Verslag van de vergadering van 29 september 2026 (2026/2027 nr. 02)
Status: gecorrigeerd
Aanvang: 21.43 uur
Mevrouw Ramsodit i (PRO):
Dank, voorzitter. Onze fractie vindt het goed om te horen dat de koppeling tussen rechtsstaatconditionaliteit en toegang tot financiële middelen wordt versterkt, en dat waarborgen ten aanzien van de rechtsstaat en mensenrechten conditioneel zijn bij samenwerkingsrelaties van Europa. Op het terrein van mensenrechten hebben wij met waardering gehoord dat Nederland zich tijdens het voorzitterschap van de Raad van Europa gaat inzetten voor de opvolging van de aanbevelingen van PACE. Op het vlak van het EVRM blijft waakzaamheid nodig. De verklaring van Chisinau mag niet via politieke interpretatie leiden tot een lager beschermingsniveau. Zeker bij return hubs en andere terugkeerarrangementen blijven EVRM-verplichtingen voor Nederland onverminderd van toepassing wanneer mensen buiten de EU worden ondergebracht. Kan de minister dit bevestigen? Wij zullen het kabinet blijven aanspreken op nakoming van EVRM-verplichtingen, onafhankelijk toezicht en effectieve rechtsbescherming. Vanwege de schending van mensenrechten blijven we de noodzaak benadrukken van de opschorting van het EU-Israël-associatieakkoord.
Dan van de mensenrechten naar pragmatisme. De minister heeft gesteld dat hij vakkundig en pragmatisch aan de slag wil. Wij blijven daarom kritisch op het oneigenlijk gebruik van Omnibuswetgeving. Vereenvoudiging kan nodig zijn, maar mag geen sluiproute worden voor fundamentele beleidskeuzes of het verlagen van beschermingsniveaus als het gaat om grondrechten, klimaat-, arbeids- en sociale rechten. De beantwoording vandaag onderstreept het belang van een voorlichtingsaanvraag bij de Raad van State vanuit deze Kamer. Dat wordt ook door onze fractie ondersteund.
Vanwege het risico van sluiproutes houdt mijn fractie ook bedenkingen bij het 28ste regime en EU Inc. Uit de reactie van de minister in de eerste termijn blijkt dat hij ervan uitgaat dat het nationale arbeidsrecht gewoon van toepassing blijft. Echter, dat is niet vanzelfsprekend. Het Europees Parlement waarschuwt in punt 10 van zijn resolutie van 20 januari 2026 expliciet voor het risico dat het 28ste regime kan worden gebruikt om dwingende nationale bescherming van werknemers, hun vertegenwoordigers en vakbonden te omzeilen. Het Europees Parlement stelt daarbij dat het regime onder geen beding bestaande beschermingsniveaus op Europees of nationaal niveau mag ondermijnen, verlagen of omzeilen, en verlangt effectieve waarborgen. Dat is precies het onderscheid dat voor onze fractie van belang is. De vraag is niet of het arbeidsrecht formeel van toepassing is. Het risico is dat bedrijven via hun rechtsvorm, vestigingsplaats of grensoverschrijdende constructies die rechtsbescherming in de praktijk kunnen ontwijken. Daarom vraag ik de minister om een concrete toezegging. Kan hij toezeggen dat Nederland bij de verdere onderhandelingen inzet op expliciete anti-omzeilingswaarborgen voor arbeidsrechten, medezeggenschap en collectieve rechten? En kan hij de Kamer voor de definitieve Nederlandse positiebepaling informeren hoe die waarborgen in de uiteindelijke Europese tekst worden verankerd?
Europa moet slagvaardiger worden, maar slagvaardigheid en zorgvuldigheid hoeven elkaar niet uit te sluiten. Nederland wil in Europa een vakkundige en pragmatische rol spelen, maar pragmatisme mag nooit betekenen dat bescherming van mensenrechten, sociale rechten of democratische controle wordt uitgehold.
Dank, minister. En misschien verlaat: welkom, minister, want het is uw eerste keer hier. Dat had ik eigenlijk bij mijn eerste bijdrage al moeten zeggen. Ik wil natuurlijk ook even de kans benutten om meneer Steenkamp aan het eind van zijn eerste echte ontmoeting met de rest van ons senatoren heel veel succes te wensen. Ik zie een fijne samenwerking voor me.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Ballekom voor zijn tweede termijn.