De minister van Binnenlandse Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Fiers (GroenLinks-PvdA) en Lievense (BBB), toe de toepassing van de UDO de komende jaren verder te verbeteren samen met de koepels en andere ministeries, en zich ervoor in te zetten dat bij elk wetsvoorstel een uitvoeringstoets decentrale overheden met een financiële toets zit en de vakministers hierop aan te spreken.
| Nummer | T04227 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 15 juni 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | drs. M.C.T. Fiers (PRO) R. Lievense (BBB) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | legisprudentie |
| Onderwerpen | decentrale overheden Uitvoeringstoets |
| Kamerstukken | Begrotingsstaat provinciefonds 2026 (36.800 C) |
Handelingen I 2025/2026, nr. , item , p. .
Minister Heerma:
Ik ben voornemens om de toepassing van de UDO in de komende jaren verder te verbeteren, samen met de koepels en ook met andere ministeries. Mevrouw Fiers van GroenLinks-Partij van de Arbeid en de heer Lievense van de BBB vroegen mij toe te zeggen dat de UDO's en artikel 2-onderzoeken voortaan standaard worden toegevoegd bij relevante wetsvoorstellen en beleidsstukken die de decentrale overheden raken. Ik ben overigens heel blij met de aandacht die ook uw Kamer heeft voor deze UDO's, want ze zijn niet voor niets een centraal onderdeel van het rapport van de commissie-Polman. In het coalitieakkoord is er ook expliciet naar verwezen.
Het is absoluut de bedoeling dat de uitgevoerde Uitvoerbaarheidstoetsen Decentrale Overheden en de artikel 2-onderzoeken standaard worden gedeeld met uw Kamer. Dit gebeurt door de hiervoor verantwoordelijke minister, bijvoorbeeld door de UDO op te nemen in de memorie van toelichting of in een brief aan beide Kamers over het onderwerp waarop de UDO betrekking heeft. Mijn ervaring is dat ook de Raad van State hier zeer nadrukkelijk naar kijkt bij zijn advisering. Zoals ik in het begin van mijn antwoord aangaf, zie ik het als mijn taak om, als ik zie dat het niet goed gebeurt, de collega's hierop te wijzen in het proces.
Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):
Ja, even lekker praktisch. Voordat een wet in de Eerste Kamer landt, is hij eerst langs de Tweede Kamer gekomen, via de regering. In de ministerraad ziet u al die voorstellen voorbijkomen. Mag ik dan wat u net vertelde, zien als dat u daar vreselijk zit op te letten of er bij alle wetsvoorstellen een UDO zit, met een financiële toets, en dat u daar dan ook de wetsvoorstellen eruit kunt pikken waarbij dat niet is gebeurd en u dan met uw collega's in gesprek gaat? Dan hebben wij hier namelijk nooit meer een wet waarbij wij moeten constateren dat dit er niet bij zit. Mag ik het zo interpreteren: als u oplet in de ministerraad, gaat dat hier niet meer gebeuren?
Minister Heerma:
Ik wil de toezegging doen dat ik vreselijk ga opletten op het punt van het lid Fiers. Ik probeer in mijn antwoord te schetsen dat er ook in het ambtelijk traject daarvoor al op gelet wordt, ook indachtig het coalitieakkoord en de aanbevelingen van het rapport-Polman. Ik kan niet garanderen dat het nooit gaat gebeuren. Als het wel gebeurt, snap ik ook heel erg dat hierover eerst in de Tweede Kamer en daarna in de Eerste Kamer nadrukkelijk het debat gevoerd gaat worden. Maar de inzet en de opdracht zijn erop gericht om dat te voorkomen.
De heer Lievense (BBB):
Daarmee is de eventuele motie die ik aankondigde als de toezegging gedaan zou worden … Maar ik wil het toch even iets simplificeren. Ik snap dat deze minister ontzettend oplet. Elke minister let ontzettend op in de ministerraad. Mevrouw Fiers van de fractie-GroenLinks-Partij van de Arbeid wees daar al op. Maar het gaat erom dat het al een heel stuk beter gaat. Ik heb ooit nog eens de vier eerste UDO's meegemaakt. Toen was ik nog bestuurder bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Rijksambtenaren hadden nog nooit van UDO's van gehoord. Het gaat nu steeds meer leven. Natuurlijk let de minister op, maar voor mijn fractie is het van belang en gaat het erom dat het in de haarvaten van de wetsambtenaren zit dat het er gewoon bij moet, dus in processen. Ik denk dat de minister daar voldoende op heeft toegezegd voor mijn fractie. Daarvoor is dan geen motie nodig.
Minister Heerma:
De heer Lievense noemt iets wat heel belangrijk is, want bij individuele wetsvoorstellen is het natuurlijk in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de eerstverantwoordelijke minister. De heer Lievense geeft ook aan dat hij ziet dat het beter gaat. In antwoord op de vraag geef ik aan dat ik het vanuit mijn rol, vanuit de bijzondere rol richting medeoverheden, wel degelijk van belang vind om hier ook op te letten en om ook ambtelijk vanaf het begin bij te sturen. Nogmaals, honderd procent garanderen kan ik het niet, maar dit is echt de inzet.
-
15 juni 2026
toezegging gedaan