hun telefoon gebruiken om te checken waar ze allemaal al geweest zijn. Een gegevensdrager bij uitstek, die frauderende asielzoekers zomaar kan ontmaskeren, mogen we niet gebruiken. Het zou bij de toetsing van een aanvraag helpen als de IND digitale gegevensdragers kan uitlezen om te zien of de data van bijvoorbeeld de mobiele telefoon overeenkomen met de gegeven verklaring. Trouwens, alle bellen moeten toch eigenlijk gaan rinkelen als een asielzoeker niet wil meewerken aan de check van zijn eigen verhaal? Dat is toch raar?

In de praktijk gebeurt dat uitlezen overigens wel, vaak omdat het nodig is omdat er geen andere informatie beschikbaar is om een aanvraag te beoordelen. Echter, omdat er geen juridische grondslag is voor het uitlezen, is het eigenlijk strijdig met de privacywetgeving. In deze gevallen gebeurt het meestal omdat de aanvrager er toch toestemming voor geeft. Maar ook daarvoor geldt dat het niet automatisch tot rechtmatigheid leidt, omdat er sprake kan zijn van machtsongelijkheid tussen de aanvrager en de medewerker van de IND. Zolang er geen duidelijke wettelijke bevoegdheid is, is dit dus wel problematisch en schuurt het. Door het niet wettelijk te regelen, houd je een bestaande onwettige praktijk in stand die tot een grotere inbreuk op de privacy leidt dan wanneer er een wettelijke grondslag met concrete waarborgen zou worden gesteld. Juist daardoor, door een wettelijke bevoegdheid te creëren, kunnen nadere waarborgen gesteld worden die er nu niet zijn. Mijn vraag is of de minister met spoed met wetgeving komt waardoor de IND de bevoegdheid krijgt om gegevensdragers uit te lezen zonder dat dit tot concrete privacyschendingen leidt.

Mevrouw de voorzitter. Met het wegstemmen van de Asielnoodmaatregelenwet is ook een belangrijk element weggevallen dat door een deugdelijk amendement van de SGP in de Tweede Kamer was ingevoegd, en wel over de asieldwangsommen. Maar liefst 79 miljoen euro is over de balk gesmeten vorig jaar. Die rechterlijke dwangsom willen we natuurlijk kwijt. De IND smeekt ook om afschaffing. Mijn collega Diederik van Dijk heeft opnieuw een amendement van die strekking ingediend in de Tweede Kamer. Mijn vraag is of de minister kan toezeggen dat hij dat amendement gaat omarmen en gaat uitvoeren op korte termijn. Ik weet dat dat daar deze week speelt, maar het is ook wel van belang om te weten op welke manier de minister daar nu naar kijkt. Als daar geen heldere toezegging op komt, overweeg ik een motie op dit punt.

Mevrouw de voorzitter. Bij de behandeling van de Asielnoodmaatregelenwet werden er wisselende signalen uitgezonden door belangrijke instanties. Ik heb daarom de volgende vragen. Is er nu wel voldoende draagvlak voor dit wetsontwerp? Is het uitvoerbaar door de IND en waarom is alleen bijvoorbeeld Ter Apel klaar voor de nieuwe werkwijze, zoals vanmorgen — althans, bij mij vanmorgen — bekend werd?

De heer Janssen i (SP):

Nog even terug naar de dwangsommen. Dwangsommen zijn geen boetes, maar dwangsommen zijn bedoeld om aan een ongewenste situatie een einde te maken.

De heer Schalk (SGP):

Ik heb het woord "boete" ook niet gebruikt.

De heer Janssen (SP):

Nee, dat zeg ik ook niet. Ik geef even de context. Dwangsommen zijn er om aan een ongewenste situatie een einde te maken. Vindt collega Schalk het nu belangrijker dat aan die ongewenste situatie, namelijk capaciteitsgebrek, opstropende dossiers et cetera, een einde wordt gemaakt en gaat hij daar een motie voor indienen zodat dwangsommen vanzelf niet meer nodig zijn, of gaat hij alleen zeggen: die dwangsommen moeten weg, maar we laten die oorzaak ongemoeid?

De heer Schalk (SGP):

Dat zijn een beetje onvergelijkbare grootheden, vind ik. Ze zijn wel aan elkaar gekoppeld omdat het asieldwangsommen zijn. Natuurlijk wil iedereen in dit land, ook de SGP, dat de procedures zorgvuldig maar snel worden gevolgd. Als dat nu niet haalbaar is — en het blijkt dus niet haalbaar te zijn — zijn die asieldwangsommen het resultaat daarvan en daar willen we vanaf. Dat heeft niets te maken met de vraag of ik het wel of niet van belang vind dat mensen die om asiel vragen zorgvuldig en snel worden geholpen.

De heer Janssen (SP):

Het zijn geen onvergelijkbare grootheden. Het ene is het gevolg van het andere. Je kunt geen dwangsom opleggen als er geen situatie is waarin je een dwangsom kan opleggen. Daarom is mijn vraag: vindt de heer Schalk het belangrijker dat er een einde komt aan de situatie van oplopende achterstanden, of vindt hij het belangrijker dat we het dwangmiddel dat we nog hebben, te weten die dwangsommen, wegnemen?

De heer Schalk (SGP):

Uiteraard vind ik het allereerst belangrijk, als je het hebt over oorzaak en gevolg, dat de oorzaak weggenomen wordt. Dat is natuurlijk het allerbelangrijkste. Maar als dat niet haalbaar is om de een of andere reden, bijvoorbeeld door te veel instroom, waardoor de procedures langer duren dan men van tevoren heeft kunnen inschatten, vind ik niet dat we vervolgens geld moeten gaan rondpompen via dwangsommen en dergelijke. Daarom is het wat mij betreft heel belangrijk dat we van die dwangsommencyclus af komen. Dat zegt niets over de manier waarop we snelheid moeten maken met de procedures.

De voorzitter:

Tot slot de heer Janssen.

De heer Janssen (SP):

De situatie is ontstaan door duizenden mensen te ontslaan bij de IND en door jarenlang te bezuinigen op de IND. Daardoor is deze situatie gecreëerd, en niet alleen door de instroom. Ik ben in ieder geval blij dat wij het met deze interruptie even in de context hebben kunnen plaatsen en dat duidelijk is dat het allerbelangrijkste is dat we de oorzaak wegnemen waardoor er dwangsommen kunnen worden opgelegd.

De heer Schalk (SGP):

Ja.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Schalk (SGP):

Nou, misschien nog even in antwoord op de vraag. Inderdaad, als de oorzaak weggenomen wordt, zijn die dwangsommen niet eens meer nodig. Maar we kunnen blijkbaar niet helemaal voorkomen dat procedures soms langer duren dan wij willen. Er zijn situaties, die de heer Janssen ongetwijfeld kent, waardoor er een veel grotere stroom op gang kwam dan wij ooit hadden gedacht. Dan kun je zelfs een IND die misschien wel op volle sterkte is, niet verwijten dat ze dat niet allemaal kan afhandelen. Dan is het ook helemaal niet raar dat je vervolgens zegt: daar moeten we dan geen dwangsommen aan koppelen.

Voorzitter. Mijn allerlaatste punt gaat over de actualiteit. Gisteren werd bekend dat er vliegende teams komen om gemeenten te helpen die gevolgen van de Spreidingswet ondervinden. Mijn vraag aan de minister is welke expertise er in die vliegende teams zit. Wordt daar ook een vliegende rechter aan toegevoegd? Oftewel: is de minister bereid om te onderzoeken of snelrecht mogelijk is, gelet op wat zich op dit moment afspeelt bij sommige asielcentra of beoogde asielcentra?

Wat is de stand van zaken rond de wijziging van de Wet openbare manifestaties in verband met het verbod op gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties? In 2018 heb ik een motie ingediend over een onderzoek hiernaar. Het wordt hoog tijd om dit punt op te pakken. Dat is ook de afgelopen weken weer heel duidelijk geworden bij de rellen, die geen recht doen aan hetgeen in Nederland zou moeten gebeuren.

Ik zie uit naar de reactie van de minister. Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Ik wil graag kort schorsen om even de benen te strekken enzovoorts.