T04221

Toezegging Stelposten begrotingen decentrale overheden (36.800 B)



De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Fiers (Groenlinks-PvdA), toe na de zomer een brief te sturen over toezicht waarin de minister ook nader ingaat op het verruimen van de mogelijkheden voor gemeenten om stelposten te gebruiken op de begroting.


Kerngegevens

Nummer T04221
Status openstaand
Datum toezegging 15 juni 2026
Deadline 1 december 2026
Verantwoordelijke(n) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Kamerleden drs. M.C.T. Fiers (PRO)
Commissie commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen begrotingen
decentrale overheden
stelposten
toezicht
Kamerstukken Begrotingsstaat gemeentefonds 2026 (36.800 B)


Uit de stukken

Handelingen I 2025/2026, nr. , item , p. .

Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):

Ik kreeg ook berichten over kortingen die veel te laat worden gecommuniceerd, soms minder dan een paar maanden voordat ze ingaan. Het is ook moeilijk om daar beleid op te maken. Er is eigenlijk behoefte aan rust, reinheid en regelmaat in het begrotingsproces. Graag een reactie van de minister met hoe hij dit denkt te bereiken. Zijn hier nieuwe, al dan niet tijdelijke, aangepaste financiële spelregels voor te bedenken, aangezien bijvoorbeeld de herverdelingsdiscussie nog wel een tijdje zal lopen? Is het mogelijk om de huidige spelregels aan te passen, bijvoorbeeld door meer ruimte te geven om met stelposten te werken?

Minister Heerma:

(…)

"Er is grote behoefte aan rust, reinheid en regelmaat in het begrotingsproces. Graag een reactie van de minister hoe dit bereikt kan worden. Zijn er nieuwe, al dan niet tijdelijk aangepaste financiële spelregels voor te bedenken en is het mogelijk huidige spelregels aan te passen, zodat bijvoorbeeld algehele stelposten mogelijk worden gemaakt?" Dat was de vraag van mevrouw Fiers. Er zijn de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet in het verbeteren van de begrotingsregels en het toezicht. Ten eerste is verduidelijkt dat het mogelijk is om stelposten op te nemen in de begroting voor specifieke baten en lasten die lastig te ramen zijn. Ten tweede zijn de mogelijkheden verruimd om reserves in te zetten voor structurele lasten. Daar zijn nu drie mogelijkheden voor. Ten derde ben ik in gesprek met de VNG en toezichthouders om ook risico's, vermogens, wendbaarheid en weerbaarheid meer te betrekken in het toezichtoordeel; dit in aanvulling op de norm van structureel en reëel evenwicht, SRE. Er is echter geen ruimte voor het opnemen van een algemene stelpost, maar er zijn dus de nodige stappen gezet die de mogelijkheden verruimen.

Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):

"U bent in gesprek om"; is er ook een termijn waarin we horen wat de uitkomsten daarvan zijn? Waarom is er geen ruimte voor meer algemene stelposten?

Minister Heerma:

Op de eerste vraag, over de precieze termijn, kom ik in de tweede termijn terug. Dan de vraag over de algemene stelpost. Naast de verruimingen die ik al heb aangegeven, die vergroot zijn ten aanzien van …

Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):

Specifieke stelposten.

Minister Heerma:

Van specifieke stelposten. Daarnaast is er de mogelijkheid om reserves in te zetten voor structurele lasten. Op basis van de Gemeentewet en de Provinciewet is het aan de gemeente respectievelijk de provincie om reëel te ramen bij het opstellen van de begroting. Een algemene stelpost staat hiermee op gespannen voet en ontneemt het zicht op realistisch begroten. Daarnaast maakt een algemene stelpost het voor toezichthouders ondoenlijk om goed te controleren of er structureel en reëel evenwicht is. Ook gemeenteraadsleden en Statenleden krijgen dan geen goed beeld of er een reële begroting ligt. Het is dan ook niet wenselijk de regelgeving en/of het stelsel hierop aan te passen.

Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):

Dat heeft de minister goed voorgelezen, dus dat zal vast kloppen. Maar we leven volgens mij in bijzondere tijden, waarin gemeentes begrotingen sluitend moeten zien te krijgen met een enorm jojoverhaal. Dan is toch even de vraag hoe creatief we dan met elkaar zijn om in ieder geval tijdelijk problemen op te lossen voor gemeenten. Ik hoor heel nadrukkelijk de roep vanuit gemeentes om daar in deze tijd wat flexibeler mee om te gaan. Ik zou de minister dus toch daartoe willen oproepen. Volgens mij hebben we hier vandaag met elkaar gedeeld dat er een groot probleem ligt bij gemeentes om in deze fase sluitende begrotingen in te leveren. Als ze dat doen schuiven ze, zoals mevrouw Moonen zei, dingen vooruit of zoeken ze andere manieren. De vraag is dus wat het Rijk kan doen, desnoods door tijdelijk de regels aan te passen, om dat wel voor elkaar te krijgen. Ik zou dus graag iets meer van de minister willen zien dat hij ruimte zoekt om in oplossingen te denken in plaats van hem een redelijk technisch antwoord voor te horen lezen.

Minister Heerma:

Ik zal mijn best doen om niet te veel voor te lezen, maar de complexiteit van de vragen noopt mij ook als minister die er een aantal maanden zit om dat soms wel te doen. Ik wil ook specifiek zijn in mijn beantwoording. In het eerste deel van mijn antwoord heb ik geprobeerd aan te geven dat de flexibiliteit al is vergroot. Die is onder andere vergroot door te verduidelijken hoe stelposten kunnen worden opgenomen in de begroting. Dat wordt ook aanvaard als iets wat meer ruimte geeft.

Het tweede is dat de mogelijkheden verruimd zijn om reserves in te zetten voor structurele lasten. Dat zijn stappen die gezet zijn juist indachtig wat mevrouw Fiers schetst. Tegelijkertijd gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat als het gaat om een algemene stelpost waar specifieke vraag naar is, ik nog een keer kan voorlezen wat ik zojuist heb voorgelezen, maar dat wordt om die reden niet verstandig geacht. Die specifieke stap zijn we dus niet voornemens te gaan zetten. Maar dat staat los van het feit dat de flexibiliteit, indachtig wat mevrouw Fiers zegt, juist op een aantal punten al is vergroot.

Het derde punt betreft de termijn waarop ik kan terugkomen op dat gesprek. Daarop kom ik in tweede termijn terug. Dat was het derde punt.

Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):

Zou de minister daarover nog eens in conclaaf kunnen en de vraag schriftelijk kunnen beantwoorden? In het eerste antwoord meende ik te horen dat het volgens de wet niet mag. In het tweede antwoord zei u dat het onverstandig is om het te doen. Het derde punt is dat ik de afgelopen periode als formateur in Eindhoven daarover verschillende signalen heb gehoord. Provincies gaan verschillend om met het wel of niet omgaan met stelposten. Dit zou kunnen betekenen dat er misschien meer ruimte zit. Ik ben even op zoek of de minister daarop in een brief wat toelichting zou kunnen geven.

Minister Heerma:

Ik zou dan toch een paar dingen willen scheiden. Er is meer ruimte om gebruik te maken van stelposten. Ik hoor van mevrouw Fiers dat de beleving is dat daar verschillend mee wordt omgegaan. Ik wil best kijken hoe ik hierop in een brief nog een keer kan terugkomen. Dat staat los van het feit dat de specifieke vraag om een algemene stelpost daar niet onder valt. Indachtig de reden die ik aangeef, ben ik daar geen voorstander van, ook niet van het daarop aanpassen van de wet- en regelgeving. Het verhoudt zich slecht tot de taak van realistisch begroten.

Misschien nog in aanvulling daarop, om te voorkomen dat we voor alles apart een brief sturen. Na de zomer komt er een brief over toezicht, waarin ik specifiek op de stelposten kan terugkomen. Dan besparen we een extra brief.



Historie

  • 15 juni 2026
    toezegging gedaan