Plenair Walenkamp bij behandeling Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen



Verslag van de vergadering van 26 mei 2026 (2025/2026 nr. 30)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.29 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Walenkamp i (Fractie-Walenkamp):

Dank u wel, voorzitter. Er is veel talent in Nederland. Beter onderwijs in Nederland is van levensbelang. Allereerst is een hartelijke felicitatie op zijn plaats aan collega Musa van de VVD, die zojuist haar prachtige maidenspeech heeft gehouden. Vanwege haar ervaring, kennis en netwerk in het onderwijs hebben wij hoge verwachtingen van haar en haar inbreng de komende jaren in onze Kamer. Succes daarmee.

Voorzitter. Vooraf: als leraar ben ik zeer betrokken bij het onderwijs. Ik heb verder geen zakelijke belangen. Voor ons ligt de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Hier staat veel op het spel. Het is alweer een kwart eeuw geleden dat de vorige versie werd vastgesteld. Het is dus een noodzakelijke herijking. Alle Nederlanders hebben te maken met onderwijs. Er staat genoeg op het spel.

Mijn vragen en suggesties zal ik puntsgewijs behandelen. Mijn kritiek richt zich voornamelijk op twee punten, het gebrek aan concrete objectieve normering en de angst voor een verdere uitholling van de basisvaardigheden. Het is een pleidooi voor een strikte focus op de kern.

1. Het belangrijkste bezwaar: onvoldoende harde, objectieve, heldere, toetsbare eisen. Leerlingen moeten minimaal deze kennen, kunnen en weten. Deze kunnen steviger en dwingender in de wet worden verankerd. De voorgestelde kerndoelen zijn nu vaak te abstract en te vrijblijvend.

2. Focus op basisvaardigheden. De absolute prioriteit moet liggen bij lezen, schrijven en rekenen. Wij vrezen dat door te veel bijzaken de basiskwaliteit van het onderwijs verder kán wegzakken. Nederland staat helaas ver onderaan, zo blijkt uit diverse onderzoeken, waaronder het PISA-onderzoek. Uit een OESO-studie bleek dat Nederland op de 34ste plaats, ongeveer onderaan, in de Europese Unie staat, zeker op het gebied van lezen. Dat spreekt mij als leraar Nederlands zeer aan. Sterker nog, het gaat mij zeer aan het hart. Wiskunde en natuurwetenschappen zijn niet mijn vakken, meer van de collega van SGP, maar ook daar is echt nog wel wat op aan te merken. Voor het eerst was daar namelijk een scherpe daling te zien. Er zijn dus echt wel grote problemen. De resultaten van het verslechterde schoolklimaat? Lerarentekort? Dalende motivatie? Leesplezier bij jongeren? Wat nu? Is de staatssecretaris het met mij eens dat er echt moet worden ingegrepen en dat er harde, heldere en objectieve eisen moeten worden gesteld? Deze dalende trend moet worden omgebogen.

4. De noodzaak van betere toetsing. Het opstellen van nieuwe kerndoelen alleen is niet genoeg. Wij pleiten voor betere toetsing en voor concrete consequenties wanneer leerlingen niet aan de minimumeisen voldoen.

5. Ruimte voor de leraar of lerares. Helaas moeten we constateren dat er in de afgelopen decennia van mislukte onderwijsvernieuwingen veel is misgegaan. Is de staatssecretaris het met mij eens dat het echte herstel in de klas moet plaatsvinden? Er moet dus niet alleen een raamwerk zijn met hele duidelijke doelen over waar je begint en waar je eindigt, maar juist ruimte voor een "gelukkige klas", om de collega van GroenLinks-PvdA te citeren. Leraren moeten weer ruimte krijgen voor het vakmanschap in plaats van onhaalbare, subjectieve en abstracte basisdoelen.

6. We moeten de overladenheid terugdringen. Het is nu zaak dat deze focus ook wordt doorgevoerd in de vertaling van de kerndoelen naar de praktijk in de klas. Het onderwijs is niet alleen gebaat bij nieuwe kerndoelen, maar vooral bij een concrete aanpak van wat leerlingen moeten behalen. De kritiekpunten en de alternatieven heb ik genoemd. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de structurele daling van het onderwijsniveau en de lees-, schrijf- en rekenvaardigheden te wijten zijn aan decennialange pedagogische experimenten en misplaatste vernieuwingen. Veel leraren en leraressen voelen dat zo. Bent u dat met mij eens, vraag ik via de voorzitter. Er zijn dus veel zorgen. De herziening van de wet mag geen voortzetting zijn van de trend waarin leren leren of vage competenties boven harde, heldere en toetsbare feitenkennis komen te staan. Wat onze fractie betreft moet de focus terug naar de basis. Hoe kijkt de staatssecretaris hiertegen aan?

De geformuleerde conceptkerndoelen van SLO zijn wat ons betreft nog te abstract en te vrijblijvend, en dat 150 pagina's lang. De wet moet veel concretere kennis eisen, de haalbaarheid kort en krachtig formuleren en harde minimumnormen verankeren, met een objectief geformuleerd raamwerk met daarbinnen ruimte; het gaat dus om een balans. Het is een spanningsveld.

12. De strikte hiërarchie. Ik zou willen oproepen om de net genoemde basisvaardigheden boven burgerschap en digitale geletterdheid te zetten. Hoewel deze wet is bedoeld om focus aan te brengen, regelt het wetsvoorstel ook nieuwe, formele kerndoelen voor burgerschap en digitale geletterdheid. Wij vragen ons af of dit voor jongeren met een afstand tot het onderwijs of met nogal wat praktijkvakken niet te veel wordt. Het is uiteraard belangrijk, maar wij zien ook daar een spanningsveld. Hoe kijkt de staatssecretaris aan tegen dit spanningsveld? En hoe kijkt zij aan tegen het spanningsveld rondom burgerschapsonderwijs? Dit is namelijk nogal vatbaar voor politieke en ideologische inkleuring. Ziet de staatssecretaris dit ook? Hoe gaat zij dit ondervangen, of laat zij dit geheel vrij?

13. Een oplossing: een pleidooi voor centrale sturing en objectieve toetsing op het raamwerk. Nieuwe kerndoelen op papier lossen de onderwijscrisis — zo noem ik het toch maar even — niet op zolang er geen stringente controle is op resultaten. Er moet objectieve controle zijn, ook door de onderwijsinspectie. Nogal wat scholen hebben moeite met de onderwijsinspectie en reageren verkrampt als de onderwijsinspectie langskomt. Ik heb diverse mensen van de onderwijsinspectie met goede bedoelingen gesproken. Zij spreken echt een andere taal. Dat betreft het vierde spanningsveld.

14. De herinvoering van meer centrale sturing op objectieve kwaliteit is dus broodnodig. Dit moet gepaard gaan met onafhankelijke, objectieve toetsing van de kerndoelen, zodat scholen direct kunnen worden afgerekend op het niet behalen van het minimale niveau van deze basisvaardigheden.

15. Herstel van het lerarenambt. Vakmanschap boven bureaucratie. De wet- en regelgeving dwingt leraren te veel in een keurslijf van administratieve verantwoording en abstracte beleidsdoelen. Dit is echt een hartenkreet van heel wat mensen die in het onderwijs werken. Je moet alles in Magister vastleggen: voor wie, wat en hoe. Je moet soms zes keer hetzelfde vastleggen. Dat is dodelijk vermoeiend, dodelijk vermoeiend, als u het mij toestaat, mevrouw de voorzitter. Kortom, het echte herstel van het onderwijs in de klas komt door de leraar en de lerares weer centraal te stellen als overdragers van kennis, en niet van administratie. De kerndoelen moeten naar de docent met duidelijke kaders, het raamwerk. Is de staatssecretaris dit met mij eens? Zo ja, wat gaat zij daaraan doen?

16. Pleidooi dus voor een strikte focus op de juiste basisvaardigheden en de juiste manier van omgaan met de pedagogische autonomie van scholen in plaats van een dichtgetimmerd curriculum.

Ik kom bij punt 18. Pas op met maatschappelijke wensen die te eenzijdig en te algemeen worden geformuleerd, zoals burgerschap en digitale geletterdheid, in het curriculum te stoppen. Die horen namelijk thuis in het gezin. Hoe beschouwt de staatssecretaris dit zesde spanningsveld? We zijn dus niet voor een goede vorm van AI-voorbereiding.

De balans tussen sturing en ruimte is het zevende spanningsveld. De wet introduceert een landelijk verplicht kerncurriculum met negen leergebieden voor het vo. Nederlands wordt bijvoorbeeld ook weer onderverdeeld in drieën. Het ziet er allemaal prachtig uit, maar als ik dat met mijn collega's bespreek, is er toch nog wel veel onduidelijk. Er zijn dus extra waarborgen nodig voor periodieke evaluaties door de Onderwijsraad en voor parlementaire betrokkenheid. Kunt u hierover een update geven?

20. Het onderwijsveld wil inclusief onderwijs, maar niet ten koste van leerlingen en leraren. Onderwijspersoneel staat nog altijd achter het uitgangspunt dat ieder kind recht heeft op passend onderwijs, maar de praktijk laat zien dat de randvoorwaarden voor inclusief onderwijs nog lang niet op orde zijn. Dit blijkt uit recent onderzoek van CNV, AOb en anderen onder ruim 9.000 onderwijsprofessionals. Hoe kijkt u hiertegen aan?

De grenzen van het onderwijs zijn bereikt. Het gaat nog te ver om de noodklok te luiden, maar dit speelt voor iedereen in Nederland. Het is dus toch wel belangrijk. U heeft eigenlijk de belangrijkste en de mooiste post, als ik dat via u mag zeggen, voorzitter. Dat geldt ook voor uzelf, mevrouw de voorzitter. Ook staat 56% negatief tegenover de huidige koers richting inclusief onderwijs. Eigenlijk is dat wel ontzettend jammer. Tegelijkertijd vindt twee derde van de respondenten, van die 9.000 geënquêteerden van CNV en AOb, dat meer leerlingen sneller toegang moeten krijgen tot dat speciaal onderwijs. Dat is het derde element van de leerdoelen. Daniëlle Woestenberg van het CNV, ere wie ere toekomt, zei recent: "Onderwijspersoneel wil niets liever dan dat ieder kind onderwijs krijgt dat echt past. Maar de grenzen zijn bereikt. De bereidheid in het onderwijs is groot, maar inclusief onderwijs betekent ook een zwaardere belasting voor leraren en ondersteunend personeel. Dat kan er echt niet meer bij."

22. Centraal punt van zorg is dus de toenemende werkdruk, grotere onrust in de klas, geen "gelukkige klas", en het gebrek aan personeel, expertise en passende voorzieningen. Deze grote knelpunten moeten eerst opgelost worden. Hoe ziet de staatssecretaris deze problemen? De basis moet eerst op orde zijn. De discussie moet niet gaan over of we voor of tegen inclusief onderwijs zijn, maar over de vraag hoe leerlingen daadwerkelijk het onderwijs krijgen dat bij hen past. Ik citeer nogmaals CNV-woordvoerder Daniëlle Woestenberg: "Inclusief onderwijs kan alleen slagen als scholen ook écht de mogelijkheden krijgen om leerlingen goed te begeleiden. Dat betekent kleinere klassen, voldoende specialisten en onderwijsassistenten, goede samenwerking met het speciaal onderwijs en structurele investeringen vanuit de overheid." Kan de staatssecretaris dit toezeggen? Hoe gaat zij dit organiseren? Zo nee, waarom niet en wanneer dan wel?

25. Uit onderzoek blijkt dat onder anderen veel onderwijsprofessionals wel degelijk draagvlak voelen en willen meedenken, maar dat ze deze versie en deze uitwerking niet zo realistisch vinden. Veel respondenten zien kansen in meer ondersteuning. Daarom moet eerst de basis op orde.

Het volgende punt. Een averechts effect dreigt. Wie echt wil dat ieder kind mee kan doen, ook met deze leerdoelen, moet vooral luisteren naar de mensen voor de klas, naar de praktijk. Zonder voldoende ondersteuning dreigt inclusief onderwijs juist averechts uit te pakken voor leerlingen en onderwijsprofessionals. Deze wet organiseert digitale geletterdheid en AI. Ik geloof dat ik even moet wachten.

De heer Van Meenen i (D66):

Dit is natuurlijk allemaal heel interessant. Ik hou van een debat over onderwijs, maar ik heb me voorbereid op een debat over de kerndoelen. We krijgen nu een serie opvattingen over inclusief onderwijs. Ik hoop toch dat we hier vanmiddag niet een debat over inclusief onderwijs gaan voeren. Daar ben ik te allen tijde toe bereid, maar nu even niet. Ik weet niet hoe de voorzitter zelf dat ziet, maar ik ben de draad naar de kerndoelen inmiddels een beetje aan het kwijtraken.

De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):

Als u mij toestaat, mevrouw de voorzitter, kom ik zo op digitale geletterdheid en AI. Ik denk dat ik u daarmee kan bedienen.

De voorzitter:

De vraag was …

De heer Van Meenen (D66):

Mijn punt was dat het met name over inclusief onderwijs gaat. Ik heb nu een stuk of tien punten over inclusief onderwijs gehoord, maar ik zie niet meteen de relatie met de kerndoelen.

De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):

De wet gaat over het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs. Ik vind dat laatste element, het inclusief onderwijs, hier wat onderbelicht, vandaar dat ik specifiek deze zwakkere mensen graag even wil noemen, als u mij toestaat. Die heb ik net genoemd.

De voorzitter:

Gaat u verder met het wetsvoorstel waar we hier vandaag voor zitten.

De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):

Ja. Digitale geletterdheid en AI. De kritiek richt zich met name op de inhoudelijke uitwerking van deze doelen. Mijn voornaamste punten van kritiek zijn de volgende. Eén: onduidelijk startniveau en toetsing. Veel critici en onderwijsorganisaties wijzen erop dat de kerndoelen te vaag zijn; dat heb ik net genoemd.

Gebrek aan kritische AI-geletterdheid. Onderzoekers waarschuwen dat de nadruk te veel ligt op leren werken met AI in plaats van op kritisch reflecteren op systemen. Leerlingen leren AI-gedrag beschrijven en trainen, maar missen veelal de diepgang om algoritmes en biased information, confirmation bias en vooroordelen, in AI kritisch te bevragen. Daarnaast vrezen wij ongelijke kansen. Scholen verschillen sterk in hun digitale infrastructuur en in de expertise van de docenten. Dit leidt tot vrees dat de kwaliteit van AI-onderwijs afhankelijk wordt van de school, de regio of de toevallige deskundige of minder deskundige docent.

Privacy en ethische risico's. Omdat AI-systemen vaak data verwerken, bestaan er zorgen over de privacy. Critici vinden dat de kerndoelen meer nadruk zouden moeten leggen op de digitale weerbaarheid en de juridische kaders. Hoe kijkt de staatssecretaris hiertegen aan?

Hoewel de wet nodig is om doelen een wettelijke status te geven en scholen houvast te bieden, blijft de praktische uitvoerbaarheid in het primair en voortgezet onderwijs dus een punt van zorg.

Voorzitter. Sta mij toe af te sluiten met paus Leo XIV. Hij heeft gisteren zijn eerste encycliek wereldkundig gemaakt, over AI. Laten we de mensen niet beroven van hun menselijkheid. De kern hiervan is de vraag wat het betekent om mens te zijn in deze tijd van duizelingwekkende snelle technologische veranderingen. Centraal punt in deze encycliek, Magnifica Humanitas — "schitterende mensheid" noem ik het maar even — is veelzeggend. De ondertitel is: over het behoud van menselijkheid in het tijdperk van kunstmatige intelligentie. Vandaar dat ik mijn elementen heb gericht op de zwakkere leerlingen en de zwakkere punten.

Voorzitter. Wij kennen staatssecretaris Tielen als lid van Veritas, als zoeker naar waarheid. Via u, voorzitter, wil ik de staatssecretaris vragen hoe zij op deze 25 vragen reflecteert. Hopelijk kan zij onze zorgen wegnemen. Wij zien uit naar de beantwoording.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Lagas van de fractie van BBB.