Verslag van de vergadering van 2 juni 2026 (2025/2026 nr. 31)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 16.27 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Van der Linden i (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Vrijheid vraagt om bescherming. Waar in een relatie van gezag of vertrouwen doelgericht wordt geprobeerd iemands seksuele gerichtheid of genderidentiteit te veranderen of weg te drukken, wordt een grens overschreden. Juist dan is het aan de wetgever en de rechtsstaat om bescherming te bieden. Het gaat dan niet langer om opvattingen of morele afkeuring alleen, maar om doelgerichte handelingen die schade kunnen veroorzaken. Daarin ligt de kern van het voorstel dat vandaag voorligt.
Conversiehandelingen zijn gericht op het veranderen of onderdrukken van iemands seksuele gerichtheid of genderidentiteit, vaak bij minderjarigen en in een relatie van gezag of vertrouwen. Onderzoek laat zien dat dergelijke handelingen ernstige psychische en sociale schade kunnen veroorzaken. Dat beeld wordt bevestigd door Nederlands en internationaal onderzoek en ook door de wetenschapstoets die door de Tweede Kamer is verricht. Voor mijn fractie weegt dan ook zwaar dat dit wetsvoorstel een noodzakelijke grens trekt en bescherming biedt aan kwetsbaren. Ook waarderen wij de zorgvuldige wijze waarop het voorstel in de Tweede Kamer is ingediend en verdedigd.
Laat ik beginnen met de noodzaak van dit voorstel. De Raad van State vroeg terecht wat dit voorstel toevoegt aan het bestaande strafrecht. Ook mijn fractie heeft die vraag serieus gewogen. Het antwoord is dat het huidige strafrecht primair is toegesneden op dwang, bedreiging en mishandeling in klassieke zin. Conversiehandelingen onttrekken zich vaak aan de klassieke categorieën. Zij voltrekken zich in afhankelijkheidsrelaties, achter de voordeur en onder sociale of psychische druk. Juist daarvoor mag de rechtsstaat geen blinde vlek hebben. Wie kwetsbaren wil beschermen, kan ook deze vorm van grensoverschrijding niet buiten beschouwing laten.
Van belang is bovendien dat het voorstel zorgvuldig is aangescherpt. Na het advies van de Raad van State is de reikwijdte beperkt en de norm verduidelijkt. Ook het amendement van Six Dijkstra draagt daaraan bij, doordat reflectie en bezinning expliciet buiten de reikwijdte van de wet zijn geplaatst. Tegen die achtergrond heb ik wel een vraag aan de initiatiefnemers. Het oogmerkvereiste is de spil van dit voorstel. Kunnen zij bevestigen dat een pastoraal gesprek, ook wanneer daarin opvattingen worden verwoord over seksuele ethiek of genderidentiteit, buiten het bereik van deze wet valt zolang het niet gericht is op het veranderen of wegdrukken van de identiteit van de gesprekspartner? Hoe verhoudt het oogmerkvereiste zich tot de aard, duur en samenhang van de gedragingen? Anders gezegd, op welk punt kan een reeks gesprekken — meneer Schalk gaf dat voorbeeld al — in onderlinge samenhang wel als conversiehandeling worden gekwalificeerd?
Voor mijn fractie gaat het hier om twee dingen: normstelling en bescherming. Met deze wet spreekt de samenleving helder uit dat wie doelgericht probeert iemands seksuele gerichtheid of genderidentiteit te veranderen of weg te drukken, een grens overschrijdt. Die norm heeft niet alleen symbolische betekenis, maar geeft richting aan gemeenschappen en organisaties en maakt voor slachtoffers zichtbaar dat de wet hun bescherming biedt. Daarnaast gaat het om bescherming van kwetsbaren. Het wetenschappelijk beeld is helder: conversiehandelingen zijn schadelijk. Dat rechtvaardigt ingrijpen, temeer waar het minderjarigen betreft die zich aan zulke situaties vaak niet zonder meer kunnen onttrekken.
Voorzitter. Dan het punt van de godsdienstvrijheid. Mijn fractie neemt zorgen over godsdienstvrijheid serieus. Dat grondrecht is wezenlijk. Het recht om vanuit een geloofsovertuiging te leven en te spreken, ook over seksuele ethiek, staat voor ons niet ter discussie. Tegelijkertijd vindt godsdienstvrijheid haar grens waar doelgerichte handelingen anderen schade kunnen toebrengen. Overtuigingen mogen worden uitgedragen, maar waar doelgerichte druk begint om iemand te veranderen of weg te drukken wordt een grens overschreden. Juist daarover moet de wet helder zijn.
Deze wet richt zich daarom niet op overtuigingen of gesprekken als zodanig, maar op doelgerichte handelingen die erop zijn gericht iemands seksuele gerichtheid of genderidentiteit te veranderen of weg te drukken. Dat onderscheid tussen afkeuren en verbieden is cruciaal. Een voorganger die homoseksualiteit "zondig" noemt, verwoordt een overtuiging. Dat kan pijnlijk zijn en daar kunnen we het niet mee eens zijn, maar het valt op zichzelf niet onder deze wet. Anders wordt het wanneer sprake is van herhaalde sessies, psychische druk, gebedsgenezing of duiveluitdrijving met het expliciete doel iemand te veranderen. Dan gaat het niet meer om een geloofsuiting, maar om schadelijke conversiehandelingen. Juist daarvoor trekt deze wet een grens. Zoals eerder genoemd is die afbakening in de Tweede Kamer nader verduidelijkt. Bezinning, reflectie en pastorale begeleiding vallen als zodanig niet onder deze wet. De wet trekt pas een grens waar handelingen erop zijn gericht iemands seksuele gerichtheid of genderidentiteit te veranderen of te onderdrukken. Juist zo blijft ruimte bestaan voor godsdienstvrijheid, terwijl tegelijkertijd duidelijk is waar sprake is van schadelijke conversiehandelingen.
Dan kom ik op handhaving en de positie van volwassenen. Er is gevraagd naar de autonomie van volwassenen die hier vrijwillig voor zouden kiezen. Mijn fractie onderkent het spanningsveld. De wet brengt echter ook daar een duidelijke afbakening aan. Bij meerderjarigen geldt het verbod niet in volledig vrijwillige situaties, maar uitsluitend wanneer sprake is van misbruik van feitelijk overwicht of van een kwetsbare positie. Daarmee blijft ruimte bestaan voor autonomie van volwassenen.
Dan kom ik op de handhaving. Voor ons is een norm alleen geloofwaardig als die ook handhaafbaar is. Strafrecht lost niet alles op, maar het moet wel duidelijk markeren wat ontoelaatbaar is. Deze wet doet dat. Zij trekt de grens, geeft richting aan de praktijk en maakt zichtbaar dat de overheid kwetsbaren niet aan hun lot overlaat. Daarover heb ik een vraag aan de minister. Kan de minister aangeven of hij met het Openbaar Ministerie in overleg zal treden over een passende beleidsmatige inkadering van opsporing en vervolging en op welke termijn de Kamer daarover meer duidelijkheid kan krijgen? En hoe waarborgt de minister dat de drempel voor slachtoffers uit gesloten gemeenschappen laag genoeg blijft, juist waar de stap naar officiële meldpunten vaak groot is?
Tot slot. Voor mijn fractie blijft de kern van dit wetsvoorstel overeind. Voor mijn fractie valt bescherming van kwetsbaren niet goed te rijmen met het buiten bereik van de wet laten van doelgerichte en schadelijke conversiehandelingen. Daarom steunen wij dit voorstel. Het is goed dat de minister vandaag aanwezig is als adviseur van de Kamer. Zijn toelichting dat deze wet voldoende handvatten biedt voor handhaving en vervolging draagt eraan bij dat hier een zorgvuldige en uitvoerbare grens wordt getrokken. Dat andere landen ons voorgingen en dat ook in Europa de steun groeit, zoals eerder vermeld, onderstreept dat deze wet past in een brede ontwikkeling. Dat neemt niet weg dat ook hier een eigen verantwoordelijkheid bestaat om een duidelijke grens te trekken waar mensen schade wordt berokkend. Vrijheid is niet vrijblijvend. Zij vraagt om bescherming, duidelijke grenzen en de bereidheid op te treden wanneer mensen doelgericht worden beschadigd. Juist daarom acht mijn fractie deze wet noodzakelijk. Om die reden zal mijn fractie dit wetsvoorstel steunen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Talsma van de ChristenUnie. Hij spreekt mede namens de Fractie-Walenkamp.