Plenair Lagas bij behandeling Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau



Verslag van de vergadering van 26 oktober 2026 (2026/2027 nr. 05)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 21.32 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Lagas i (BBB):

Voorzitter, dank u wel. Hartelijk dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen. Een aantal zorgpunten heeft u kunnen wegnemen, maar er zijn er ook nog wat blijven staan. Allereerst het bottom-updraagvlak om tot deze constructie te komen. Als er al zo veel draagvlak is, dan is mijn vraag aan de minister waarom deze wet op deze manier nodig is. Konden we dan niet volstaan met een wet die de financiering regelt, zodat die rechtstreeks vanuit het Rijk verloopt en niet meer via de gemeenten? Daarvan heeft u mij met uw antwoord wel weten te overtuigen.

Daarop aansluitend schrok ik een beetje van het maximumbedrag dat gereserveerd wordt voor de topsalarissen: €150.000. Ik moest meteen denken aan mijn opmerking over het risico van het sluiten van kleine lokale studio's. Ik kan me voorstellen dat een bestuurder in de gaten krijgt dat hij aan die €150.000 kan komen als hij gaat bezuinigen op al die kleine studiootjes. Hij zal denken: dan gaat er waarschijnlijk een veel groter deel naar de taak toe en is het Commissariaat voor de Media tevreden, maar dan kom ik in ieder geval aan mijn €150.000. Ik vind dat een verkeerde prikkel.

Dan de toezegging die de minister deed over het onafhankelijke onderzoek aan de hand van de NLPO. Dat vind ik een fijne toezegging, maar wij hadden ook gevraagd om dat onderzoek naar de effecten die deze wet met zich meebrengt met de bestuurders te doen. Ik weet niet of we elkaar goed begrepen hebben op dat punt.

Wij hebben echt een probleem met de overgangstermijn. We zullen dan ook steun geven aan de motie die de SGP daarover zal indienen. Die motie hebben wij mede ingediend.

Dan hadden wij een opmerking over de vele vragen die nog leven rondom de bureaucratie en de overheadkosten. Die sluiten daar wel een beetje op aan. Ik heb daar een toezegging op gevraagd, maar die hebben we niet gekregen. Vandaar ook steun voor de genoemde motie.

Ik kom zelf ook met een motie. Uit mijn inbreng en mijn interrupties heeft u begrepen dat wij wat huiverig zijn bij het starre getal van 80 en de dwang die op dit punt bestaat, wat u ook zelf heeft toegegeven. Op het moment dat mensen niet meedoen, kunnen zij niet meer meedoen. Dan zit er toch ergens een dwang in die wij niet plezierig vinden. Op grond daarvan dienen wij de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ondanks herhaaldelijke schriftelijke en mondelinge vragen om niet te snel en te vergaand het aantal decentrale (lokale en regionale) publieke omroepen te reduceren, de regering maximaal 80 omroepen als doel blijft noemen;

constaterende dat dit ook bij de behandeling van dit wetswijzigingsvoorstel in de Tweede Kamer nadrukkelijk een punt van zorg van meerdere fracties was;

constaterende dat het amendement-Ceder/Mohandis het maximum van 80 uit de wet haalde, maar toestaat dit middels een AMvB toch in te voeren;

overwegende dat lokale, regionale en decentrale thematische of vanuit levensovertuigingen functionerende publieke omroepen van groot belang zijn voor de gemeenschap, cultuur en democratie;

overwegende dat Nederland een lange traditie kent van lokale, door de gemeenschap gedragen en autonoom functionerende omroepen;

verzoekt de regering om bij de invoering van het nieuwe stelsel geen goed georganiseerde lokale omroepen te dwingen om samen te gaan;

verzoekt de regering onder "regionale omroepen" ook grotere en goede lokale omroepen te verstaan, zoals stadsomroepen;

verzoekt de regering het streefdoel van maximaal 80 omroepen los te laten, maar periodiek te evalueren of het aantal omroepen voldoet aan de doelen gesteld door de wet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Lagas.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.

Zij krijgt letter I (36917).

Mevrouw Lagas (BBB):

Dat was het, voorzitter. Overigens kan ik vast meedelen dat de fractie van BBB de motie van PRO morgen zal steunen.

De voorzitter:

Door wie is uw motie nog meer ondertekend?

Mevrouw Lagas (BBB):

Alleen door mij. Ik moet nog wel een handtekening onder de motie zetten.

De voorzitter:

Dank u zeer, mevrouw Lagas. Dan geef ik vervolgens in deze termijn het woord aan de heer Kemperman. Hij spreekt namens de fractie van Forum voor Democratie.