1.Vaststellen agenda
2.36.915 V
Wijziging begrotingsstaat Buitenlandse Zaken 2026 (Voorjaarsnota)
Beslispunt
Hoe wensen de commissies het suppletoire begrotingswetsvoorstel samenhangend met de Voorjaarsnota 2026 te behandelen?
Toelichting
De commissies hebben de keuze uit de volgende behandelopties:
-
-een datum bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
-volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of stemming);
-
-volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling.
Achtergrond
Op 18 juni jl. heeft de Tweede Kamer gestemd over de suppletoire begrotingswetsvoorstellen samenhangend met de Voorjaarsnota 2026. Omdat de Tweede Kamer altijd op één moment stemt over alle (suppletoire) begrotingsstaten, worden de aangenomen suppletoire begrotingen in één keer aangeboden aan deze Kamer. Voorgesteld wordt om deze wetsvoorstellen, waar mogelijk, vóór het zomerreces af te ronden. In dat kader wordt geadviseerd om de suppletoire begrotingen op 23 juni, of uiterlijk 30 juni, in de betreffende commissies voor procedure te agenderen.
Bij de behandeling van een suppletoire begroting staan alle reguliere instrumenten ter beschikking van de commissies.
Met het afronden van de behandeling van zoveel mogelijk suppletoire begrotingsvoorstellen voorafgaand aan het reces wordt de kans verkleind dat in het reces een beroep moet worden gedaan op artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Dit artikel biedt een grondslag voor het doen van uitgaven voor nieuw beleid dat geen uitstel kan velen, in de periode waarin (suppletoire) begrotingen nog niet door beide Kamers zijn goedgekeurd. In die situatie kan niet worden uitgesloten dat de Kamers tijdens het zomerreces op korte termijn (‘onverwijld’) een oordeel moeten geven over de vraag of zij zich voldoende geïnformeerd achten over de betreffende uitgaven.
NB. Op het moment van behandeling van de suppletoire begrotingen in de commissies zijn nog niet alle onderliggende begrotingen vastgesteld. De commissies kunnen desalniettemin de gebruikelijke procedure opstarten. Een suppletoire begroting waarvan de onderliggende begroting nog niet door de Eerste Kamer is aangenomen kan eveneens al in behandeling worden genomen, maar pas over worden gestemd als de onderliggende begroting is aangenomen.
Procedure
