Aanvang: 13.00 uur
Sluiting: 14.00 uur
Status: ongecorrigeerd
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Voorzitter: Vos
De voorzitter:
De verenigde vergadering van de Staten-Generaal, als bedoeld in artikel 65 van de Grondwet, is geopend.
Graag heet ik u allen van harte welkom.
Met deze verenigde vergadering begint het nieuwe parlementaire jaar 2026-2027. Vandaag is het ook de Internationale Dag van de Democratie. De Verenigde Naties hebben deze dag negentien jaar geleden in het leven geroepen om de democratie in de wereld te evalueren. Volgens secretaris-generaal van de VN António Guterres wordt democratie gevoed door de mensen, door hun stem, hun keuze, en door hun betrokkenheid.
Over een halfjaar kunnen de Nederlanders naar de stembus gaan om precies dat te doen. Op 17 maart 2027 kiezen zij de leden van de twaalf Provinciale Staten en de algemene besturen van de waterschappen. De Provinciale Statenleden kiezen vervolgens op 24 mei de leden van de Eerste Kamer. Dat doen zij samen met de leden van de kiescolleges van Bonaire, Sint-Eustatius, Saba en de Nederlanders in het buitenland.
De voorzitter:
Geachte aanwezigen. Ik deel aan de verenigde vergadering mee dat de volgende leden zich hebben afgemeld:
De Roon, Martin Bosma, Stöteler, Dessing en Koffeman.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Aan de orde is het uitspreken van de troonrede.
De voorzitter:
Ik stel aan de orde de benoeming van een Commissie van in- en uitgeleide.
Zijne Majesteit de Koning zal worden vergezeld door de volgende leden van het Koninklijk Huis: Hare Majesteit koningin Máxima, Hare Koninklijke Hoogheid de Prinses van Oranje, Hare Koninklijke Hoogheid prinses Alexia, Hare Koninklijke Hoogheid prinses Ariane, Zijne Koninklijke Hoogheid prins Constantijn en Hare Koninklijke Hoogheid prinses Laurentien.
Ik benoem tot leden van de commissie die Zijne Majesteit de Koning en de overige leden van het Koninklijk Huis in- en uitgeleide zal doen: de heer Van Campen als voorzitter, de heer Dittrich, mevrouw Kröger, de heer Recourt, de heer Mohandis, de heer Van Ballekom, mevrouw Maeijer, mevrouw Van der Plas en de heer Ceder.
De binnenkomst van Zijne Majesteit de Koning zal worden aangekondigd door de griffier van de Commissie van in- en uitgeleide, mevrouw Rijkers. Zij begeleidt de commissie.
In afwachting van de komst van Zijne Majesteit de Koning vraag ik de leden van de Raad van State, de ministers, de gevolmachtigde ministers van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten en de staatssecretarissen de zaal te betreden.
(De leden van de Raad van State, daarna de ministers, de gevolmachtigde ministers van Aruba, Sint-Maarten en Curaçao en de staatssecretarissen komen de zaal binnen, begroeten de Voorzitter en nemen hun plaatsen in.)
De voorzitter:
Bij binnenkomst van Zijne Majesteit de Koning speelt het koperkwintet van het Residentie Orkest, dat bestaat uit twee trompetten, een trombone, een tuba en een hoorn, volgens traditie Il discorso della corona van de componist Jurriaan Andriessen.
Na de troonrede begeeft Zijne Majesteit de Koning zich naar de uitgang van de schouwburg. Tijdens zijn vertrek zullen leden van het Residentie Orkest de Serenade in C-groot voor strijktrio, opus 10 van de Hongaarse componist Ernő Dohnányi spelen.
Na de sluiting van de verenigde vergadering en bij het vertrek van Kamerleden en genodigden speelt het koperkwintet van het Residentie Orkest, versterkt door drie slagwerkers, de Hymne voor de Staten-Generaal. Deze hymne is in 2015 gecomponeerd door Johan de Meij voor de viering van het 200-jarig bestaan van de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Ik verzoek de leden van de Commissie van in- en uitgeleide te beginnen met hun werkzaamheden.
(De leden van de Commissie van in- en uitgeleide verlaten de zaal.)
De voorzitter:
Wij wachten nu op de komst van de koning.
In de tussentijd lees ik graag een gedicht voor van Babs Gons. Het gedicht heet Stemadvies. Gons schreef het een jaar geleden ter gelegenheid van de Tweede Kamerverkiezingen in oktober 2025.
Stemadvies
als ik zeg stem met je hart
dan bedoel ik stem met
de hele wereld in je handen
stem met een hart zo standvastig
dat het in tegenspoed geen slag mist
als ik zeg stem met je hart
dan bedoel ik stem met
de artritis van je oma
met haar eenzame buurman
dan bedoel ik stem met je dochters
en zussen met de rechten
van de vrouwen die je leerden rekenen
de mannen die je favoriete snacks
nog vlak voor sluitingstijd
in de olie laten zakken
als ik zeg stem strategisch
dan bedoel ik stem met jezelf in gedachten
als iemands favoriete voorouder
stem met een volgende ochtend voor ogen
waarop we eindelijk van onze eilanden
af kunnen stappen
we elkaar weer zullen treffen
en we niet meer die, dit of dat zullen zijn
aan de ene of de andere kant
maar waarop we ons geloof in elkaar
herstellen
stem met je knokkels
op de deur van een ander
met een hallo in je mondholte
met je gezicht naar het licht
Geachte aanwezigen. Laten we dit advies doorgeven, gevraagd of ongevraagd. Onze democratie is elke stem waard.
Wij wachten nu op de komst van de koning.
De griffier van de Commissie van in- en uitgeleide:
De koning!
(Zijne Majesteit de Koning, Hare Majesteit de Koningin, Hare Koninklijke Hoogheid de Prinses van Oranje, Hare Koninklijke Hoogheid prinses Alexia, Hare Koninklijke Hoogheid prinses Ariane, Zijne Koninklijke Hoogheid prins Constantijn en Hare Koninklijke Hoogheid prinses Laurentien worden door de leden van de Commissie van in- en uitgeleide naar het troonpodium c.q. naar hun zitplaatsen begeleid.)
De voorzitter:
Neemt u plaats.
(Zijne Majesteit de Koning houdt hierna de volgende rede.)
Leden van de Staten-Generaal,
Vandaag, 15 september, is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Internationale Dag van de Democratie. Dat geeft extra glans aan deze Prinsjesdag. Tegelijkertijd herinnert het ons eraan dat democratie continu bescherming en onderhoud vraagt. Democratie is geen platte rekensom, maar een mentaliteit die moet leven in ieder van ons. Iedereen die iets doet voor een ander, als vrijwilliger, mantelzorger of anderszins, draagt bij aan het algemeen belang en maakt Nederland sterker. Gelukkig bestaat die Nederlandse traditie van gemeenschapszin nog steeds, als antistof tegen polarisatie. Daarom is het zo belangrijk het democratiebegrip niet verder te versmallen tot het gelijk van de helft plus één. Democratie moet mensen verenigen, niet uit elkaar spelen.
Een van de belangrijkste vragen daarbij is of mensen er nog op vertrouwen dat politiek en overheid hun problemen ook echt oplossen. Het is een gezamenlijke opdracht aan parlement en regering om ervoor te zorgen dat die vraag vaker met "ja" wordt beantwoord. Dat betekent dat niet de ophef van de dag leidend moet zijn, maar wat mensen nodig hebben en wat de toekomst van ons vraagt. De parlementaire democratie is van iedereen, voor iedereen en moet dus dienstbaar zijn aan iedereen.
Tegen die achtergrond wil het kabinet met de begroting voor 2027 een basis leggen voor brede samenwerking. Ook partijen die geen deel uitmaken van de coalitie kunnen er hopelijk eigen punten in herkennen. Dat betekent uiteraard niet dat politieke verschillen van inzicht zomaar van tafel zijn. Het gesprek gaat door. Maar het doel is om zo veel mogelijk gezamenlijk de problemen aan te pakken die soms al veel te lang wachten op een oplossing. Denk aan voor de hand liggende onderwerpen als stikstof, wonen en migratie. Denk aan de toekomst van ons sociale stelsel en aan de grote investeringen die nodig zijn in de economie en in veiligheid. Of denk, na deze extreem droge zomer, aan de noodzaak van aanpassing aan een veranderend klimaat. Bijvoorbeeld in de energievoorziening, de industrie en het waterbeheer. De toekomst wacht niet op achterblijvers.
Een onderwerp dat Nederland nu al jarenlang gijzelt, is de stikstofaanpak. Het is hoog tijd die impasse te doorbreken. Voor de vergunningverlening, die dringend weer op gang moet komen, zodat er ruimte komt voor huizen, bedrijven en wegen. Voor het herstel van de natuur, een betere waterkwaliteit en een betrouwbare watervoorziening. En niet in de laatste plaats voor de Nederlandse boeren. Die verdienen duidelijkheid en een toekomstperspectief. Eind juni presenteerde het kabinet een breed pakket aan oplossingen om de stikstofuitstoot flink terug te dringen. De bijbehorende voorstellen komen vanaf dit najaar naar u toe.
De industrie, de sector verkeer en vervoer, en de veehouderij moeten elk hun deel doen. Maar de directe pijn en onzekerheid worden begrijpelijkerwijs het meest gevoeld in boerengezinnen rond kwetsbare natuurgebieden. Daarom trekt het kabinet veel geld uit om hen te ondersteunen. Bij de verdere invulling en verbetering van de plannen zal het kabinet blijven luisteren en alle belangen goed blijven wegen, in goed overleg met de boeren zelf en met de provincies. Maar opnieuw afstel of uitstel zou onverantwoord zijn. Natuurherstel schept ruimte voor een rekenkundige ondergrens, dus een stikstofnorm, waarmee Nederland weer vooruit kan, inclusief de landbouwsector zelf. Daarop is het vizier gericht.
Een thema dat hiermee nauw samenhangt en ook om een doorbraak vraagt, is wonen. De Nota Ruimte zet daarvoor de lijnen uit voor de lange termijn. Maar de woningnood is acuut. Veel te veel mensen vragen zich af hoe zij, of hun kinderen, nog aan een betaalbare en fatsoenlijke koop- of huurwoning komen. Het beste antwoord daarop is: zo snel mogelijk zo veel mogelijk bouwen voor iedereen. Voor kopers en huurders, voor jong en oud, en ook voor mensen die extra hulp en aandacht nodig hebben om zelfstandig te wonen. Dat is niet een belofte dat er morgen voor iedereen een huis is. Maar het kabinet doet wat mogelijk is om met een pragmatische aanpak het aantal woningzoekenden te laten dalen. Onlangs werden vijf nieuwe grootschalige woningbouwlocaties aangewezen die laten zien hoe dat pragmatisme eruitziet. Het betekent bouwen op plekken waar geen investeringen nodig zijn in infrastructuur, en waar de vraag naar stikstofruimte, stroomaansluitingen en drinkwater oplosbaar is. Het betekent ook gebruikmaken van bestaande regels om vergunningen voor elkaar te krijgen. Het vraagt om veel meer industrieel bouwen met prefabonderdelen. En het vereist vooral intensieve samenwerking en onderlinge afstemming, niet alleen met gemeenten en marktpartijen, zoals bouwers en projectontwikkelaars, maar ook in Den Haag zelf. Ruimtelijke plannen moeten elkaar niet bijten. Dit najaar ontvangt u het actieplan versnellen woningbouw, waarin deze aanpak wordt uitgewerkt in 50 concrete en veelal snel te realiseren acties.
In het asielbeleid zijn de doelen helder: een lagere instroom, de opvang op orde en een streng uitzetbeleid voor kansloze, uitgeprocedeerde en overlastgevende asielzoekers. De samenleving moet het aankunnen. Er moet in Nederland altijd ruimte zijn voor mensen die vluchten voor oorlog, geweld en onderdrukking. Via taallessen en begeleiding naar werk kunnen zij zo snel mogelijk op eigen benen staan en een bijdrage leveren.
Vóór de zomer heeft het kabinet enkele grote veranderingen doorgevoerd waardoor meer dan ooit paal en perk kan worden gesteld aan het aantal mensen dat naar ons land komt en hier blijft. Het is logisch dat iedereen daarvan morgen het effect wil zien in de vorm van dalende cijfers. De realiteit is dat dit stap voor stap gaat. Ondertussen neemt de polarisatie rond de opvang van asielzoekers helaas steeds extremere vormen aan, zoals recent in Loosdrecht en Engelen. Dat is zorgelijk. De zachtere stem van mensen die zich oprecht zorgen maken over hun eigen omgeving, of die zich het lot van anderen aantrekken, raakt hierdoor ondergesneeuwd. Het moet volstrekt duidelijk zijn dat bedreigingen en geweld ontoelaatbaar zijn. Daarnaast is het zaak gestaag door te werken aan meer grip op migratie om zo veel mogelijk rust te brengen rond dit onderwerp. Strengere controle aan de Europese buitengrenzen en lopende initiatieven voor samenwerking met veilige landen buiten Europa, kunnen de asielinstroom substantieel verlagen. Voor asielzoekers die wachten op een beslissing, moet er fatsoenlijke opvang zijn. Bij alle begrijpelijke discussie die dit lokaal kan oproepen, doet het kabinet een dringend beroep op gemeenten om solidair te zijn met Ter Apel en al die andere locaties die al veel te lang worden overvraagd. Grip op migratie is bij uitstek een onderwerp dat om gezamenlijkheid vraagt.
Dat roept meteen de vraag op: wat is er dan nu nodig om voorzieningen voor de toekomst op peil te houden? Want elk stelsel heeft op enig moment onderhoud nodig. Dat betekent bijvoorbeeld voor de zorg dat preventie veel belangrijker moet worden. Meer focus op gezondheid legt de basis voor een stelsel waarin een zorgvraag niet altijd meteen een medisch antwoord behoeft.
Daarnaast zijn oog voor betaalbaarheid en het tegengaan van zorgfraude belangrijk. Alleen dan blijft de zorg van hoge kwaliteit en toegankelijk, zoals nu. Kinderen en jongeren moeten speciale aandacht krijgen, en dat niet alleen met het oog op het streven naar de gezondste generatie ooit. Er ligt een grote opgave om er samen met gemeenten voor te zorgen dat goede jeugdzorg beschikbaar blijft voor iedereen die dat nodig heeft.
Ook het stelsel van werknemersverzekeringen vraagt onderhoud, om ervoor te zorgen dat mensen mee kunnen blijven doen. Wie ziek wordt of werkloos, moet niet worden opgesloten in een uitkering. Dat is belangrijk voor mensen zelf, om het stelsel overeind te houden, en voor toekomstige welvaart. Nederland heeft iedereen nodig. Het kabinet hoopt zo snel mogelijk met vakbonden en werkgevers tot een breedgedragen sociaal akkoord te komen dat zekerheid biedt voor werknemers en voor de economie van de toekomst.
Hervormingen als deze zorgen ervoor dat Nederland een welvarend land blijft, waarin mensen met vertrouwen plannen kunnen maken voor de toekomst. Een eerste randvoorwaarde daarvoor is veiligheid, zeker nu de wereld om ons heen instabieler en onvoorspelbaarder wordt. Een gevoel van machteloosheid ligt op de loer, natuurlijk vanwege het geweld in Oekraïne, maar ook vanwege de situatie in Gaza, Iran en andere brandhaarden. Het is volkomen logisch dat mensen zich afvragen: in welke wereld groeien mijn kinderen en kleinkinderen op? Veel ouders en grootouders zullen dit gevoel herkennen. Voor het kabinet is dat een extra aansporing om als lid van de wereldgemeenschap te blijven samenwerken aan de verdediging van democratische waarden, aan duurzame vrede en aan een sterke internationale rechtsorde. Als grootmachten primair kiezen voor het eigenbelang, moet Nederland nog meer samenwerken met bestaande en nieuwe partners. Door onafhankelijker te worden – denk aan de energievoorziening of grondstoffen – bouwen we aan een positie van kracht.
Een veilige toekomst vraagt stevige investeringen. Nederland moet weerbaar zijn en klaarstaan om de vrijheid, democratie en rechtstaat te verdedigen. Om te beginnen is een inhaalslag nodig in militair opzicht. Te lang hebben Nederland en Europa de eigen krijgsmacht financieel verwaarloosd. Maar dat tij is gekeerd. In de begroting voor 2027 is opnieuw flink meer geld beschikbaar voor defensie. Nederland gaat intensiever samenwerken met internationale bondgenoten om te zorgen voor meer wapens en militaire slagkracht. Met een agressief Rusland aan de oostgrens van Europa blijft doorgaande steun aan Oekraïne een directe investering in onze eigen veiligheid. De verwevenheid met sterke internationale organisaties als de Europese Unie en de NAVO is hierin cruciaal. Want ook internationaal geldt: samen staan we sterker en Nederland doet daarin zijn deel. De vrouwen en mannen die als militair paraat staan, en de veteranen die paraat stonden, om te beschermen wat ons dierbaar is, verdienen onze speciale dank.
Uiteraard geldt dat ook voor de politie en al die andere mensen die iedere dag pal staan voor onze nationale veiligheid. Die raakt steeds meer verweven met wat er internationaal gebeurt, en op dat vlak moet Nederland niet naïef zijn. Cyberdreigingen en digitale hacks vanuit Rusland en andere landen, en vanuit internationaal opererende criminele organisaties, zijn nu al aan de orde van de dag. Dat vereist een stevig antwoord. Het kabinet komt daarom met voorstellen, zodat de inlichtingendiensten burgers en bedrijven beter kunnen beschermen tegen cyberaanvallen, desinformatie en terrorisme. De strijd tegen de georganiseerde misdaad die onze samenleving ondermijnt, houdt de hoogste prioriteit. De indringende beelden en verhalen uit Overasselt liggen vers in ieders geheugen. Een belangrijk speerpunt is zorgen dat jongeren niet de criminaliteit in worden gezogen. Dat is niet alleen een opdracht voor justitie, maar bijvoorbeeld ook voor de jeugdzorg en de schuldhulpverlening.
Een tweede randvoorwaarde voor de toekomst, naast veiligheid, is een sterke en moderne economie. De Nederlandse economie is na de covidjaren en de energiecrisis van 2022 veerkrachtiger gebleken dan die van landen om ons heen. Het is ook gunstig dat de vooruitzichten voor het komende jaar gematigd positief zijn, ondanks alle internationale onzekerheid. Met gerichte maatregelen zal het kabinet de koopkracht van huishoudens en gezinnen met kinderen ondersteunen, met name via het Noodfonds Energie en de kindregelingen.
Vervolgens is de vraag hoe Nederlanders over tien of twintig jaar hun geld verdienen. Die vraag naar onze toekomstige welvaart is heel actueel. Zonder grote en gerichte investeringen dreigt Nederland achterop te raken, vooral in de technologiesector. Alle razendsnelle ontwikkelingen rond digitalisering en AI moeten natuurlijk in goede en veilige banen worden geleid. Maar de kansen die er liggen, zijn enorm. Samen met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en anderen werkt het kabinet aan een economie, waarin de ene innovatie de andere losmaakt en waarin start-ups en gevestigde bedrijven elkaar versterken. Dat vraagt in elk geval om meer financieringsmogelijkheden en experimenteerruimte. Vandaar de plannen voor een nationale investeringsinstelling en voor een speciale organisatie die zich richt op grensverleggende technologische doorbraken. Het briljante idee van een ondernemende eenling vandaag kan immers het ASML van morgen zijn, en daarmee het begin van een heel nieuwe topsector.
Ook in Europa maakt Nederland zich sterk voor een verschuiving van geld voor de oude economie naar meer geld voor innovatie en technologische vernieuwing. Een belangrijke voorwaarde voor economische groei is een goede infrastructuur. Er is meer onderhoud nodig aan verouderde wegen, bruggen en spoorwegen. Daarvoor komt in deze periode extra geld beschikbaar. Maar het budget blijft begrensd. Een herprioritering in projecten en ingrijpende keuzes zijn onvermijdelijk om te zorgen dat de basis op orde is.
De economie van morgen kan niet anders zijn dan schoon en duurzaam. De zomer van 2026 onderstreept dat een ambitieus nationaal en internationaal klimaatbeleid hard nodig is. Dat mes snijdt aan meerdere kanten. In een instabiele wereld wordt het belang van energieonafhankelijkheid steeds groter. De vraag van huishoudens en bedrijven naar betrouwbare en betaalbare energie groeit. Dat betekent heel praktisch dat het bijvoorbeeld loont om de isolatie van huizen te blijven stimuleren. Maar het betekent ook dat toekomstige welvaart alleen denkbaar is met schonere industrieën en minder fossiele brandstoffen. Vasthouden aan de fossiele economie is economisch gezien geen slimme zet, zeker niet op termijn. Het kabinet werkt daarom met veel urgentie verder aan meer kernenergie en wind op zee, en aan voorzieningen voor waterstof en de opslag van CO2. Cruciaal in deze omslag is dat Nederland slimmer omgaat met de pieken en dalen in het aanbod en dat er genoeg capaciteit is op het stroomnet. Uitbreiding daarvan staat hoog op de agenda.
Essentieel voor een sterke economie is een arbeidsmarkt die daar goed op aansluit. Het kabinet komt onder andere met een nieuwe Zelfstandigenwet, die zzp'ers de ruimte geeft om te ondernemen maar schijnzelfstandigheid tegengaat. De wet moet rust en duidelijkheid brengen, om te voorkomen dat zzp'ers klussen mislopen uit angst van opdrachtgevers voor boetes achteraf. De arbeidsmarkt van morgen vraagt daarnaast om het aantrekken, opleiden en vasthouden van toptalent in cruciale sectoren als AI, digitalisering, energie en biotechnologie. Dat talent zit overal: van mbo en hbo tot de universiteiten. Het kabinet presenteerde hiervoor in de zomer een talentstrategie. Die wordt de komende periode verder uitgewerkt, in overleg met onderwijsinstellingen, bedrijven, studenten en andere belanghebbenden. Uiteraard moet er op een moderne arbeidsmarkt ruimte zijn voor talentvolle studenten en gespecialiseerde kenniswerkers uit het buitenland. Maar uitbuiting van arbeidsmigranten wordt bestreden.
Tot slot is het belangrijk dat de overheid zelf anders en beter gaat werken. Kort samengevat: minder regelzucht en controledwang, meer ruimte voor mensen en bedrijven, en een overheid die niet hindert maar helpt. Het kabinet beseft dat dit geen origineel voornemen is. Maar de aanpak moet deze keer merkbaar resultaat opleveren. Een eerste stap is: zelfbeheersing in het maken van nieuwe regels. Dus stoppen met het stapelen van uitzondering op uitzondering. Anders blijft het dweilen met de kraan open.
De tweede stap is: minder regels. Ieder jaar, te beginnen dit najaar, dient het kabinet een Vereenvoudigingswet in, gericht op het afschaffen van overbodige regels en wetten. Het doel is dat per jaar minimaal 500 regels verdwijnen of eenvoudiger worden. Daarnaast werkt het kabinet aan het neerhalen van muren tussen beleid en uitvoering. Onderling delen van overheidsinformatie moet veel eenvoudiger worden, zodat mensen en bedrijven sneller en beter worden geholpen en niet van het kastje naar de muur worden gestuurd. Het motto van de overheidsdienstverlening moet zijn: snel en digitaal waar het kan, persoonlijk waar het moet. Zo kan de Rijksoverheid beter, kleiner en goedkoper worden.
Natuurlijk is de overheid meer dan alleen "Den Haag". Een goede samenwerking met collega-overheden, dus provincies, gemeenten en waterschappen, is cruciaal. Het kabinet is zich daar zeer van bewust. Alle overheden werken met elkaar aan een samenwerkingsagenda, die ook kan bijdragen aan een slagvaardige en herkenbare overheid.
Niet in de laatste plaats slaat het kabinet de handen ineen met de landen Curaçao, Sint-Maarten en Aruba, en met Caribisch Nederland. In november vieren we dat 250 jaar geleden vanaf Sint-Eustatius een saluutschot klonk waarmee Nederland als eerste land ter wereld de Verenigde Staten erkende. Het onderstreept de historische verwevenheid binnen het Koninkrijk en onze gezamenlijke verbondenheid met de wereld. Dit najaar vindt een top plaats van de vier landen in het Koninkrijk om de voortgang en kansen te bespreken op alle terreinen van samenwerking, van economie en bestaanszekerheid tot klimaat en afvalverwerking. Vanaf nu is deze top een jaarlijkse traditie. Zo geven we samen invulling aan het uitgangspunt: nos ta un reino – wij zijn één Koninkrijk.
Leden van de Staten-Generaal,
Een bekende definitie zegt dat democratie de noodzaak is om af en toe te buigen voor de mening van anderen. Dat is een gedachte om vast te houden, ook na Prinsjesdag en deze Internationale Dag van de Democratie. Want de geest van redelijkheid en elkaar wat gunnen die in deze woorden besloten ligt, lost meer problemen van mensen op dan de voortdurende ophef die nu soms de overhand lijkt te hebben. Nederland staat in een eeuwenlange traditie van samenwerking, die ooit begon met de onderkenning van het gezamenlijke belang van goed waterbeheer. Het is in die traditie dat de regering met u wil blijven werken aan een beter Nederland. U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.
De voorzitter:
Dank u, Majesteit. Ik verzoek u allen te gaan staan.
Leve de koning!
Allen:
Hoera! Hoera! Hoera!
(Zijne Majesteit de Koning, Hare Majesteit de Koningin en de overige leden van het Koninklijk Huis begeven zich naar de uitgang, begeleid door de leden van de Commissie van in- en uitgeleide.)
De voorzitter:
Ik verzoek u plaats te nemen. Zoals aangekondigd zullen drie leden van het Residentie Orkest nu drie delen spelen van de Serenade in C-groot voor strijktrio, opus 10 van de Hongaarse componist Ernő Dohnányi. De delen die zij spelen zijn het eerste deel, de Marcia, het tweede deel, de Romanza, en tot slot het vijfde en laatste deel, de Rondo. Het strijktrio neemt plaats in het midden van de verenigde vergadering. Daarvoor worden eerst nog enkele voorbereidingen gedaan. Ik vraag uw volle aandacht voor deze uitvoering door Phoebe Rousochatzaki, Iteke Wijbenga en Florianne Remme.
(Leden van het Residentie Orkest spelen drie delen van de Serenade in C-groot voor strijktrio, opus 10 van Ernő Dohnányi.)
(Applaus)
De voorzitter:
We wachten nu op de terugkeer van de leden van de Commissie van in- en uitgeleide. Ik deel u nog mee dat straks, na het sluiten van de vergadering, eerst de Voorzitter van de verenigde vergadering met de beide Griffiers, vervolgens de voorzitter en de leden van de Commissie van in- en uitgeleide, de fractievoorzitters en dan de overige leden van de Staten-Generaal de Koninklijke Schouwburg zullen verlaten, in die volgorde. Daarna verlaten de leden van de Rijksministerraad de schouwburg, dan de leden van de Raad van State en vervolgens de leden van het corps diplomatique. Ik vraag alle andere aanwezigen, inclusief de gasten van de leden van de Staten-Generaal, om nog even te blijven zitten tot deze genodigden de zaal hebben verlaten.
Ook vraag ik u om bij het verlaten van de zaal rustig door te lopen, zodat iedereen de Koninklijke Schouwburg goed kan verlaten. U kunt de schouwburg verlaten via de rode of de blauwe loper. Geeft u alstublieft wel het eredetachement van het Korps Mariniers, dat buitenstaat, de gelegenheid om af te marcheren. Als dit nog niet is gebeurd, vraag ik u om even op het plein voor de schouwburg te wachten. Zodra al het militair ceremonieel het Lange Voorhout op is gelopen, kunt u verder lopen.
Zoals gezegd wachten we nu eerst op de terugkeer van de leden van de Commissie van in- en uitgeleide. Dit kan nog enkele minuten duren. Ik vraag daarvoor uw geduld.
(De Commissie van in- en uitgeleide keert terug.)
De heer Van Campen (voorzitter van de Commissie van in- en uitgeleide):
Mevrouw de Voorzitter! De koning heeft de Koninklijke Schouwburg verlaten.
De voorzitter:
Ik dank de voorzitter en de leden van de commissie vriendelijk voor het verrichten van hun taak en ontsla hen van hun verdere verplichtingen. De leden van het Residentie Orkest, zowel de strijkers hierbeneden als de blazers op het balkon, dank ik hartelijk voor hun muzikale bijdragen. De verenigde vergadering is gesloten.