Verslag van de vergadering van 8 september 2026 (2025/2026 nr. 40)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.23 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van Gasteren i (Fractie-Van Gasteren):
Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met te zeggen dat het belangrijk is dat fracties in deze Kamer de naam kunnen voeren die ook buiten deze Kamer wordt erkend. Kiezers en media moeten een fractie kunnen herkennen aan de naam die hoort bij de politieke partij. Maar herkenbaarheid is niet het enige wat telt. Deze Kamer functioneert met checks-and-balances. Dat betekent onzes inziens dat een nieuwe naam niet alleen praktisch wenselijk moet zijn, maar ook breed erkend moet worden, door de kiezer, door het centraal stembureau en, waar van toepassing, door de rechter. Herkenbaarheid zonder erkenning is geen recht, maar gewoon een aanname.
Na de fusie van GroenLinks en Partij van de Arbeid tot Progressief Nederland, PRO, is er ogenschijnlijk geen enkele twijfel dat de fractie deze naam zou moeten kunnen voeren. Maar dat ontslaat onze Kamer niet van onze eigen zorgvuldigheidstoets. Tussen ogenschijnlijk geen twijfel en een simpele mededeling aan de Voorzitter ontbreken namelijk wat processtappen. Wie toetst of die twijfel er daadwerkelijk niet is, en op basis van welke criteria? Wie is ervoor verantwoordelijk als het een keer minder duidelijk is dan bij PRO? Dat is precies waarom mijn fractie meent dat we het proces beter moeten omschrijven en objectiever moeten maken dan een eenzijdige mededeling. Een fractie die haar eigen naamswijziging meldt en daarmee automatisch het recht op de naam verkrijgt, is in feite rechter in eigen zaak. Hier hoort ook het respecteren van de rol van de Voorzitter bij. Die rol is niet die van een administrateur die een mededeling in ontvangst neemt en vervolgens afvinkt. De Voorzitter van deze Kamer is de hoeder van de orde en de bewaker van de zuiverheid van de procedures. Die positie ontleent haar gezag aan onafhankelijkheid en het zorgvuldig getoetst omgaan met verzoeken van fracties, en niet aan het passief registreren daarvan. Ik kom daar straks nog even op terug. De Voorzitter is geen doorgeefluik. Een objectief toetsingskader past dus bij onze rol als Kamer.
Het zonder kader accorderen van een naamswijziging lijkt al snel op een vriendendienst of, erger, op een politiek statement. Het koste wat het kost niet willen accorderen van een feitelijke situatie kan evenzeer als een politiek statement worden uitgelegd. Als senaat moeten we dus zo ver mogelijk wegblijven van het handelen dat primair door politieke overwegingen wordt ingegeven, in beide richtingen. Alleen een helder en objectief kader kan ons daartegen beschermen.
Voorzitter. Dat brengt mij bij de schriftelijke beantwoording over de voorstellen, waarmee onze zorgen overigens niet zijn weggenomen. De eerste vraag ging over de melding die in feite het recht bevestigt dat een fractie haar naam mag aanpassen. Het betoog van de voorsteller was dat dit past bij een systematiek waarin ook bij fusie en samenstellingswijziging eerst gehandeld wordt en dan de Voorzitter wordt geïnformeerd. De Voorzitter heeft daarin geen bevoegdheid. Maar dat is wel een beetje een cirkelredenering, want het ontbreken van een toetsende bevoegdheid is nu argument tegen het creëren ervan in een andere situatie. Bovendien is het wijzigen van een fractiebestuur een interne aangelegenheid zonder extern rechtsgevolg. De naamvoering van een fractie naar buiten toe is zichtbaar en ook electoraal betekenisvol. Die vergelijking gaat onzes inziens dus niet helemaal op.
Dan het gesloten karakter. Het statement in de voorstellen is dat naamswijzigingen zeldzaam zijn, zodat er geen risico op chaos is. Maar zeldzaamheid is een argument vóór zorgvuldigheid en niet daartegen. Ook een weinig voorkomende maar politiek zwaarwegende gebeurtenis verdient een grondig proces. Zeldzaam nu is geen garantie voor de toekomst. Een reglement moet generiek zijn en niet toegesneden op een specifieke PRO-casus. Juist omdat dit zelden gebeurt, moet het gebeuren op basis van een kader en niet op basis van toeval, vinden wij.
Dan het relatief belang van de Kieswet. Dat ligt een beetje op het terrein van onze derde vraag. Het verweer van de voorsteller is dat de prioriteit van het besluit tot fusie en naamswijziging zwaarder weegt dan de formele Kiesraadtoets. Dat vinden wij een zwak punt. Een fractie is immers geen onpartijdige toetser van haar eigen naamgeving. Dat ze niet lichtvaardig besluit, zegt niets over de externe erkenning of een verwarringsrisico. Daar is de Kiesraad nu juist voor. Sterker nog, ik meen te begrijpen dat collega Rosenmöller bevestigt dat die toets tamelijk formeel is. Nu, dat is precies wat het amendement vastlegt.
De vierde vraag ging over het objectieve toetsingskader. De voorsteller heeft dat in drie stukjes verdeeld. Ten eerste zegt hij dat de eis van de Tweede Kamer te ver gaat, omdat wij over onze eigen orde gaan. Maar hij geeft zelf toe dat materieel het meeste toch al meespeelt via de Kiesraad. Dat is nu juist een argument om het op te nemen. Als het toch al zo werkt, kost een expliciete vermelding niets en geeft het rechtszekerheid voor de uitzondering.
Dan het argument dat de toets van de Raad van State te zwaar was. Dat is ook niet zo bedoeld. Het enige wat wij voorstellen, is dat er geen procedure loopt of kan lopen. De Kamer zou anders in het omgekeerde geval een naam erkennen die misschien toch wordt teruggetrokken en sneuvelt. Het amendement vraagt, nogmaals, geen inhoudelijk oordeel van de Afdeling. Het vraagt de Afdeling alleen te toetsen of een lopend beroep is afgewezen dan wel of de termijn is verstreken. Dat is een lichte formaliteit en geen heel zware toets. Het verweer mist dus een beetje doel.
Ten slotte. Er werd gezegd dat artikel 17, lid 4 niet ziet op fusies. Dat klopt feitelijk wel, maar dit is eigenlijk een argument vóór het amendement, want nu is juist het simpele geval het minst gereguleerd, terwijl het electoraal best verwarrend kan zijn.
Wat betreft vraag vijf, over de procedure rond hamerstukken, heeft senator Rosenmöller inhoudelijk gelijk; ik zeg het niet graag, maar het is wel zo. Een dwingend voorgeschreven hamerstuk kan natuurlijk niet. Dat hebben wij dus aangepast in het amendement.
Het overige punt, dat de Voorzitter en het College van fractievoorzitters bevoegdheden krijgen die ze nu niet hebben, is op zich een feitelijke constatering. Maar elke reglementswijziging kent per definitie nieuwe bevoegdheden toe, dus dit kan op zich geen argument zijn om het nu niet te willen. Nogmaals, meer formalisme hoeft niet te betekenen dat er vertraging optreedt. Vandaar de termijn van twee weken.
Lid 8 hebben we aangepast in het amendement. Overigens zag ik in het amendement nog een fout, die ik vergeten ben door te geven. In het amendement staat dat onder artikel 5, lid b wordt verwezen naar de Tweede Kamer en Provinciale Staten, maar Provinciale Staten moest daar sowieso niet in vermeld worden. Die moet er dus nog uit.
Ik kijk uit naar de reactie.
De voorzitter:
Dank u zeer, meneer Van Gasteren. U hebt een paar keer gesproken over het amendement. Voor de leden en degenen die deze vergadering via de livestream volgen, markeer ik voor de goede orde dat er inderdaad een amendement is ingediend door de heer Van Gasteren. Inmiddels is dit een gewijzigd amendement, te weten het amendement met letter E (CLXXVII).
Tegen collega Van Gasteren zeg ik nog even het volgende. Als u een wijziging wilt aanbrengen op het reeds door u ingediende gewijzigde amendement, dan kunt u bij de Voorzitter en de Griffier schriftelijk een nader gewijzigd amendement indienen. Dat wachten wij met belangstelling en gepaste interesse af.
In de eerste termijn van de Kamer is vervolgens het woord aan de heer Van Hattem. Meneer van Hattem, gaat uw gang.