T04219

Toezegging Vervolgtraject van de herziening van de verdeling van de algemene uitkering in het gemeentefonds (36.800 B)



De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Fiers (GroenLinks-PvdA), Lievense (BBB), Moonen (D66), Janssen (SP) en Van der Goot (OPNL), toe snel tot een vervolgtraject van de herziening van de verdeling van de algemene uitkering in het gemeentefonds te komen en de Kamer hier na de zomer over te informeren. De VNG wordt hier vroegtijdig bij betrokken en er zal nauw contact zijn met de ROB bij de inrichting van het proces voor een vervolgtraject. Ook zal er bij de inrichting van het vervolgtraject gebruik gemaakt worden van de reflecties van de leden van de expertgroep en de begeleidingscommissie.


Kerngegevens

Nummer T04219
Status openstaand
Datum toezegging 15 juni 2026
Deadline 1 december 2026
Verantwoordelijke(n) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Kamerleden drs. M.C.T. Fiers (PRO)
drs. A.Sj. van der Goot (OPNL)
mr. R.A. Janssen (SP)
R. Lievense (BBB)
Ir. ing. C.P.M. Moonen (D66)
Commissie commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen algemene uitkering
gemeentefonds
herziening
verdelingssysteem
Kamerstukken Begrotingsstaat gemeentefonds 2026 (36.800 B)


Uit de stukken

Handelingen I 2025/2026, nr. , item , p. .

Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):

Naast structureel onvoldoende middelen voor alle medebewindstaken heeft ook de aanhoudende onduidelijkheid over de verdeling van het gemeentefonds grote lokale gevolgen, zowel voor de gemeenten die er voordeel van zouden hebben als voor de gemeenten die er nadeel van hebben. De recente, door deze minister ingedrukte, pauzeknop draagt ook nu bij aan een jojo-effect met grote lokale gevolgen. Er is nog twee jaar extra tijd nodig boven op de vier jaar die — als ik goed geïnformeerd ben — al is besteed aan onderzoeken om het model te verbeteren. Graag een reactie van de minister.

Begroten bij gemeenten is vandaag de dag schieten op bewegende doelen. Dat kent meerdere oorzaken. Laat ik er drie noemen. Enerzijds is er de ontstane complexiteit van het gemeentefonds, die zorgt voor fouten die vervolgens weer hersteld moeten worden, zoals recent bij de indexering in de meicirculaire, die begin juni weer hersteld moest worden. Dat is geen klein bier, maar dat zijn wijzigingen die serieus effect hebben op de begrotingen van gemeenten. Ook is er het niet nakomen van afspraken, zoals bijvoorbeeld de 10% korting op de SPUK's, die financieel wel wordt ingeboekt, maar waarvan de beloofde administratieve winst niet wordt waargemaakt. Ik kreeg hierover nog een berichtje van een wethouder van Son en Breugel, die zei: ik zie eerder meer SPUK's dan minder SPUK's, maar de bezuiniging wordt wel ingeboekt.

Ik kreeg ook berichten over kortingen die veel te laat worden gecommuniceerd, soms minder dan een paar maanden voordat ze ingaan. Het is ook moeilijk om daar beleid op te maken.

De heer Lievense (BBB):

(…)

Voorzitter. Gemeenten zijn pas op vrijdag 29 mei via de meicirculaire geïnformeerd over het ingroeipad en de financiële vooruitzichten richting 2027 en verder. Dat moment, laat in het proces, na maanden van onzekerheid en na stevige signalen van onder meer de Raad voor het Openbaar Bestuur en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, zegt veel, niet alleen over de timing, maar ook over de manier waarop dit dossier wordt aangestuurd. Daar komt bij dat er inmiddels al vier jaar onderzoek is gedaan — mijn collega Fiers gaf het net ook al aan — naar verbetering van het verdeelmodel. Vier jaar. Toch wordt nu opnieuw aangegeven dat er nog eens twee jaar nodig is. Mijn collega Fiers heeft al om reflectie daarop van de minister gevraagd. Terwijl dat onderzoek voortduurt, worden gemeenten wel geconfronteerd met concrete financiële effecten. Dat zijn bovendien effecten die niet altijd zorgvuldig zijn berekend. Zo zijn er fouten gemaakt in de recente indexering van het ingroeipad, die begin juni al weer moesten worden gecorrigeerd. Gelukkig zijn ze gecorrigeerd.

Voorzitter. Dat zijn geen marginale technische onvolkomenheden. Dat zijn aanpassingen met directe gevolgen voor begrotingen, voor investeringen en uiteindelijk voor voorzieningen voor inwoners. Gemeenten zijn druk met hun coalitieonderhandelingen, maar de financiële kaders blijven onzeker. Als je van gemeenten vraagt dat zij hun huishoudboekje op orde hebben, dat zij verantwoordelijkheid nemen voor complexe taken en dat zij financieel prudent opereren, dan mag je van het Rijk op z'n minst verwachten dat het zijn eigen systematiek op orde heeft.

Mevrouw Moonen (D66):

(…)

Verder hebben de Raad voor het Openbaar Bestuur en de VNG belangwekkende adviezen geschreven over de balans tussen taak en financiën. De collega's hebben er ook al veel over verteld. Er is een nieuwe verdeelsystematiek bekendgemaakt van de rijksgelden die naar de gemeenten gaan via het gemeentefonds. Maar recent — en de heer Lievense en mevrouw Fiers spraken er ook al over — is er een brief aan de Kamers gestuurd waarin deze voorgestelde herverdeling van het gemeentefonds naar de verschillende gemeentes weer is bevroren. Collega's zeiden het ook al: dit helpt niet. Ik ben het eens met collega's die aangeven dat de gemeentes juist voorspelbaarheid nodig hebben, langetermijnzekerheid. Ik hoor van een aantal gemeentes terug dat ze hadden geanticipeerd op de laatste verdeelsystematiek. Die krijgen even later een brief dat het wordt bevroren, maar die hebben natuurlijk al ramingen en investeringsplannen gemaakt voordat die brief over de bevriezing kwam. Ik noem dat eigenlijk "een soort jojobeleid met financiën". Het is precies het omgekeerde van wat ze vragen. Ik kan het ook heel goed begrijpen, want ik was zelf dijkgraaf. Je moet juist langetermijninvesteringen kunnen doen. Het zijn vaak ook langjarige aanbestedingen om al het werk goed weg te zetten in de markt, dus je wil juist voorspelbaarheid als het gaat om je financiën.

Daar gaat ook mijn vervolgvraag over aan de minister. Kan hij aangeven waarom hij tot deze bevriezing is overgegaan? Misschien zijn er redenen; ik zie ze niet, maar ik kan niet alles overzien. Vandaar deze vraag aan de minister. En is hij van plan, zoals de VNG bepleit, om niet de volgende adviezen van de ROB af te wachten, maar alvast proactief tot oplossingen te komen? Zo ja, hoe is hij van plan dat te gaan doen?

De heer Janssen (SP):

(…)

Voorzitter. Nu de koers van de herverdeling ongewis is geworden, wil ik de minister tot slot vragen op welk kompas hij zelf gaat varen om de gemeenten zo snel mogelijk weer een blik te kunnen bieden op de noodzakelijke veilige haven van financiële zekerheid, een zekerheid op langere termijn, die nodig is om een gemeente ook in de toekomst daadwerkelijk een gemeenschap te kunnen laten zijn.

De heer Van der Goot (OPNL):

(…)

Voorzitter. Dan nog twee wat specifiekere punten. Onze minister stelt vast dat het besluit tot herverdeling van het gemeentefonds met twee jaar wordt gepauzeerd. Daar kun je veel van vinden, zoals al door verschillende sprekers is gezegd. Maar vooral het feit dat er de nodige tijd genomen gaat worden en dat er geen zelfopgelegde deadline wordt gecreëerd die moeilijk kan worden gehaald, kan op onze steun rekenen als er wordt gewerkt aan hetgeen wij vragen. Dat past goed in het straatje van rust, reinheid en regelmaat. Maar rust om niks is niet goed. Kan de minister toezeggen de koepels in een vroeg stadium te betrekken bij deze exercitie om inzicht te krijgen om zo van meet af aan te zorgen voor een zo breed mogelijk draagvlak? Deelt de minister onze overtuiging dat juist een stapsgewijze integrale verkenning van de decentralisatie van taken en de financiering daarvan, waarbij de gemeenten zijn betrokken als voorwaardelijke deelnemer, een bijdrage levert aan het herstel van vertrouwen tussen Rijk en decentrale overheden?

Dan de inflatiecorrectie. Vanochtend is de brief binnengekomen van de minister van Financiën, mede namens de minister van Binnenlandse Zaken. Hierdoor loop ik misschien een minuut uit de tijd. Ik hoop dat u me dat toestaat, voorzitter. Deze reactie had ik namelijk niet ingepland. Ook hierover ligt een vorig jaar breed aangenomen motie-Van der Goot c.s. die nog niet is uitgevoerd. De antwoorden van beide ministers gaan dieper op de materie in dan ik nu wil doen. Wel constateer ik dat het kabinet de vraag uit de motie feitelijk doorschuift naar de evaluatie van de normeringssystematiek. Maar de motie vraagt om iets anders. Zij vraagt niet om een directe aanpassing van de systematiek en ook niet om extra geld voor het lopende jaar, zij vraagt slechts te onderzoeken hoe moet worden omgegaan met structureel te lage inflatieramingen en of daarvoor een correctiemechanisme denkbaar is.

Voorzitter. Het kabinet benadrukt steeds de waarden van stabiliteit en voorspelbaarheid. Dat doet de commissie-Polman trouwens ook. Dat zijn zonder meer belangrijke waarden, maar stabiliteit is geen doel op zichzelf, als dat tenminste zou inhouden ieder jaar stabiel te laag te ramen. Dat is voorspelbaar en consistent. Gemeenten lopen daardoor wel structureel middelen mis, en dat is toch niet de bedoeling. Stel dat een huishouden de prijsstijging ieder jaar opnieuw te laag inschat, dan ontstaat er ieder jaar opnieuw een tekort. Dat tekort wordt niet minder problematisch doordat het zich met grote voorspelbaarheid herhaalt. Integendeel. Dan is er sprake van een structureel probleem. Onze fracties vragen zich af of dat niet precies is wat zich de afgelopen jaren bij gemeenten heeft voorgedaan.

Voorzitter. Ook het rapport Samen bouwen aan resultaten benadrukt het belang van stabiele financiële verhoudingen en van structurele bekostiging van structurele taken. Onze motie staat daar niet haaks op. Integendeel. Stabiliteit is een groot goed, maar zij verliest aan waarde als gemeenten jaar op jaar middelen mislopen doordat de ramingen stelselmatig te laag uitvallen. De commissie-Polman onderstreept dat structurele taken structureel moeten worden bekostigd. Dan is het niet meer dan redelijk om te onderzoeken hoe met dergelijke ramingsafwijkingen moet worden omgegaan.

Daar komt bij dat het kabinet deze vraag nu onderbrengt bij de bredere evaluatie van de normeringssystematiek. Daarmee dreigt de relatief concrete vraag uit een breed aangenomen motie voor meerdere jaren vooruit te worden geschoven. Onze fracties vinden dat moeilijk te rijmen met de wens van deze Kamer om op dit punt spoedig meer duidelijkheid te krijgen. Ook hierover zal de ROB desgewenst om advies kunnen worden gevraagd. Onze vraag aan de minister is daarom of hij kan toezeggen de ROB hierover om advies te vragen, zodat hij op dit punt uitvoering kan geven aan de breed aangenomen motie

Minister Heerma:

(…)

Dan nu de inrichting van het vervolgtraject. Zoals zojuist gezegd: helderheid in het proces is van belang. We delen met u de urgentie om snel tot een vervolgtraject te komen en zullen u hier dan ook na de zomer over informeren. Als antwoord op de vraag van de heer Van der Goot: we zullen daar de VNG, conform de vraag die wordt gesteld, vroegtijdig bij betrekken en we maken gebruik van het aanbod van de VNG om gezamenlijk tot een ordentelijk proces te komen. Dat betreft tijdpad, rollen, verantwoordelijkheden en tussenproducten. Bij de inrichting van dit proces zal ik nauw contact hebben met de ROB om te voorkomen dat de door de ROB aangekondigde adviezen over de inrichting van het vervolgtraject om tot een beter verdeelmodel te komen, dadelijk haaks staan op de vervolgtrajecten zoals we die nu inrichten. Verder zal bij de inrichting van het vervolgtraject ook gebruik worden gemaakt van de reflecties van de leden van de expertgroep en de begeleidingscommissie op het doorlopen proces.



Historie

  • 15 juni 2026
    toezegging gedaan