Verslag van de vergadering van 2 juni 2026 (2025/2026 nr. 31)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.41 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Dittrich i (D66):
Dank, mevrouw de voorzitter. Allereerst dank aan de initiatiefnemers voor het schrijven van dit initiatiefwetsvoorstel. Er zitten twee fracties achter de tafel, namelijk D66 en VVD, maar ik begrijp dat ook de SP, PRO en de Partij voor de Dieren erbij betrokken zijn. Fijn dat dat wetsvoorstel er is. Ook welkom aan de minister, als adviseur van de Eerste Kamer.
Jacques Zonne was 22 jaar toen hij in een boerderij bij 't Harde naar een zomerkamp van Youth for Christ ging. Op een dag moest hij bij de leider van het kamp komen, want die vermoedde dat Jacques homo was. Eerst ontkende Jacques dat, maar de leider bleef aandringen. Toen het hoge woord uit hem getrokken was, zei de leider: jij deugt niet en leeft in zonde. Jacques begon te huilen en raakte in paniek. De leider zei toen: maar we kunnen jou helpen. Er volgde een sessie waarbij vier medewerkers hun handen op zijn schouders legden en riepen dat de duivel in Jezus' naam uit zijn lichaam moest treden. Toen Jacques het na uren uitschreeuwde, zei de leider dat de duivel eruit was, maar dat er een gat in zijn ziel was gemaakt. Dat gat moest genezen worden. De volgende dag ging die leider naar de ouders van Jacques, zonder zijn toestemming, en verklapte aan die ouders dat hun zoon homo was, maar op het pad van homogenezing was en daarom in het zomerkamp moest blijven. De leider kreeg Jacques' paspoort in handen en stopte dat in die boerderij in een kluis.
Uiteindelijk heeft Jacques ongeveer twee jaar vastgezeten in die boerderij voordat hij uit die afhankelijkheidssituatie wist te ontsnappen. Al die tijd vertelden ze hem dat het slecht was om homo te zijn en dat hij een vrouw en kinderen moest krijgen. Hij was totaal getraumatiseerd en de relatie met zijn ouders is overigens nooit goed gekomen. Dit verblijf van twee jaar tegen zijn wil in die boerderij speelde zich af tot in 1974. Sindsdien strijdt Jacques Zonne tegen conversiehandelingen. Jacques zit vandaag op de tribune en is een groot voorstander van dit initiatiefwetsvoorstel.
Je zou zeggen dat zo'n situatie zeer uitzonderlijk is, maar ook recenter zijn dit type conversiehandelingen in Nederland verricht. Ik noem de ervaringen van Jeffrey Alferink en Alexander Noordijk, de predikant van de protestantste kerk in Monnickendam. Zij vertelden er vorige maand nog over op de radio. Ook mevrouw Veldhoen heeft dat programma gehoord. Conversiehandelingen komen niet uit de lucht vallen. Ze komen voor in een omgeving waar weinig begrip of mededogen bestaat voor lhbtiqa+-personen. Daar ligt de gedachte onder dat een niet-heteroseksuele geaardheid of een andere dan de cisgender identiteit iets slechts is, iets onnatuurlijks of iets wat te maken heeft met ziekte, of zelfs met iets duivels. Waar het in dit initiatiefwetsvoorstel om gaat, is dat de initiatiefnemers een streep trekken, een norm stellen.
De heer Schalk i (SGP):
Even een vraag aan de heer Dittrich. Laat ik beginnen met het verhaal waarmee hij begon. Dat vind ik verschrikkelijk. Alle compassie met mensen die zoiets vreselijks hebben meegemaakt; dat wil ik van tevoren gezegd hebben. Ik zou daar nog wel een vraag bij hebben. Hebben we deze wet nodig voor zo'n vrijheidsontneming, of hebben we in Nederland sinds 1974 ook andere wetten die daar in ieder geval iets aan zouden kunnen doen? Het lijkt me namelijk nogal wat als we 50 jaar later een vrijheidsontneming nog niet zouden kunnen bestraffen.
De heer Dittrich (D66):
De heer Schalk kent het antwoord op zijn eigen vraag, want dit is ook al aan de orde geweest in de Tweede Kamer en in deze Kamer in de schriftelijke stukken. Het antwoord is ja. Er zijn natuurlijk ook andere strafrechtelijke bepalingen die in sommige gevallen ingezet kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan dwang of intimidatie. Dat zijn allerlei dingen die al strafbaar zijn. Dit is een specifiek wetsvoorstel dat een aantal dingen samenvoegt en dat ook een meerwaarde heeft. Daar wil ik straks verder op ingaan.
De heer Schalk (SGP):
Ik kende inderdaad dat antwoord wel, maar omdat het als voorbeeld wordt ingebracht in dit debat, bij deze wet, dacht ik: misschien weet meneer Dittrich niet dat dat soort dingen strafbaar zijn op andere manieren dan via deze, nog niet volkomen wet.
De heer Dittrich (D66):
Maar waar het in dit initiatiefwetsvoorstel om gaat, is dat de initiatiefnemers een streep trekken, een norm stellen. Elke minderjarige of volwassene in een afhankelijkheidsrelatie moet vrij kunnen zijn om zijn eigen seksuele gerichtheid of genderidentiteit te beleven. Geen ander mag door middel van dwang die persoonlijkheidskenmerken onderdrukken of proberen te veranderen, want elk mens heeft het recht om vrij te zijn. Ook de niet-heteroseksuele gerichtheid en de transgenderidentiteit zijn er en mógen er ook zijn. Eigenlijk is dat al heel lang zo. Onlangs verscheen het boek van Alex Bakker. Dat heet Transgender pioniers. Daarin beschrijft de historicus hoe in het Berlijn van 100 jaar geleden gesprekken plaatsvonden met mensen die worstelden met hun genderidentiteit, of beter gezegd, hoe de omgeving van die mensen met hun diepgevoelde genderidentiteit worstelde. Dokter Magnus Hirschfeld in Berlijn met zijn team luisterde naar deze mensen, stond naast hen en begreep hen, 100 jaar geleden. Magnus Hirschfeld probeerde niet hun genderidentiteit te veranderen of te onderdrukken, want toen was en ook nu is de norm niet heteroseksueel gedrag, maar is de norm de vrijheid om zichzelf te kunnen zijn en die vrijheid ook aan anderen te gunnen.
In de gesprekken erover die ik in de aanloop naar het debat van vandaag heb gevoerd met veel mensen, van wie sommigen zich ook zorgen maken over de reikwijdte van het wetsvoorstel, bleek me dat het idee leefde dat in geloofsgemeenschappen pastorale gesprekken met iemand die vragen heeft over de eigen seksuele gerichtheid of genderidentiteit niet meer zouden kunnen, of in elk geval dat dat soort gesprekken verdacht zouden worden. Maar laat ik heel duidelijk stellen: iedereen die dit soort vragen heeft over de kern van zichzelf, doet er ook goed aan niet in zichzelf opgesloten te raken, maar juist met anderen daarover te spreken en in een geloofsgemeenschap bijvoorbeeld te gaan praten met mensen die zich in een ander kunnen verplaatsen, die naast de hulpvrager willen gaan staan en goed willen luisteren naar wat die hulpvrager bezighoudt. Ik ken heel veel mensen die daar zeer veel baat bij hebben gehad. We moeten dus niet de indruk wekken dat pastorale gesprekken niet meer kunnen. Dat is niet zo. Integendeel, meer openheid in geloofskringen kan behulpzaam zijn.
Maar er is natuurlijk wel een grens. Die grens ligt bij de criteria zoals die in de wettekst zijn verwoord na de nota van wijziging: stelselmatig of anderszins op indringende wijze. Dat werd al genoemd. Daarbij geven de initiatiefnemers aan dat voor het beoordelen van de strafbaarheid de aard, duur, frequentie en intensiteit van de handelingen belangrijk zijn. Het gaat om handelingen, waaronder ook het voeren van gesprekken, met het oogmerk — mevrouw Veldhoen had het daarover — om de seksuele gerichtheid of genderidentiteit te veranderen of te onderdrukken. Dat staat ook in de wettekst. Het geldt alleen bij minderjarigen of bij meerderjarigen jegens wie misbruik is gemaakt van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht. Bovendien moet het misdrijf dan ook nog in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf dan wel in het verband van een organisatie zijn verricht.
Dan zijn er nog vier amendementen en twee beperkingen aangebracht. Het werd al gezegd dat lid 2 oproept tot terughoudendheid, voorzichtigheid en reflectie ten aanzien van sociale of medische transitie in relatie tot de genderidentiteit. Die vallen niet meer onder de delictsomschrijving. Ik zeg er namens onze drie fracties meteen bij: die toevoeging had eigenlijk niet gehoeven. Die is wat ons betreft overbodig, omdat het niet over "onderdrukken" of "veranderen" gaat, zoals dat in het hoofdbestanddeel van het wetsvoorstel staat. Voor de wetsgeschiedenis wil ik dat graag opgemerkt hebben. In lid 7 is ook nog de medische exceptie onder woorden gebracht. Daar staat dat de zorgverlener die zich aan geldende zorgvuldigheidseisen houdt, niet strafbaar is. Er werd al gezegd dat de beroepsvereniging van psychologen de Tweede Kamer, en nu overigens ook de Eerste Kamer, heeft geschreven. Dan citeer ik: "Conversietherapie druist in tegen de ethische normen van onze beroepsgroep en geen enkele betrouwbare studie toont aan dat conversietherapie iemands seksuele oriëntatie of genderidentiteit kan veranderen." Einde citaat.
Voor D66 en de andere fracties is de wet hiermee voldoende helder geformuleerd. Wat ons betreft is aan het legaliteitsvereiste voldaan. Wij zien ook dat de wet uitvoerbaar is, getuige het positieve advies van onder andere het Openbaar Ministerie, aan wie gevraagd was of zij deze wet kunnen uitvoeren. Ook het verbod op het aanbieden van conversiehandelingen kan op onze steun rekenen. Misschien is er dan nog geen begin gemaakt met de uitvoering van die conversiehandelingen en werkt het aanbiedingsverbod preventief, want voorkomen is beter dan achteraf proberen te herstellen.
De heer Marquart Scholtz i (BBB):
De heer Dittrich refereerde zojuist aan het advies van het OM. Dat is een buitengewoon summier advies. Deze zin komt er inderdaad in voor, maar ik vraag de heer Dittrich toch het volgende. Dat advies is verstrekt voordat deze wet behoorlijk is gewijzigd, met de toevoeging "stelselmatig en/of indringend". Dat zal ook bewezen moeten worden. Daar heeft het Openbaar Ministerie niet over kunnen adviseren. Wat zegt de heer Dittrich daarop?
De heer Dittrich (D66):
Daar zeg ik op dat het woord "stelselmatig" in de wettekst is opgenomen van het initiatiefwetsvoorstel van mijzelf over het strafbaar stellen van stalking. Daar heeft het Openbaar Ministerie toen uitgebreid over geadviseerd. Sinds dat wetsvoorstel in 2004 in werking is getreden, is daar nogal veel jurisprudentie over. We weten dus precies wat het woord "stelselmatig" inhoudt. Het is dus geen vreemd begrip in ons wetboek.
De heer Marquart Scholtz (BBB):
Dat is de helft. En nu het woord "indringend".
De heer Dittrich (D66):
Ja, "indringend". We weten allemaal ... Overigens, als er een concrete casuspositie is die voorgelegd wordt aan de rechter door het Openbaar Ministerie, dan is het uiteindelijk in dat concrete geval aan de rechter om te bekijken of is bewezen dat iets indringend is of niet. Dat kun je niet hier in Den Haag, in de Eerste Kamer, in een wettekst bepalen. Daarom zijn er heel veel — dat weet u als geen ander — bepalingen in het Wetboek van Strafrecht die ruim geformuleerd zijn. Denk aan straatintimidatie, als het gaat om vrouwen die lastiggevallen worden. Denk aan het begrip "mishandeling". Dat is allemaal door de jurisprudentie nader ingekaderd. Dat zal ook hier het geval zijn.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Marquart Scholtz.
De heer Marquart Scholtz (BBB):
Dank u wel voor het antwoord, zeg ik via u, voorzitter. Maar ik blijf bij mijn punt: waarom is het Openbaar Ministerie niet grondig geraadpleegd over deze wijziging? Want ja, "stelselmatig" hebben we gezien, maar "indringend" wordt dus overgelaten aan de wijsheid van de rechter en de wijsheid van de officier die de vervolgingsbeslissing moet nemen. Maar het OM heeft hier tot nu toe niks over gezegd. Dat mis ik toch wel. Mist de heer Dittrich dit niet?
De heer Dittrich (D66):
Nee. Ik had gehoopt dat de BBB-fractie bij monde van de heer Marquart Scholtz wat meer vertrouwen zou hebben in de professionaliteit van het Openbaar Ministerie. Als zij een verzoek krijgen "wil hierop adviseren" en zij adviseren "wij kunnen hiermee uit de voeten, geen probleem", dan zie ik eigenlijk niet waarom wij daar dan verder nog moeilijk over zouden moeten doen.
De heer Schalk (SGP):
Ik zou iets willen vragen over dat "stelselmatig" ten aanzien van de wettekst waar de heer Dittrich naar verwijst, namelijk het gebeuren van belaging en stalking. Maar dat is naar hun aard heel anders, want in die gevallen zoekt de dader een slachtoffer op. In dit geval van de conversietherapie is het andersom: een hulpbehoevende zoekt een hulpverlener op. Dat is toch een heel andere situatie dan bij stalking of belaging?
De heer Dittrich (D66):
Ja, maar de vraag van de heer Schalk gaat over het woord "stelselmatig". "Stelselmatig" is een juridisch begrip dat ingekaderd en uitgelegd is door jurisprudentie. Dat betekent niet een eenmalig iets, daar moet een zeker stelsel, een patroon in zitten. Dat wil niet zeggen: drie keer, tien keer of wat dan ook. Je moet dat per geval bekijken. Het is echter absoluut een term waar men mee werkt voor wat betreft het Openbaar Ministerie of de rechterlijke macht.
De heer Schalk (SGP):
Dan kom je bij dat "stelselmatig" toch ook weer uit bij het pastoraat of het mentoraat, waar ik het zojuist over had tegen mevrouw Veldhoen. Daar kan ook een reeks gesprekken plaatsvinden waardoor achteraf bij degene die de gesprekken ondergaat, het gevoel ontstaan kan zijn, een gevoelen, dat dat onderdrukkend was, bijvoorbeeld. Je hebt nu geen echte norm, geen kader om te weten waaraan je toe bent. De heer Dittrich zei net dat het legaliteitsbeginsel voldoende is verwoord, maar het legaliteitsbeginsel gaat ervan uit dat de burger moet begrijpen waar hij strafbaar wordt. Dat is hier heel onduidelijk.
De heer Dittrich (D66):
Het voorbeeld van de heer Schalk over verschillende gesprekken die gevoerd zijn: dat kan natuurlijk, en mijn fractie vindt, onze fracties vinden het ook heel belangrijk dat die gesprekken gevoerd gaan worden, maar daar waar er een dwangelement komt om genderidentiteit of seksuele gerichtheid te onderdrukken of te verdrukken, ga je een grens over. Als na een aantal gesprekken iemand denkt "nu is mijn integriteit zodanig aangetast, dit accepteer ik niet", dan is het aan die persoon om daar melding van te maken en dan moeten de justitiële autoriteiten gaan kijken: wat doen we hiermee? In theorie zou het dan zo kunnen zijn dat men zegt: dit is absoluut niet te bewijzen. In sommige gevallen kan het weer wel bewezen worden. Dan moet er misschien wat steunbewijs zijn, als het gesprekken zijn die een-op-een achter gesloten deuren plaatsvinden. Maar dat is inherent aan het strafrecht.
De heer Talsma i (ChristenUnie):
Ik zit met belangstelling naar het betoog van collega Dittrich te luisteren. Ik meende hem te horen zeggen — als het niet zo is, is hij de eerste om mij te corrigeren — dat hij de begrippen "stelselmatig" en "indringend" herkent uit het bestaande Wetboek van Strafrecht, namelijk artikel 285b over belaging en stalking, en 429ter als het gaat over de seksuele misdrijven. Heb ik de heer Dittrich dan goed begrepen?
De heer Dittrich (D66):
Ja. Het woord "stelselmatig" staat in artikel 285b. Dat is het artikel dat belaging strafbaar stelt. Daarover is indertijd een hele discussie in de Tweede Kamer en ook in de Eerste Kamer, onder anderen door mijzelf, gevoerd. Daarna is die wet in werking getreden en is er jurisprudentie ontstaan, onder andere over het begrip "stelselmatig".
De heer Talsma (ChristenUnie):
Betekent dat wat de heer Dittrich of de fracties namens wie hij spreekt betreft dan ook dat die jurisprudentie, waar hij, denk ik, terecht naar verwijst, van toepassing zou moeten zijn op de uitleg van wat vandaag wordt voorgesteld als het gaat om "stelselmatig en indringend"?
De heer Dittrich (D66):
Ik vind dat dit allereerst aan de rechter is. We hebben hier natuurlijk het debat. Als de rechter er niet uit zou komen, kijkt hij naar de wetsgeschiedenis. Dan kijkt hij naar wat de heer Schalk heeft gezegd en naar wat mevrouw Veldhoen of ik of u hebben gezegd. Dan is het natuurlijk altijd lastig om daar iets uit te halen, maar soms zitten daar argumenten in en kan de rechter zeggen: kennelijk heeft de wetgever dit of dat bedoeld.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Talsma.
De heer Talsma (ChristenUnie):
Tot slot, voorzitter. Ik geloof dat alle rechters van dit land onmiddellijk kijken naar wat de heer Schalk en mevrouw Veldhoen hebben gezegd, maar ze zullen, denk ik, toch primair kijken naar wat er in de wet staat en wat we kennen uit eerdere rechtspraak als het gaat over deze begrippen. Nou heb ik de vraag gesteld — ik ga het straks nog een keer vragen aan de initiatiefnemers, de verdedigers vandaag — of zij aansluiting hebben bedoeld te zoeken bij deze bestaande termen uit het Wetboek van Strafrecht, namelijk "stelselmatig en indringend". Dan is het antwoord eigenlijk "nee". Dat verrast mij. Daarom vraag ik maar aan de heer Dittrich hoe hij of zijn fractie dat dan voor zich ziet. Hoe moeten we die reeds bestaande termen dan in dit kader uit gaan leggen? Want ik ben eerlijk gezegd daarbij een beetje de weg kwijt.
De heer Dittrich (D66):
Eerlijk gezegd weet ik niet of de initiatiefnemers met het woord "stelselmatig" niet hebben willen aansluiten bij het belagings- en stalkingsartikel. In eerste instantie zou ik zeggen: van zo'n begrip, dat op diverse plaatsen in het wetboek staat, zou je verwachten dat dat gelijkmatig zou moeten worden benaderd. Maar ik wil ook ruimte geven aan de rechtspraak, aan een rechter in een individuele zaak, om te kijken hoe zich dat vertaalt in die concrete zaak. Dan zou je je kunnen voorstellen dat er in het ene geval iets meer naar de ene kant wordt gekeken en in het andere geval naar de andere kant. Maar ik hoor u zeggen: ik ga het ook aan de initiatiefnemers en misschien ook wel aan de minister vragen. Ik ben heel benieuwd wat het antwoord zal zijn.
Mevrouw de voorzitter, ik ga weer verder met mijn verhaal. Ik wou namelijk zeggen dat uit allerlei rapportages en interviews blijkt dat conversiehandelingen in de zin van dit wetsvoorstel traumatische en dan met name mentale gezondheidsgevolgen voor de betrokkene kunnen hebben, tot zelfmoord aan toe. We hebben voorafgaand aan dit debat ook een petitie aangeboden gekregen. Mensen hebben in die petitie nog eens toegelicht wat voor effecten conversiehandelingen op hen hebben gehad. We hebben dus ook die brief van het Nederlands Instituut van Psychologen gehad. Het is dus echt heel serieus wat hier aan de hand is.
Ik heb twee vragen aan de regering. Allereerst over het steunpunt voor slachtoffers van conversiehandelingen. We weten dat Stichting Wijdekerk dat heeft opgezet. Zij zeggen dat sinds 2022 enkele tientallen meldingen van slachtoffers van conversiehandelingen door hen zijn ontvangen. Ik heb eigenlijk dezelfde vraag als mevrouw Veldhoen over het flankerend beleid, dus die houd ik kort. Ik heb in ieder geval zelf wel met mensen in Caribisch Nederland gesproken. Ik weet dat zij zeggen dat conversiehandelingen daar voorkomen en dat zij zitten te wachten op dit wetsvoorstel, omdat dat hun meer ruimte geeft om te protesteren, mocht men daarin te ver gaan. Ik zie dus geen enkel probleem dat dit wetsvoorstel in het kader van "comply or explain" ook daar onverkort geldt.
Mijn tweede vraag gaat over het spreekrecht voor degenen die slachtoffer zijn geworden van conversiehandelingen. Toen ik namelijk zelf als initiatiefnemer het spreekrecht voor slachtoffers in de rechtszaal in het Wetboek van Strafvordering schreef, was het mijn bedoeling dat het spreekrecht mogelijk zou zijn bij al die misdrijven waarbij grote persoonlijke schade mogelijk aanwezig was. Maar omwille van de eenvoud en om een meerderheid te halen, zeg ik erbij, heb ik toen voor de strafmaat van acht jaar gekozen, maar met uitzonderingen. We hadden het net over belaging en stalking; dat is dat andere initiatiefwetsvoorstel. Daarbij is een strafmaat van drie jaar gekozen, dus ruim beneden die acht jaar. In dit conversiewetsvoorstel is gekozen voor een maximumstraf van één jaar, maar nou lees ik dat de minister zegt: "Het toekennen van spreekrecht aan slachtoffers van conversiehandelingen waarop één jaar gevangenisstraf wordt gesteld, zou afwijken van de bestaande uitgangspunten." Dat heeft hij in de Tweede Kamer in een plenair debat gezegd. De initiatiefnemers willen echter wel dat het spreekrecht van toepassing is en hebben dat via artikel II mogelijk gemaakt door artikel 285ba in te voegen in artikel 51e van het Wetboek van Strafvordering.
Mijn fractie en de twee andere fracties willen dat spreekrecht ook voor slachtoffers in dit geval. Hoe kijken de initiatiefnemers naar de opmerking van de minister? Ik zie daar echt een onhelderheid in, dus ik vraag de minister om straks in zijn beantwoording expliciet mee te delen dat een slachtoffer van conversiehandelingen niet alleen een schriftelijke verklaring kan afleggen, die bij de stukken in het strafdossier wordt gevoegd, maar dat het slachtoffer ook mondeling, in de rechtszaal, ten overstaan van de rechter de verdachte in de ogen kan kijken en een verklaring kan afleggen. Wij weten namelijk hoe belangrijk dat voor slachtoffers kan zijn in het helingsproces. Zo nodig kom ik hier in tweede termijn op terug.
Mevrouw de voorzitter. Wat mij ontroert aan het levensverhaal van Jacques Zonne, over wie ik in het begin van mijn bijdrage sprak, is dat hij na zijn traumatische ervaringen in dat zomerkamp en nadat hij voor zichzelf de vrijheid had gevonden om openlijk als homo door het leven te gaan, die vrijheid ook aan anderen gunde. Daarom heeft hij niet gezwegen of de andere kant op gekeken, maar is hij gaan vertellen wat hem is overkomen, om anderen te helpen. Hij heeft de petitie gestart tegen conversiehandelingen, die we vandaag met meer dan 8.000 handtekeningen erop hebben mogen aannemen. Dat is het verhaal van hoe de wilskracht en de idealen van één individu betekenisvolle invloed kunnen hebben. Je zou het kunnen zien als een steen die in de vijver wordt gegooid, en het water rimpelt en die rimpelingen raken de oever.
We zijn nu 50 jaar verder sinds wat hem is overkomen, en er zijn verschillende landen die conversiehandelingen al strafbaar hebben gesteld. De Verenigde Naties hebben, bij monde van de Independent Expert on sexual orientation and gender identity, de heer Victor Madrigal-Borloz, opgeroepen tot een global ban on conversion therapy. Mevrouw Veldhoen had het al over de Raad van Europa, over 1,1 miljoen handtekeningen uit allerlei Europese landen die aangeboden zijn. Ik zou willen afronden met een citaat van president Ursula von der Leyen, dat ze op 13 mei 2026 uitsprak. "Vandaag verplichten wij ons om een aanbeveling aan de lidstaten aan te nemen waarin we er bij hen op aandringen, conversiepraktijken te verbieden in heel het gebied van de Europese Unie. Dit soort praktijken hebben geen plaats in onze Unie. De EU staat trots naast de lhbtiq+-gemeenschap en bevestigt nog eens onze visie van een Unie van gelijkheid, een plaats waar iedereen vrij, open en authentiek kan leven."
We kijken met belangstelling uit naar de beantwoording van de initiatiefnemers en de minister.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Marquart Scholtz van de fractie van de BBB.