1.Vaststellen agenda
2.36.657
Vastlegging gebruiksdoelen van het Europees strafregisterinformatiesysteem
Beslispunt
Welke procedure wenst de commissie te volgen:
-
-een datum bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
-te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of stemming);
-
-te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Toelichting
-
-Het wetsvoorstel is op 15 april 2026 aangenomen door de Tweede Kamer (zie het stemmingsoverzicht in de bijlage).
-
-Dit wetsvoorstel wijzigt de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens in verband met het vastleggen van het gebruik van het Europees strafregisterinformatiesysteem voor niet-strafrechtelijke doelen. Het Europees strafregisterinformatiesysteem bestaat uit twee onderdelen, te weten:
-
1.Ecris: een decentraal informatiesysteem met als doel om informatie over veroordelingen van burgers uit te wisselen tussen de lidstaten van de EU; en
-
2.Ecris-TCN: een centraal informatiesysteem om vast te stellen welke lidstaten van de EU beschikken over informatie over veroordelingen van burgers van derde landen.
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Cf. de notitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen.
Procedure
3.36.178
Initiatiefvoorstel-Paulusma, Becker, Westerveld, Dobbe en Kostic Wet strafbaarstelling conversiehandelingen
Beslispunt
Wenst de commissie:
-
-het wetsvoorstel af te doen als hamerstuk of na stemming?
-
-aan de Kamervoorzitter een datumvoorstel te doen voor een plenair debat?
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een derde verslag? De commissie meldt het wetsvoorstel in dit geval aan voor plenaire behandeling onder voorbehoud van tijdige ontvangst van de nota naar aanleiding van het derde verslag (zie artikel 45.5 Reglement van Orde Eerste Kamer).
Toelichting
-
-Het initiatiefvoorstel (36.178) van de Tweede Kamerleden Paulusma (D66), Becker (VVD), Westerveld (GroenLinks-PvdA), Dobbe (SP) en Kostic (PvdD) strekt tot de strafbaarstelling van conversiehandelingen gericht op het veranderen of onderdrukken van de seksuele gerichtheid of genderidentiteit tot de heersende norm. Hierbij gaat het enerzijds om een verbod op het beroepsmatig of in organisatieverband uitvoeren van de voornoemde handelingen bij een minderjarige dan wel van een meerderjarige. Anderzijds gaat het om een verbod op het aanbieden van de voornoemde handelingen. Daarbij maken de initiatiefnemers een onderscheid tussen het rechtstreeks aanbieden en het openlijk aanbieden van de voornoemde handelingen. Met de leeftijdsgrens en het opsplitsen van het verbod in uitvoeren en aanbieden willen de initiatiefnemers recht doen aan zowel de kwetsbaarheid als de autonomie van de personen die in aanraking komen met conversiehandelingen.
-
-Op 21 oktober 2025 hebben de leden van de fracties van de BBB, D66, de ChristenUnie en de SGP hierover enkele vragen gesteld aan de initiatiefnemers en/of de regering. De leden van de fractie Volt hebben zich aangesloten bij de vragen van de leden van de D66-fractie. De initiatiefnemers en de regering hebben deze vragen op respectievelijk 14 en 26 januari 2026 beantwoord.
-
-Op 3 februari 2026 heeft de commissie op voorstel van het lid Schalk (SGP) het voornemen uitgesproken de Kamer te verzoeken een voorlichtingsverzoek aan de Raad van State in te dienen en de (nadere) procedure aangehouden. Een concept-voorlichtingsverzoek is vervolgens via e-mailprocedure aan de commissie voorgelegd en, na ambtelijke afstemming met de Raad van State, aangevuld met een passage waarin is verduidelijkt dat volgens een aantal leden sprake is van een ingrijpende wijziging.
-
-Op 24 februari 2026 heeft de commissie in meerderheid besloten niet in te stemmen met het concept-voorlichtingsverzoek en dit niet door te geleiden naar de Kamervoorzitter met het oog op plenaire afdoening. Tevens besloot de commissie naar aanleiding van de antwoorden van de initiatiefnemers (nota naar aanleiding van het verslag; EK 36.178, C) en de regering (brief van de minister van J&V; EK 36.178, D) inbreng te leveren voor het tweede verslag.
-
-Op 17 maart 2026 hebben de leden van de fracties van de de GroenLinks-PvdA en D66 gezamenlijk, BBB, PVV, ChristenUnie, FVD en SGP nog enkele nadere vragen gesteld aan de initiatiefnemers en/of de regering. De initiatiefnemers en de regering hebben deze vragen op respectievelijk 7 april 2026 (nota naar aanleiding van het tweede verslag: EK 36.178 F) en 14 april 2026 (brief van de minister van J&V; EK 36.178 H) beantwoord.
Nadere procedure
4.36.243
Verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van J&V over het amendement-Helder en de mogelijke strijdigheid van het amendement met de Grondwet; Onverenigbaarheid rechterschap met lidmaatschap Eerste en Tweede Kamer en het Europees Parlement
Beslispunt
-
-Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 2 april 2026 (36.243, D) met de staatssecretaris van J&V en de minister van BZK in nader schriftelijk overleg treden of neemt zij deze voor kennisgeving aan?
-
-Kan de commissie instemmen met het verzoek van de staatssecretaris van J&V en de minister van BZK om de nadere procedure van het wetsvoorstel (36.234) aan te houden totdat de behandeling van de nog in te dienen novelle in de Tweede Kamer heeft plaatsgevonden?
Toelichting
-
-Het wetsvoorstel is op 7 november 2022 is ingediend.
-
-Met dit wetsvoorstel worden wijzigingen doorgevoerd in de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO), de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra), de Wet op de Raad van State, de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement (Wise) en enige andere wetten. De wijzigingen hebben als verbindende factor dat zij ertoe strekken de onafhankelijkheid en integriteit van rechters en andere rechterlijke ambtenaren verder te waarborgen.
-
-Tijdens de plenaire behandeling in de Tweede Kamer zijn meerdere amendementen ingediend, waaronder de amendementen 8 (Helder, BBB) en 9 (Vondeling, PVV) die ertoe strekken dat de reikwijdte van het voorgestelde functieverbod wordt uitgebreid naar leden van gemeenteraden en provinciale staten (en waterschappen).
-
-Omdat beide amendementen 8 en 9 een substantiële uitbreiding van het voorliggende voorstel van wet omvatten en naar verwachting consequenties hebben voor de uitvoering, heeft het kabinet besloten om advies over de amendementen in te winnen bij de Afdeling advisering van de Raad van State. De Raad van State heeft op 4 september 2024 geadviseerd terughoudend om te gaan met met het regelen van onverenigbaarheden die verder gaan dan het wetsvoorstel van de regering. Vervolgens heeft het kabinet deze amendementen ontraden (zie bijlages).
-
-Op 18 maart 2025 is het wetsvoorstel in de Tweede Kamer aangenomen, inclusief enkele amendementen waaronder amendement 8 (Helder, BBB) dat door het kabinet op advies van de Raad van State is ontraden.
-
-Op 8 april 2025 heeft de commissie inbreng voor het verslag geleverd. De nota naar aanleiding van het verslag (EK 36.243, C) met de antwoorden van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is op 15 augustus 2025 ontvangen.
-
-Op 9 september 2025 besloot de commissie het besluit van de nadere procedure (36243) aan te houden en op initiatief van het lid Veldhoen (GroenLinks-PvdA) een commissiebrief aan de regering te sturen, waarin een meerderheid van de fracties wijst op de mogelijke strijdigheid van het amendement van het Tweede Kamerlid Helder (TK 36243, nr. 8) met de Grondwet en vraagt of de regering in dat verband reparatiemogelijkheden voor ogen heeft.
-
-De staatssecretaris van J&V heeft op 2 april 2026, mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, op deze brief gereageerd en besloten een novelle in procedure te brengen die de strekking heeft de wettelijke onverenigbaarheid van het rechterschap met het lidmaatschap van de gemeenteraad en het lidmaatschap van provinciale staten uit het wetsvoorstel te schrappen met het verzoek de behandeling van het wetsvoorstel aan te houden totdat deze novelle de Eerste Kamer heeft bereikt. Concreet betekent dit een verzoek om aanhouding totdat de behandeling van de nog in te dienen novelle in de Tweede Kamer heeft plaatsgevonden.
Nadere procedure en bespreking van verslag schriftelijk overleg
5.Jaarverslag 2025 van het Europees Openbaar Ministerie
Beslispunt
Welke fracties leveren vandaag inbreng voor schriftelijk overleg met de regering?
Toelichting
-
-Op 4 maart 2026 heeft de Kamer het jaarverslag 2025 ontvangen van het Europees Openbaar Ministerie (EOM). Het Europees Openbaar Ministerie is een onafhankelijk gedecentraliseerd vervolgingsorgaan van de Europese Unie dat bevoegd is voor het onderzoeken, vervolgen en voor het gerecht brengen van strafbare feiten die ten koste gaan van de EU-begroting, zoals fraude, corruptie en ernstige grensoverschrijdende btw-fraude. Het Europees Openbaar Ministerie is sinds 2021 operationeel en stuurt sindsdien jaarlijks haar jaarverslag aan de nationale parlementen van de Unie overeenkomstig artikel 7 van de EOM Verordening. De Eerste Kamer heeft het voorstel voor deze Verordening behandeld en hierover een subsidiariteitsbezwaar ingediend (E130041).
-
-De commissie heeft de evaluatie van deze Verordening geprioriteerd in het Europees Werkprogramma van de Eerste Kamer 2026. De evaluatie zal naar verwachting in het tweede kwartaal van dit jaar worden gepubliceerd en conform de Europese werkwijze van de Eerste Kamer worden geagendeerd.
-
-Op verzoek van de fractieleden van de BBB besloot de commissie op 10 maart 2026 het jaarverslag 2025 van het Europees Openbaar Ministerie te agenderen.
-
-De commissie besloot op 24 maart 2026 om op 14 april 2026 de gelegenheid te bieden tot het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg met de minister van J&V. Om agendatechnische redenen is - na overleg met het lid Marquart Scholtz (BBB) - de datum voor inbreng verschoven naar vandaag (21 april 2026).
Inbreng voor schriftelijk overleg
6.34.843, A
Verslag van een schriftelijk overleg met de ministers van J&V en van LZJ&S en de staatssecretaris van O&E over het rapport van GREVIO 'Building trust by delivering support, protection and justice Netherlands First thematic evaluation report'; Seksuele intimidatie en geweld
Beslispunt
Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 7 april 2026 (34.843, A) met de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport in nader schriftelijk overleg te treden of neemt zij de brief voor kennisgeving aan?
Toelichting
-
-Op 4 november 2025 heeft het lid Van Wijk (BBB) tijdens de vergadering van de commissie SZW verzocht het rapport van GREVIO 'Group of Experts on Action against Violence against Women and Domestic Violence', dat op 21 oktober 2025 is gepubliceerd onder de titel 'Building trust by delivering support, protection and justice Netherlands First thematic evaluation report', te agenderen.
-
-Omdat het GREVIO-rapport betrekking heeft op een onderwerp dat valt onder de portefeuille van het ministerie van Justitie en Veiligheid, heeft de griffie, in overleg met het lid Van Wijk, dit rapport geagendeerd bij de commissie J&V.
-
-Op 2 december 2025 besloot de commissie op verzoek van de fractieleden van de BBB op 16 december inbreng te leveren voor schriftelijk overleg.
-
-Vandaag (21 april 2026) staat de bespreking geagendeerd van het verslag schriftelijk overleg (34843, A) met reactie op de eerder gestelde vragen. De brief van de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport is mede gestuurd namens de minister van Justitie en Veiligheid en de staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie.
Bespreking van verslag schriftelijk overleg
7.36.358 / 29.279, C
Brief van de staatssecretaris van J&V ter aanbieding van een afschriftbrief over de evaluatie en vervolg van de 70+ regeling rechters-plaatsvervangers; Rechtsstaat en Rechtsorde
Beslispunt
Neemt de commissie de brief van 7 april 2026 (36.358 / 29.279, C) van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid voor kennisgeving aan of wenst zij hierover in schriftelijk overleg te treden?
Toelichting
-
-Op 7 april 2026 ontving de commissie een afschrift (36.358 / 29.279, C) van de Kamerbrief ‘Evaluatie en vervolg 70+ regeling rechters plaatsvervangers' zoals verzonden aan de Tweede Kamer op 31 maart 2026. Bij deze brief is het verslag van het evaluatieonderzoek gevoegd.
-
-Met deze brief informeert de staatssecretaris van J&V de Kamer over de bevindingen uit de evaluatie van de tijdelijke regeling op basis waarvan raadsheren en rechters de werkzaam zijn bij rechtbanken, gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) na het bereiken van de wettelijke ontslagleeftijd van zeventig jaar nog enige tijd kunnen worden ingezet als raadsheer- of rechter-plaatsvervanger.
-
-Gelet op de bijdrage die de 70+ plaatsvervangers leveren aan het terugdringen van het capaciteitstekort en de positieve ervaringen die de gerechten hebben met de inzet van deze groep, kondigt de staatssecretaris in haar brief van 7 april 2026 aan dat zij voornemens is een wetstraject voor te bereiden met het doel de tijdelijke regeling voor de inzet van 70+ plaatsvervangers (36.358) structureel te maken.
NB. Met voornoemde tijdelijke regeling (36.358 Tijdelijke voorziening benoemen rechters-plaatsvervangers na wettelijke ontslagleeftijd van zeventig jaar) werd toentertijd voldaan aan toezegging T03474 van het lid Baay (50PLUS), waarbij de minister voor Rechtsbescherming toe zegde in overleg met de rechtspraak een wetswijziging voor te bereiden om rechters die ouder dan 70 jaar zijn door te laten werken.
Bespreking
8.E250005
Commissiemededeling: een nieuwe Europese strategie voor interne veiligheid
Beslispunt
Wenst de commissie alsnog inbreng te leveren voor schriftelijk overleg met de Europese Commissie en/of de regering over het voorstel voor een nieuwe Europese strategie voor interne veiligheid?
Toelichting
-
-Op 1 april 2025 publiceerde de Europese Commissie de mededeling inzake een nieuwe Europese strategie voor interne veiligheid. Dit voorstel is onderdeel van het werkprogramma van de Europese Commissie en is op 15 april 2025 geprioriteerd door de commissie BIZA.
-
-Op 22 april 2025 heeft de commissie J&V op verzoek van de fractieleden van de BBB besloten op 27 mei 2025 gelegenheid te bieden tot het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg met de Europese Commissie en/of de regering.
-
-Op 27 mei 2025 heeft de commissie het besluit tot het leveren van inbreng aangehouden tot na de technische briefing over het voorstel in de Tweede Kamer en indien mogelijk bij deze briefing aan te sluiten. Toen duidelijk werd dat er toch geen technische briefing over dit voorstel in de Tweede Kamer zou plaatsvinden besloot de commissie op 27 januari 2026 op voorstel van het lid Nicolaï (PvdD) zelf het initiatief te nemen voor het organiseren van een technische briefing over de weerbaarheid tegen hybride dreigingen, zoals behandeld in hoofdstuk 4 van de Mededeling van de Europese Commissie inzake een nieuwe Europese strategie voor interne veiligheid (E250005).
-
-Deze technische briefing heeft op 31 maart 2026 plaatsgevonden. Vandaag staat het voorstel voor nadere bespreking geagendeerd. Het BNC-fiche dat reeds vorig jaar op 9 mei 2025 door de Kamer ontvangen, is ter informatie bijgevoegd.
Bespreking
9.Beleidsdebat ex art. 51 RvOEK over de 'Staat van de rechtsstaat'
Beslispunt
Heeft de commissie - in aanvulling op de reeds gehouden deskundigenbijeenkomsten - behoefte aan nadere voorbereiding van het beleidsdebat over de 'Staat van de rechtsstaat' (ex artikel 51, lid 1, RvOEK) dat op 27 oktober 2026 zal plaatsvinden? Zo ja, op welke wijze?
Toelichting
-
-Het debat over de 'Staat van de rechtsstaat' is een beleidsdebat ex artikel 51, lid 1, RvOEK dat sinds 2014 in beginsel iedere twee jaar wordt gevoerd. Het laatste debat over de 'Staat van de rechtsstaat' vond plaats op 31 mei 2022 en 21 juni 2022. In het voorjaar van 2024 is geen beleidsdebat georganiseerd in verband met de demissionaire status van het kabinet Rutte IV.
-
-Op 12 november 2024 heeft de commissie besloten om weer een beleidsdebat te voeren over de 'Staat van de rechtsstaat' dat vervolgens is gepland op 3 juni 2025. De datum voor dit debat is verplaatst naar 7 oktober 2025 omdat de kabinetsreactie op het rapport 'De gebroken belofte van de rechtsstaat' van de Staatscommissie rechtsstaat pas in de laatste week voor het zomerreces van 2025 werd verwacht (besluit commissie 22 april 2025).
-
-Op 8 juli 2025 heeft de commissie besloten in verband met de demissionaire status van het kabinet het beleidsdebat over de 'Staat van de rechtstaat' te verplaatsen naar een nog nader te bepalen datum, niet later dan een half jaar na aantreden van het nieuwe kabinet.
-
-Gelet op de beëdiging van het nieuwe kabinet op 23 februari 2026 stond de planning van het debat over de 'Staat van de rechtsstaat' op 24 februari 2026 opnieuw geagendeerd. De commissie heeft die dag besloten de Voorzitter voor te stellen het beleidsdebat over de ‘Staat van de rechtsstaat’ (ex artikel 51, eerste lid, RvOEK) in het najaar van 2026 opnieuw in te plannen (inmiddels gepland op 27 oktober 2026). Ook besloot de commissie hieraan voorafgaand in de commissie te bespreken of er behoefte is aan nadere voorbereiding (in aanvulling op de reeds gehouden deskundigenbijeenkomsten) en zo ja op welke wijze. Die bespreking staat vandaag gepland. Ter informatie wordt gewezen op de voorbereidingen die in dit verband zijn gepland in de Tweede Kamer.
Voorbereiding
Ter voorbereiding van het debat over de 'Staat van de rechtsstaat hebben er twee deskundigenbijeenkomsten plaatsgevonden:
Tijdens de eerste deskundigenbijeenkomst op 11 maart 2025 heeft de commissie zich laten informeren over "het sentiment dat in de samenleving leeft ten aan zien van de rechtsstaat en welke signalen in dit verband worden opgevangen". Tijdens deze bijeenkomst zijn de volgende personen/organisaties gehoord: Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding, College voor de Rechten van de Mens, Sociaal en Cultureel Planbureau en Raad voor het Openbaar Bestuur. De Nationale Ombudsman was verhinderd maar heeft ten behoeve van de bijeenkomst wel een position paper aaangeleverd.
Voor de tweede deskundigenbijeenkomst op 15 april 2025 heeft de commissie zich laten informeren door "Partijen die betrokken zijn bij de opsporing, handhaving, rechtspraak, rechtsbijstand en uitvoering ". De volgende partijen zijn tijdens die bijeenkomst gehoord: Vereniging Sociale Advocatuur Nederland, College van procureurs-generaal, Nationale Politie, Nederlandse Orde van Advocaten, Adviescollege ICT-toetsing, Prof. dr. mr. J.E. Soeharno, redacteur onderzoeksbundel "Constitutionele waarborgen.", mr. H.J.H. van Meegen, president van de rechtbank Amsterdam en mr. A.R. van der Winkel, president van de rechtbank Overijssel.
De Staatscommissie rechtsstaat heeft onderzoek gedaan naar het functioneren van de rechtsstaat. Op 10 juni 2024 overhandigde de Staatscommissie rechtsstaat haar adviesrapport aan burgers, regering, parlement en rechtspraak. Naar aanleiding van de brief van de toenmalige minister van Rechtsbescherming van 28 juni 2024 (29.279, Y) waarin het adviesrapport ‘De gebroken belofte van de rechtsstaat’ van de Staatscommissie rechtsstaat werd aangeboden, en de kabinetsreactie van 4 juli 2025 op voornoemd adviesrapport (29.279, AC) hebben de commissies J&V en BIZA schriftelijk overleg gevoerd. De commissies hebben op 27 januari 2026 besloten het verslag van dit schriftelijk overleg (29.279, AE) eventueel te betrekken bij het nog te plannen beleidsdebat over de Staat van de Rechtsstaat.
Tweede Kamer
-
-In de procedurevergadering van de vaste commissie voor J&V van 22 januari 2026 is gesproken over het kennisthema ‘Voorbereiding op jaarlijks debat over de Staat van de Rechtsstaat’. Dit kennisthema is tijdens de strategische procedurevergadering van de commissie J&V op 15 januari 2026 toegevoegd aan de Kennisagenda. De leden Sneller (D66) en Abdi (GroenLinks-PvdA) zijn aangewezen als rapporteurs op dit thema. Op verzoek van de commissie J&V heeft ook de vaste commissie BiZa een rapporteur afgevaardigd voor dit kennisthema, te weten het lid Tseggai (GroenLinks-PvdA).
-
-Tot op heden zijn de volgende voorbereidingen gepland:
4 juni 2026 14:30 - 15:30 uur Rondetafelgesprek Staat van de Rechtsstaat: Toegang tot recht
4 juni 2026 15:30 - 16:30 uur Rondetafelgesprek Staat van de Rechtsstaat: Ruimte voor het maatschappelijk middenveld
3 juni 2026 16:00 - 17:30 uur Rondetafelgesprek Staat van de Rechtsstaat: Algemeen
-
-Het debat over de Staat van de rechtsstaat in de Tweede Kamer is nog niet gepland (beoogd: juni 2026, zie Plenair verslag
Bespreking mogelijke extra voorbereiding
10.Inventarisatie onderwerpen kennismakingsgesprek nieuwe bewindspersonen
Beslispunt
Zijn er specifieke onderwerpen die de commissie in het kennismakingsgesprek met de minister en staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 26 mei 2026 aan de orde wil stellen?
Toelichting
-
-Op 3 februari 2026 heeft de commissie besloten de nieuwe minister van J&V en staatssecretaris van J&V uit te nodigen voor een kennismakingsgesprek. Dit gesprek is gepland op dinsdag 26 mei 2026 van 17:00 - 18:00 uur in commissiekamer 1.
-
-Op 24 februari 2026 heeft de commissie ingestemd met de voorgestelde opzet voor dit gesprek. Bedoeling is om het kennismakingsgesprek niet te laten uitmonden in een verkapt beleidsdebat. Het gesprek is primair bedoeld om een toelichting te krijgen op de prioriteiten van nieuwe bewindspersonen waarover leden korte vragen kunnen stellen. Er worden geen toezeggingen genoteerd. Vooraf kan een commissie inventariseren of er specifieke onderwerpen zijn waar interesse voor bestaat. Vandaag staat deze inventarisatie geagendeerd.
Inventarisatie
11.Mededelingen en informatie
A - Stand van de uitvoering 2025 Schadefonds Geweldsmisdrijven
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven is er voor slachtoffers die ernstig lichamelijk en/of psychisch letsel hebben of hadden en valt onder het domein van Justitie en Veiligheid. In deze Stand van de uitvoering 2025 gaat het Schadefonds in op dilemma’s en hardvochtigheden die zij ervaren in de uitvoering. Hierbij ligt de focus op hun dienstverlening aan de aavrager, met oog voor maatwerk.
B - Stand van de uitvoering 2025 Raad voor de Rechtsbijstand
Als onderdeel van het jaarverslag heeft de Raad voor de Rechtsbijstand (RvR) hun Stand van de uitvoering 2025 uitgebracht. De RvR is als zelfstandig bestuursorgaan verantwoordelijk voor de organisatie van gesubsidieerde mediation en rechtsbijstand. In deze stand brengt de RvR verschillende onderwerpen onder de aandacht:
-
-Grondrecht op rechtsbijstand in gevaar;
-
-Invoeren van kantoortoeslag naar advies van de Commissie Van der Meer II;
-
-Activiteiten die de RvR onderneemt;
-
-Mensgericht werken;
-
-Duurzaamheid;
-
-Hardvochtigheden; en,
-
-Noodzakelijke vervanging ICT.
C - Stand van zaken motie-Van de Sanden (VVD) c.s. over onderzoek doen naar de wettelijke kaders en richtlijnen om online te monitoren (36.225, I) volgt half mei 2026
Tijdens de commissievergadering op 31 maart 2026 heeft het lid Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden) de griffie gevraagd bij het ministerie navraag te doen naar de stand van zaken van (punt 3 van het dictum van) de motie-Van de Sanden (VVD) c.s. over onderzoek doen naar de wettelijke kaders en richtlijnen om online te monitoren (36.225, I). Het ministerie heeft ambtelijk laten weten half mei 2026 nadere informatie hierover te verschaffen.
12.Rondvraag
13.Openstaande correspondentie
Hieronder is een overzicht van de openstaande correspondentie weergegeven. Een overzicht van wetsvoorstellen die bij de commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V) in (schriftelijke) behandeling zijn, is hier te raadplegen.
Overzicht openstaande correspondentie |
|||
|---|---|---|---|
Verzonden |
Onderwerp (+link brief) |
Reactietermijn |
Toelichting |
18 november 2025 aan stas. J&V |
Brief over de Staat van de wetgevingskwaliteit en de kabinetsbrede agenda met initiatieven voor het versterken van de kwaliteit van wetgeving |
16 december 2025 |
Update (brief) 17 februari 2026: De antwoorden zullen worden opgenomen in de kabinetsreactie op het WODC-onderzoek naar de wijze van parlementaire controle op het gebruik van algoritmen in en ter uitvoering van wetgeving. Een update van het onderzoek wordt rond de zomer verwacht. |
7 april 2026 aan stas. J&V |
Brief over de monitoringsrapportages online kansspelen 2025 |
5 mei 2026 |
|
7 april 2026 aan min. J&V |
Commissiebrief inzake de uitvoering van de motie-Nicolaï c.s. over na gaan of er een beroep openstaat op grond van de Algemene wet bestuursrecht |
5 mei 2026 |
|
7 april 2026 aan stas. J&V |
Commissiebrief inzake de motivering van de aangeboden vertrouwelijke stukken betreffende de Ontwerpregeling tot wijziging van de Regeling aanwijzing functies VOG Politiegegevens |
5 mei 2026 |
|
7 april 2026 aan min. J&V |
Commissiebrief over het niet expliciet opnemen van huwelijkse uitbuiting in de Wet modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel (36.547) |
5 mei 2026 |
|
Wetgeving |
|||
22 januari 2026 |
Verslag Initiatiefvoorstel-Sneller Wet verval bijzondere aanwijzingsbevoegdheid openbaar ministerie (36.125) |
17 februari 2026 |
Gerappelleerd op 20 maart 2026: De beantwoording heeft de aandacht van het ministerie, maar er kan nog niet worden aangegeven wanneer een reactie volgt. |
31 maart 2026 |
Tweede verslag Wet digitale algemene vergadering privaatrechtelijke rechtspersonen (36.489) |
28 april 2026 |
|
Bijgewerkt: 16 april 2026 |
|||
